SerieDe naam is een verhaal

Hoe de eerste rugbyclub van Zeeland Oemoemenoe kwam te heten

Nederlandse sportverenigingen hebben de wonderlijkste namen. Bijna altijd met een goede reden. Bart Jungmann belicht in een wekelijkse serie een curiositeit uit de vaderlandse sport. Deel 2: Oemoemenoe uit Middelburg.

Rugbyclub Oemoemenoe in Middelburg. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Rugbyclub Oemoemenoe in Middelburg.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Opgelet, Barend Midavaine (75) gaat het clublied voordragen. Hij heeft de blocnote op de betreffende pagina opengeslagen, zijn wijsvinger volgt de tekst. Het gaat over Zeeuwen die niet van poppenstront zijn. Bij dat woord aangekomen, wordt de voordracht een concert. Zijn gebalde rechtervuist houdt de maat en de slotregel davert door zijn keukentje. ‘Oemoemenoe, OEMOEMENOE, oemoemenoe, OEMOEMENOE!!’

Zo hebben ze dat vijftig jaar geleden bedacht toen een import-Zeeuw met het idee kwam Middelburg te verrijken met een rugbyclub. Over de naam waren ze het aanvankelijk snel eens: Eerste Zeeuwse Rugbyclub, EZRC in afkorting. Maar kon het niet meer zijn? Een naam die je niet snel vergat? En toen verzuchtte een van de aanwezigen ‘oemoemenoe’.

Dat was dus in 1971, twee jaar voordat Barend Midavaine op het toneel verscheen, zijnde de kastelein van Braai Tapperij De Mug op de Vlasmarkt in Middelburg. Een maand nadat hij zijn zaak had geopend, een van de eerste eetcafés in Nederland, kwam het team van EZRC Oemoemenoe binnenvallen voor de derde helft.

Zij maakten Barend enthousiast voor hun sport. Hij beloofde de eerstvolgende training te bezoeken. Het werd liefde op het eerste gezicht. Als Midavaine de schittering van rugby in woorden moet vangen, zijn dat: fair, teamgeest en broederschap. Zelf is hij van huis uit turner. Zijn behendigheid en snelheid kon de broederschap goed gebruiken in de tweede rij.

Zo verdedigde Barend Midavaine tot zijn 45ste elke zondag de zwart-witte eer. Een konijnenhol in een Oisterwijks rugbyveld maakte daaraan een hardhandig einde. Bij een sidestep (Barend staat op om het voor te doen) stond zijn standbeen opeens muurvast. Enkelbreuk, liesbreuk, nooit meer rugbyen. Sindsdien heeft hij als trainer, voorzitter en bedenker van originele ledenwerfacties Oemoemenoe nog talloos veel diensten bewezen.

Onderweg naar het complex van Oemoemenoe vertelt Barend Midavaine hoe hij met de hulp van cabaretier Wim de Graaf en musicus Baby den Toonder het wezen van Oemoemenoe samenbalde in dat clublied: taaie klei en onverzettelijke Zeeuwen.

Dat complex is een groene zee van grassprietjes waar het clubhuis als een cruiseschip bovenuit torent. Op het dak van het clubgebouw prijken de zeven klinkers en drie medeklinkers die met hun tienen de naam van de eerste rugbyclub van Zeeland vormen. Op het terras van het clubgebouw, leunend over de reling en uitkijkend over de groene zee, zegt Barend Midavaine: ‘Oemoemenoe is Zeeuws voor: welke kant moeten we op? In feite is dat de essentie van rugby. De bal komt uit de scrum jouw kant op en dan moet je je keuze bepalen. Welke kant gaan we op?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden