Hoe de Stasi de beste renner van de DDR uitschakelde

Wolfgang Lötzsch (56) is misschien wel de beste wielrenner die Duitsland gekend heeft, maar voor het grote publiek kwam hij zelden in actie. Operatie Speiche van de Stasi moest hem voorgoed uitschakelen.

Bij de uitgang van spoor 13 van het centraal station van de Duitse stad Chemnitz staat een man te wachten. Hij is lang en mager. Zijn windjack is te dun voor de tijd van het jaar. De man is Wolfgang Lötzsch (56) en hij is misschien wel de beste wielrenner die Duitsland ooit heeft gehad.

Alleen kent niemand hem, omdat hij in zijn hoogtijdagen nooit de DDR heeft verlaten. Beter gezegd: niet mocht verlaten.

Dat Wolfgang Lötzsch als amateur nooit in de Tour de France reed, spreekt vanzelf. Maar dat hij ook niet aan de Vredeskoers, de Olympische Spelen of een wereldkampioenschap deelnam, ligt minder voor de hand. Lötzsch was namelijk in staat om in die wedstrijden een belangrijke rol te spelen. De Stasi maakte hem het deelnemen echter onmogelijk.

In een Chemnitzer café praat het voormalige talent over de documentaire Sportfreund Lötzsch, die in Duitsland over zijn wielercarrière is uitgebracht. Lötzsch: ‘In 1972 zat ik bij de selectie voor de Olympische Spelen van München. We zouden op trainingskamp gaan in de Belgische Ardennen, toen de Stasi de bond liet weten dat ik geen Genosse was. Het was destijds gebruikelijk dat renners van de nationale ploeg lid van de communistische partij waren. Maar mijn vader en ik vonden dat niet nodig. Wielrennen en politiek hadden niets met elkaar te maken.’

Door zijn weigering lid van de SED te worden, werd Lötzsch als vanzelfsprekend een verdacht persoon. Toen de Stasi bovendien optekende dat zijn vader na een wedstrijd publiekelijk had gezegd dat er in de DDR geen persvrijheid bestond, was zijn lot bezegeld. Wolfgang Lötzsch had hem niet tegengesproken en was daarmee een potentiële Republikverräter geworden.

Lötzsch: ‘Ik was 19 jaar en dacht dat het allemaal wel in orde zou komen. Eens zou ik de Vredeskoers rijden en wereldkampioen worden. Men kon gewoon niet om mij heen, dacht ik.’

Dat kon men wel. In het gesloten DDR-systeem waren zeven prestatiegerichte sportverenigingen. De leden daarvan mochten zich Leistungssportler noemen en kregen de faciliteiten om hun sport op professioneel niveau te bedrijven. Daarnaast, of daaronder, sportten de amateurs in zogenoemde bedrijfssportverenigingen.

Vrijwel direct na zijn verwijdering uit de nationale selectie zorgde de Stasi ervoor dat Lötzsch geen Leistungssportler meer was, en dus ook niet meer aan topkoersen kon deelnemen.

Maar zelfs in de bureaucratische DDR bestonden uitzonderingen. Een enkele keer slaagde Lörtzsch erin toch aan de start van een koers te verschijnen. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 1974 bij de klassieker Rund um Berlin. De met Parijs-Roubaix te vergelijken wedstrijd (sinds 1896) bestaat niet meer, maar was destijds de belangrijkste eendagskoers achter het IJzeren Gordijn. Lötzsch won, zoals hij dat jaar onder meer de Internationale Radsportwoche der DDR won.

Lötzsch: ‘Die overwinningen maakten mijn zaak eigenlijk alleen maar hopelozer. Ik moest het in mijn eentje opnemen tegen de samenwerkende staatsamateurs. Het publiek kreeg dat in de gaten. Mijn supporters zagen in mij een protest tegen het regime. Er kwamen spandoeken met alleen mijn naam erop. Zoiets was ondenkbaar in de socialistische republiek.’

Bij het achtervolgingskampioenschap van 1976 in Leipzig werd het de partijbonzen te gortig. Lötzsch: ‘In de finale klopte ik Thomas Huschke, die al voor de Olympische Spelen van Montreal was geselecteerd. Daar had de bond totaal geen rekening mee gehouden. Alle bestuurders zaten op de eretribune en bij de huldiging begon het publiek ‘Lötzsch nach Kanada, Lötzsch nach Montreal’ te scanderen.’

Die vernedering was zo groot, dat de Stasi de operatie Speiche begon, die ertoe moest leiden dat Lötzsch onschadelijk werd gemaakt. Om te beginnen werd hij permanent in de gaten gehouden, waarna een valstrik hem tot een tot mislukken gedoemde vluchtpoging moest verleiden. Daarop stond zeven jaar gevangenisstraf. Lang genoeg om Lötzsch voorgoed uit te schakelen.

Lötzsch: ‘Maar ik wilde helemaal niet vluchten. Ik was enig kind van oude ouders en ik wist hoe de achterblijvers het leven zuur werd gemaakt. Dat kon ik mijn vader en moeder niet aandoen. Ten tweede moest ik voor de vluchtpoging 10.000 D-Mark betalen. 10.000! Waar dachten ze dat ik dat vandaan zou halen?’

Een tweede poging om hem in de val te lokken lukte wel. Lötzsch: ‘Na een vrijgezellenavond werd ik door de politie geprovoceerd. Ik werd kwaad en riep dat Wolf Bierman (een destijds bekende dissidente dichter/zanger) gelijk had. Ik werd opgesloten wegens belediging van de republiek en tien maanden later pas weer vrijgelaten.’

Die tijd bracht hij door in de beruchte Stasigevangenis in Kassberg. Lötzsch: ‘De hele dag zat ik bij kunstlicht in een kale ruimte van 2 bij 4 meter. Alleen als ik bij de zoldering een tuimelraampje openduwde, kon ik 10 centimeter hemel zien.

‘Elke dag kreeg ik een oude Neues Deutschland te lezen en een lokale krant Die Freie Presse. Ik heb die kranten gespeld, want er was verder niets. Afgezien van twintig minuten luchten, moest ik de hele dag in mijn cel blijven. Op bed liggen mocht alleen als ’s avonds het licht uitging. Na twee maanden mocht ik per week een half uur onder toezicht met een bezoeker spreken.’

Bovenstaande is niet alleen het verhaal van Lötzsch zelf, maar valt ook af te leiden uit het dossier dat de Stasi over hem heeft aangelegd. Na de val van de Muur heeft hij zijn dossier kunnen inzien. In het 2.000 pagina’s dikke pak papier las hij onder meer dat het gevangenisverblijf hem had moeten breken. Desnoods met behulp van medicijnen. Maar Lötzsch brak niet.

Vierduizend kniebuigingen en duizend keer opdrukken per dag hielden zijn conditie zodanig op peil dat hij na zijn vrijlating op 3 oktober 1977 weer snel op topniveau dacht te kunnen fietsen. Het wielerseizoen op de weg was weliswaar afgelopen, maar in Berlijn was een overdekte wielerbaan.

Daar aangekomen werd hem de toegang ontzegd. Het jaar daarop kreeg hij geen wielerlicentie meer. Lötzsch: ‘Ik werd bij een tuinderij te werk gesteld. Daar heb ik me koest gehouden, maar dat kwam ook doordat ik depressief was. Mijn enige hoop was dat men mij vrijwillig naar het Westen zou laten vertrekken. Maar op mijn uitreisverzoeken kreeg ik nooit een antwoord.’

De operatie Speiche leek daarmee alsnog geslaagd.

Maar de wegen van de dictatuur waren grillig. Begin 1979 werd Lötzsch onverwacht naar Berlijn ontboden. Daar lagen zijn uitreisverzoeken op een stapeltje en werd hem te verstaan gegeven dat hij toestemming kreeg op hobbyniveau te gaan wielrennen, mits hij zijn uitreisverzoeken zou intrekken. Lötzsch: ‘Dat heb ik gedaan. Niet meer fietsen zou mijn dood zijn geworden.’

Zo beëindigde de Stasi op 17 maart 1979, nadat Lötzsch twee jaar niet had gefietst, de operatie Speiche. Uiteraard werd hij nog wel in de gaten gehouden.

Lotzsch: ‘Het Stasidossier is het werk van een stuk of tien vaste agenten en vijftig burgerinformanten. Dat waren mensen uit mijn omgeving die onder druk werden gezet om te rapporteren wat ik deed. Dat deden ze onder een schuilnaam, maar ik heb er 33 kunnen identificeren.

‘Onder hen was mijn beste vriend, met wie ik altijd naar de koersen trok. Die man is nu voor mij dood. Niet omdat hij een verklikker was, want die druk was moeilijk te weerstaan, maar omdat hij hoopte dat zijn identiteit onbekend zou blijven toen ik vertelde dat ik mijn Stasidossier ging inzien.’

Vanaf het voorjaar van 1979 fietste Lötzsch weer en behaalde hij honderden overwinningen. Logisch, want hij reed in een categorie waarin hij met afstand de beste renner was, ook als er een team Leistungssportlers aan het vertrek stond. Op grond van zijn prestaties mocht hij in 1983 eindelijk weer deelnemen aan de 77ste uitgave van Rund um Berlin. Het werd een triomftocht van een gefrustreerd coureur.

Lötzsch: ‘Ik demarreerde in het begin voor een premie. Daarna ben ik 150 kilometer in m’n eentje weggebleven. De renners van de nationale selectie hebben kop over kop jacht op me gemaakt. Maar ik was was die dag zo gemotiveerd. Ik won met acht minuten voorsprong.’

Omdat de DDR-televisie een verslag van de wedstrijd maakte, is het een van de weinige gelegenheden waarop Lötzsch voor een groot publiek in actie is te zien. Mede daardoor kwam de overwinning de autoriteiten bijzonder slecht uit. Er rolden koppen en de Stasi kreeg opnieuw opdracht maatregelen te nemen.

Lötzsch: ‘Mijn trainingsmogelijkheden werden beperkt door mij te verplichten hele dagen op de tuinderij door te brengen. Dat was verschrikkelijk. Later kreeg ik te horen dat ik weer mocht fietsen, maar dan moest ik wel partijlid worden. Dat heb ik gedaan. Ik was zo moe van het gevecht. Ik wilde rust en die kreeg ik alleen als ik Genosse werd.’

Zo bleef Lötzsch de wielrenner die in de DDR alles won wat er voor hem te winnen viel (550 koersen). Maar zijn positie bleef geïsoleerd. Lötzsch: ‘Leden van de nationale ploeg kregen de opdracht op mijn wiel te rijden. Als ik won, kwam de uitslag niet in de krant en de renners die tweede en derde werden, mochten mij niet feliciteren. Als ze het toch deden, werd dat door de Stasi genoteerd.’

Intussen liep de socialistische heilstaat op zijn laatste benen, al zou het nog vier jaar duren voordat in november 1989 de Muur viel. Bij aanvang van het seizoen 1990 was Lötzsch 37 jaar, te oud om nog in aanmerking te komen voor een West-Europees profteam.

Toch trok hij nog drie jaar naar het Westen, waar in Hannover oud-renner Rudi Altig een semiprofteam leidde. Als lid daarvan heeft hij op zijn oude dag in elk geval nog eens in de Ronde van de Middellandse Zee aan de start gestaan met Miguel Indurain en Greg Lemond. Een schrale troost.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden