Profiel

Hoe de luie zwemmer Arno Kamminga een wereldnummer op de schoolslag werd

Voor het eerst sinds de Olympische Spelen van 2004 heeft een Nederlandse zwemmer een medaille veroverd op de langebaan. Arno Kamminga zwom naar zilver op de 100 meter schoolslag.

Arno Kamminga op weg naar zilver op de 100 meter schoolslag. Beeld AFP
Arno Kamminga op weg naar zilver op de 100 meter schoolslag.Beeld AFP

Vrijwel alle Nederlanders leren als kleuter de schoolslag, een ingewikkeld samenstel van intrekken, bijsluiten en doorhalen. Maar serieuze medailles leverde dat zelden op. Nu is er plotseling Arno Kamminga, afkomstig uit Katwijk.

De 25-jarige pupil van de Amsterdamse coach Mark Faber veroverde maandagochtend in Tokio de zilveren medaille op de 100 meter schoolslag, de eerste zwemmedaille voor een man sinds vrije slagkampioen Pieter van den Hoogenband in 2004. Op de schoolslag ging vrouwen als Marie Baron, Nel van Vliet en Petra van Staveren (de recentste, Los Angeles 1984) hem voor: zwemsters uit vervlogen amateurtijden.

Kamminga is, zoals elke Nederlandse topzwemmer tegenwoordig, een professional, iemand die zijn studie aan de kant heeft gezet om alles op zwemmen te zetten. Hij mocht het in 2016 van zijn vader Meindert. Het voorstel kwam van junior zelf. Eén jaar alles op alles en dan maar eens kijken of het wat zou worden. Kamminga had schoolslagspecialist Adam Peaty op tv olympisch kampioen zien worden en bedacht dat hij dat ook wilde.

Wereldtop

De gedachte aan olympisch succes kwam bij Kamminga pas toen hij in 2019 bij de WK in Gwangju opschoof naar de wereldtop, zo gaf hij maandag bij de nabeschouwing toe. Zijn tijden werden serieuzer. De klasseringen op 100 en 200 schoolslag hielden nog niet over: 13de en 10de. Twee jaar later werd hij op beide afstanden tweede van Europa.

Op de 100 meter werd hij, voortgedreven door zijn eigen leergierigheid, na Peaty de tweede zwemmer die onder de 58 seconden zwom: 57,80 is sinds vorige week zijn Nederlands record. Wieger Mensonides, de man van de bronzen medaille op 200 school uit 1960 (Rome), deed destijds 73 seconden (1.13) over de twee banen. In zestig jaar zijn er vijftien seconden van dat Nederlands record afgegaan.

Toen Arno Kamminga jong was, leek het er niet op dat hij zo’n sprong naar de top van de Olympus zou maken. Hij was lui en wat onbezonnen aangelegd, vertelde trainster Bregje van der Pluijm. Hij liep de kantjes eraf. Stond als eerste onder de douche, vaak met een smoes. Maakte dan het warm water in de kleedkamer op, dat soort dingen. In de eigen woorden: ‘Exponent van de Nederlandse jongerencultuur, met zo weinig mogelijk moeite resultaten halen.’

Moeder Marleen

Zijn moeder Marleen hield hem enthousiast voor het wedstrijdzwemmen. Hij, de jongen van de reddingsbrigade te Katwijk aan Zee, ging met zijn zus Iris en broer Elwin naar zwemclub De Columbiaan in Voorhout. Moeder was daar een spil in de activiteiten. Reed de kinderen naar wedstrijden.

In 2011 overleed zij, op 48-jarige leeftijd, aan de gevolgen van borstkanker. Het veranderde het leven van Arno Kamminga op slag. Maandag riep hij haar nog aan voor hij het startblok betrad. Hij zei ook dat ze had ‘meegekeken’. Wie niet had geweten dat zij was overleden, had kunnen denken dat moeder met de familie en vrienden voor de tv had gezeten.

Kamminga werd een serieuze sporter, maar het duurde tot 2016 voor hij vooruit ging. Hij was student informatica en multimedia aan de VU in Amsterdam, maar de combinatie met zwemmen was geen goede. Hij zette de studie stop. Hij zwom al bij de talentenopleiding in het Sloterparkbad en mocht vervolgens aansluiten bij Mark Faber die naam had gemaakt met zijn paralympische zwemteam en als coach van het HPC (High Performance Center) in Amsterdam de ruwe diamant in handen kreeg.

Gewenste stroomlijn

Maandag nam de coach nog eens door waarom zijn pupil zo’n goede schoolslagzwemmer was geworden. Postuur niet te groot, wat goed is voor de stroomlijn (al bewijst kampioenszwemmer Peaty met zijn borstkas als een brandkast dat het ook met een fors lijf kan). Kamminga is 1.84 en heeft schoenmaat 44/45. In de heupen is hij slank; een groot voordeel. Alles voor de gewenste stroomlijn, waarin ook een rechte rug vereist is.

‘Arno is harmonieus qua bouw en motorisch vaardig’, aldus Faber. Maar de grote kracht is zijn instelling: ‘een goede kop’ zoals de ervaren coach dat noemt. Kamminga leert snel. Elke ervaring in een wedstrijd kan hij omzetten in een ‘les geleerd’. Hij vindt trainen geen belasting.

De voorbije anderhalf jaar, het coronatijdperk, leefde Kamminga min of meer in afzondering. Hij was net op zichzelf gaan wonen in Amsterdam toen de epidemie uitbrak. Hij moest familie en vrienden mijden. ‘Ik heb die contacten op een handvol kunnen houden’, vertelde hij maandag, het zilver beschrijvend als een plak met de glans van goud.

Trainingsblok

De laatste anderhalve week in Tokio was hij solo op zijn kamer gebleven. Alles om covid buiten de deur te houden. Hoe erg zou het zijn geweest als hij vijf jaar werk had moeten weggooien door een late ‘positief’. In het voorbije najaar liet hij stevige verdiensten in de ISL (het profcircuit met miljoenen dollars prijzengeld) liggen, om een stevig trainingsblok af te werken.

Zijn keuzes leverde hem alvast een medaille op. Dat kan er nog één extra worden. Donderdagochtend (03.44 Nederlandse tijd) staat hij normaliter op het startblok voor de finale van de 200 meter schoolslag. Dat was tot voor kort zijn favoriete nummer. Kamminga zegt dat hij dieper dan diep zal moeten gaan om zijn kansen te pakken. Als hij dat zegt, is er niemand in de zwemwereld meer die daar aan twijfelt. Kamminga is de nieuwe maat der dingen in het Nederlands zwemmen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden