BeschouwingSportliefde

Hoe corona het vuur in sportfanaat Bert Wagendorp terugbracht

Beeld Matteo Bal

Ooit was Bert Wagendorp een fanatieke sportkijker, die elke voorbeschouwing, wedstrijd en nabespreking op de voet volgde. Maar de laatste tijd zag hij zijn interesse voor sport gestaag afnemen. Tot corona kwam.

Eindelijk is er een eind gekomen aan de droogte. Maandenlang heb ik als sportliefhebber op een houtje moeten bijten, slechts getroost door herhalingen van wedstrijden die ik allang had gezien of die ik live al oninteressant vond. Of door wielrenners die in hun garage de virtuele Ronde van Vlaanderen reden – absurditeiten die het gemis van live-sport alleen maar benadrukten en die dus zoveel mogelijk vermeden dienden te worden om het niet allemaal nóg treuriger te maken.

Door deze ramp diende zich in maart onvermijdelijk de volgende vraag aan: hoe belangrijk is sport, de passieve variant althans, eigenlijk in mijn leven?

Onmiddellijk gevolgd door een andere vraag: wat nu?

Ik was ooit een fanatieke sportkijker. Zeg maar gerust dat ik naar alles keek waarop je het stempel ‘sport’ kon drukken. Ook luisterde ik vooral naar de radio als daar verslag werd gedaan van een sportwedstrijd, of, als de sportwedstrijd was afgelopen, er werd nagepraat over een sportwedstrijd. Voorbeschouwingen vond ik minder interessant, maar voor de zekerheid keek of luisterde ik er toch naar.

De laatste jaren merkte ik dat ik weleens een voetbalwedstrijd miste en dat ik een boek zat te lezen terwijl Barcelona weer eens een wedstrijd van de eeuw speelde tegen Real of Bayern. Bij de laatste Olympische Spelen, die van 2016 in Rio de Janeiro, zette ik geen wekker meer om live getuige te zijn van een zwemwedstrijd (zwemmen laat me koud, behalve bij de Olympische Spelen) of een paardennummer (paardennummers laten me koud, zelfs bij de Olympische Spelen). Ik zette niet meer automatisch de radio aan om twee uur zondagmiddag.

Overvloed

Terwijl ik er voorheen een eer in stelde om álle wedstrijden van een groot voetbaltoernooi te zien (Ook El Salvador-Irak), selecteerde ik nu scherper. Ik keek niet meer alle Champions League-wedstrijden. Dat had tot gevolg dat ik ook de historische wedstrijden miste – voor één historische wedstrijd moet je investeren in talloze zaaddodende potjes, waarvoor je dan uiteindelijk wordt beloond met iets prachtigs en onvergetelijks. Dat kun je dan terugkijken, maar opgewarmde sport is vergelijkbaar met een opgewarmde prak: het kan er lekker uitzien, maar het smaakt naar bordkarton.

Ik vermoed dat het vooral de toenemende overvloed aan sport was, die ervoor zorgde dat ik me er deels van afkeerde. Het duidelijkst was dat merkbaar met het schaatsen. Er is tegenwoordig zoveel schaatsen op tv, dat ik van de weeromstuit helemaal ben gestopt met kijken. Zelfs een WK allround, een wedstrijd die me vroeger uit de slaap hield, laat ik moeiteloos lopen.

(Maar tijdens het schaatsseizoen was er nog geen corona, dus deze waarneming hoort niet in dit verhaal. Als de tweede golf een hoogtepunt bereikt tijdens de schaatsmaanden, kan ik hier meer over zeggen. Wel bedacht ik dat schaatsen, behalve in Heerenveen, al jaren een coronaprofiel heeft: atleten die hun stinkende best doen voor lege tribunes.)

Andere levensfase

De enige sporten die ik actief bleef volgen waren wielrennen en atletiek – die laatste overigens alleen tijdens het WK en de Spelen. Atletiek: allemaal gedrogeerd, maar op het hoogste niveau de simpelste en allermooiste vorm van sport. De grote wielerklassiekers en de grote rondes: televisie een half uur te vroeg aan en nerveus door de kamer drentelen. De Tour de France: tv aan, op de achtergrond Radio Tour de France, elke ochtend mijn eigen krant spellen en checken wat de andere kranten ervan vonden, veelvuldig appen met andere junkies.

Maar verder begon ik toch echt het relatieve belang van sport in te zien. Ik vond het niet eens meer ‘de belangrijkste bijzaak ter wereld’, zoals het cliché luidt.

Corona, dacht ik, luidt misschien wel de voltooiing van een proces in, de overgang naar een andere levensfase zonder sport, met het wielrennen en olympische hardloopwedstrijden als laatste relict van voorbije tijden, als herinnering aan de blinde sportfanaat die ik ooit was.

Dat bleek niet zo te zijn.

Gemis

Ik bleek sport meer te missen dan ik had verwacht. Zelfs sporten die ik jaren geleden al in het vakje ‘volkomen oninteressant’ had geplaatst miste ik. Als er was gejudood, had ik gekeken. Misschien was ik zelfs blijven hangen bij de paardendressuur of het misbruikte meisjesturnen.

Ik miste de laatste fase van de Champions League, dat opgeblazen monster.

Ik miste de sport als sociaal smeermiddel. Je kunt bij de koffie-automaat wel beginnen over mondkapjes of de vogelstand, maar daar wordt niemand vrolijk van. Het is veel leuker terug te blikken op een bijna-fatale valpartij of een splijtende demarrage.

In de maand april werd het extra zwaar. Die maand deel ik namelijk al jaren in volgens de wielerkalender: de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, de Amstel Gold Race, Luik-Bastenaken-Luik: het zijn meer dan koersen, het zijn bakens in de tijd. April begon en na een dag of dertig was hij ook weer voorbij, zonder dat me precies duidelijk was waar hij was gebleven en wat er was gebeurd. Mijn indruk was, dat er vooral veel níet was gebeurd.

Voor de maand mei nam ik me voor dat niet nogmaals te laten gebeuren. Maar nu ging opeens de Giro ook niet door, die spannende Italiaanse feuilleton, en glipte ook mei me door de vingers.

 Bodemloze put

De tragedie van de sportloze tijden was, dat het nou uitgerekend in het coronajaar een lekkere sportzomer beloofde te worden, met het EK voetbal, de Tour de France en de Olympische Zomerspelen.

Een ruwe schatting leert dat het volgen van die drie evenementen me – voor- en nabeschouwingen meegerekend – ondanks mijn selectieve kijkgedrag tussen de 250 en 300 uur zuivere televisietijd hadden gekost. Dat is best veel. Wat heb ik nu met die zee van tijd gedaan? Heb ik boeken gelezen die ik altijd al wilde lezen, maar waar het niet van kwam door de sport? Heb ik ze gestoken in gesprekken met mijn vriendin om onze relatie te verdiepen? Heb ik naar even leerzame als prachtige documentaires gekeken? Ben ik eindelijk begonnen met het overmeesteren van mijn elektrische gitaar? Ben ik, geheel volgens de trend, lange wandelingen gaan maken? Heb ik een roman afgemaakt?

Het antwoord luidt, vrees ik: niets van dat alles. De uren zijn verdwenen in een bodemloze put. Niet in een bodemloze put van verveling, maar gewoon in de put waarin uiteindelijk alle uren verdwijnen, tot ze op zijn.

Gelukkig is de Tour de France begonnen en weet ik weer waar de tijd blijft. Al die andere dingen komen nog wel een keer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden