Hoe de meevoetballende spits de weg naar het doel verloor

De balletjesafwachter is uitgestorven

Het is een armoedig seizoen als het gaat om de doeltreffendheid van spitsen. Wout Weghorst bereikte pas in speelronde 22 de grens van tien doelpunten in de eredivisie. Hij is daarmee de best scorende centrumspits.

Wout Weghorst, spits van AZ. Foto anp

De pure balletjesafwachter is verdwenen uit het eredivisiebeeld. De spits moet kunnen meevoetballen en combineren, terwijl de aanvaller op de vleugel ook dienstbaar is aan zichzelf. Die maakt meer doelpunten dan de spits.

Kijk naar de cijfers in Nederland. Hirving Lozano is na 23 ronden topschutter met dertien doelpunten, Berghuis volgt met twaalf. Ze zijn flankspeler. De centrumspitsen blijven achter. Wout Weghorst scoorde tien keer, Klaas-Jan Huntelaar, Tim Matavz en nog een paar aanvalsleiders staan op negen, Luuk de Jong op acht. Ze moeten opschieten, willen ze het gangbare aantal van twintig nog halen. De dertig is allang buiten bereik. Romario was in 1989 de laatste topschutter van de eredivisie met minder dan twintig treffers.

Terugval

De schrale cijfers van nu roepen melancholische gevoelens op over de toppers uit een niet al te grijs verleden: Ronaldo met 30 doelpunten in 1995, Nikos Machlas 34 in 1998, Ruud van Nistelrooij 31 in 1999, Mateja Kezman 35 in 2003, Klaas-Jan Huntelaar 33 in 2006, Afonso Alves 34 in 2007, Huntelaar 33 in 2008, Luis Suárez 35 in 2010, Bas Dost 32 in 2012, Wilfried Bony 31 in 2013.

Over de oorzaken van de terugval valt veel te zeggen: de genoemde dertig-plusclub bestond over het algemeen uit toppers van de toekomst. Aannemelijk is dat het niveau van nu lager is, hoewel dat ook geldt voor de verdedigers die de spitsen het scoren moeten beletten. De spits is geen fenomeen meer, al is Weghorst een fenomeen in de dop.

Ruud Geels was liefst vijf keer topscorer van de eredivisie bij Ajax en Sparta, met liefst 30, 29, 34, 30 en 22 treffers. Zijn enige gedachte was: scoren. En hij kon alles: hij was snel, kon koppen, passeren en had een onwaarschijnlijke sprongkracht. Zo compleet als Geels zie je ze zelden meer.

Voorzet

Het was ook een kwestie van training. Geels: 'Ik herinner me dat ik met een jasje met vijf kilo zand trainde, om de sprongkracht te vergroten. Ik pleit ook voor de terugkeer van de kopgalg.'

Een kans was vaak een doelpunt bij Geels. 'Ik was meestal de snelste. Als ik alleen op de keeper afging, waren er twee opties: ik passeerde de doelman of ik gaf een lage schuiver. De beslissing hing af van intuïtie.'

En hij kreeg menig voorzet van de zijkant, van een rechtspoot op rechts en een linksbenige voetballer op links. Hij herinnert zich Tscheu La Ling bij Ajax, of soms zelfs Hans Erkens, een man met een eindeloos loopvermogen. En Rensenbrink bediende hem op alle wijzen van links, bij Anderlecht. 'Rensenbrink legde de bal zo op je kanis.'

Ajacied Ruud Geels in actie tegen Feyenoord in 1977. Ruud Geels brengt uit een strafschop de stand op 1-0, hetgeen tevens 100ste doelpunt voor de topscorer betekende. Foto anp

Buitenspelers

Scoren was een roeping. 'Ik herinner me een wedstrijd tegen NAC, met PSV. We wonnen met 7-0 en ik gaf zes assists. Ik had er de ziekte in dat ik niet had gescoord. Spits zijn, dat moet je in je hebben. Altijd je intuïtie volgen. Tegen jezelf zeggen: die bal moet erin. Ik vond het ook heerlijk om strafschoppen te nemen. Een mooiere gelegenheid om het aantal doelpunten op te krikken bestaat niet.' Weghorst en De Jong hebben al gemist en zijn als specialist gepasseerd door Jahanbakhsh en Van Ginkel. Dat scheelt fors.

Weghorst valt het meest op als spits, maar hij mist veel kansen. Huntelaar heeft zijn beste tijd gehad en krijgt weinig voorzetten van David Neres en Justin Kluivert, die veel naar binnen trekken en voor eigen succes gaan. De Jong herstelt van twee matige seizoenen.

De balletjesafwachter is uitgestorven. De spits is een meevoetballer. Buitenspelers gloriëren, als gevolg van een internationale trend. De beste voetballers van de wereld spelen aan de buitenkant, al is Messi bij Barcelona geregeld man van het centrum. Ronaldo en Neymar zijn linksbuitens met vrijheid. Ze zijn meer dienstbaar aan zichzelf dan aan de centrumspits.

'Ideale rechterhand'

In Nederland is het ook zo. Lozano is liever linksbuiten, maar hij speelt ook vaak op rechts. Berghuis komt van rechts en schiet met links, of hij combineert met de centrumspits. Voormalig spits Pierre van Hooijdonk: 'Ik denk dat ik tegenwoordig nooit zoveel gescoord zou hebben.'

Van Hooijdonk snapt dat Weghorst bovenaan staat, als het om spitsen gaat. Hij geeft nooit op, AZ speelt aanvallend en hij heeft Jahanbakhsh. Rechtsbuiten, rechtsbenig. Niet zelfzuchtig. 'Hij is de ideale rechterhand van Weghorst. Hij hoeft niet per se zijn man voorbij om een voorzet te kunnen geven. Hij is niet zo gericht op het zelf maken van goals. Dat is zo verschrikkelijk lekker voor een spits.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.