Hoe China een voetbalnatie wil worden

Het politbureau heeft gesproken: China wordt een voetbalnatie. Het aantrekken van buitenlands talent is ongewenst verklaard. Het geld moet naar de jeugd. Maar een clubcultuur bestaat niet, velden zijn schaars en Chinese ouders hechten vooral aan schoolprestaties.

In een buitenwijk van Guangzhou in Zuid-China staan de voetballertjes klaar voor de training. Zij hebben geluk. Er is in China vaak weinig aandacht voor de jeugdBeeld AFP / Getty Images

Met een magnetisch bordje en pionnen legt coach Jiao Zi (25) zijn voetbalploegje uit wat er in de eerste helft schortte aan de tactiek. Maar de 10-jarige jochies, die tijdens hun allereerste toernooi met 1-0 achterstaan, willen maar een ding van hem weten: hoe krijgen ze de bal in dat doel? 'Jongens, het zijn de zenuwen. Jullie hebben gewoon gebrek aan wedstrijdervaring', zegt Jiao. Sippe koppies, verbeten blikken: in de tweede helft moeten de jongens scoren.

Jiang werkt voor de amateurclub Hua Ao Feng Yun. Dit jaar zijn er voor het eerst genoeg leden om een jeugdtoernooi te organiseren. Jiao: 'Dat is zeldzaam. Als kinderen een of twee wedstrijden per jaar spelen, is het veel. We hebben niet genoeg mensen voor de organisatie, niet genoeg velden en niet genoeg spelers.'

Dat het eindelijk is gelukt, is te danken aan clubeigenaar Chen Zhiqiang (47). Zeven jaar geleden kocht hij ' uit pure liefhebberij' voor 136.500 euro de naam van de club, plus twee kunstgrasveldjes en honderd volwassen leden. Kort daarop daalde een commando neer uit de hoogste regionen van het Chinese politburo. Maak het Chinees voetbal beter. Of in elk geval: iets minder slecht.

Met die 'politieke taak' had Chen ineens de wind mee. Zijn invloed groeit, hij stapelt functies met gewicht klinkende namen. Hij is voorzitter van Yangzhou Sportcultuur bv, plaatsvervangend partijsecretaris van de Yangzhou Voetbalassociatie, voorzitter van de 'Yangzhou Unie voor Voetballiefde' en directeur van het programma Laat Ze Over Het Hele Land Spelen - een groep die landelijke wedstrijden voor de jeugd van de grond probeert te tillen.

In de embryonale clubcultuur van Yangzhou moet je een duizendpoot zijn, zegt hij: voetbalfanaat, overheidsbobo, zakenman. Zelfs zijn eerste carrière bij het leger en politie telt mee. Al die relaties zet Chen in om zijn voetbalclub op te stuwen in de vaart des volkeren.

Wildgroei

Chen is niet de enige. 'Er dreigt wildgroei in het amateurvoetbal. De overheid heeft zoveel velden aangelegd dat allerlei types een sportleraar inhuren en doen alsof ze dan een voetbalclub hebben.' Een lichte chaos is het gevolg, maar volgens Chen komt de gemeente Yangzhou binnenkort met een voetbalhervormingsplan. 'Dat zal orde brengen.' En wellicht wat overheidssteun voor het jeugdvoetbal, zegt hij hoopvol.

De ontwikkeling van het voetbal kan China niet snel genoeg gaan. Het mag wat kosten. Neem de krankzinnige bedragen die Chinese clubs besteden aan buitenlands talent. De Superleague heeft de internationale transfermarkt ontregeld door honderden miljoenen euro's neer te tellen voor buitenlandse spelers. Voor de trage ontwikkeling van het amateurvoetbal interesseert vrijwel niemand zich. Het jeugdvoetbal is zwaar verwaarloosd.

'Als we voor het jeugdvoetbal op het allerlaagste niveau nou maar de beschikking hadden over een fractie van al dat geld, aandacht en mankracht dat in de Superleague is gepompt. Daar heeft China op de lange termijn veel meer aan', zegt coach Jiao. Een van de ambities uit het voetbalverbeterplan is meer kinderen aan het spelen te krijgen, zodat China zijn eigen Messi's en Ronaldo's kan opleiden, in plaats van te kopen.

De overheid stimuleert dat doel. Zo is begin dit jaar het aankopen van kostbare buitenlandse 'hulptroepen' ongewenst verklaard. Een percentage van de buitenlandse transfergelden moet worden geïnvesteerd in de jeugd. Clubs dienen zich te concentreren op 'opbouw van honderd jaar oude clubs', een term voor de Europese clubcultuur. Die wil China ook, dus wordt 'voetbalcultuurconstructie' geheel volgens de Chinese top-downmethode uitgerold, met quota's en gedetailleerde vijfjarenplannen.

Doel: over drie jaar moet China een miljoen 'geregistreerde jeugdspelers' hebben. Hoeveel dat er nu zijn is onbekend.

Tijd voor een dolletjeBeeld AFP/Getty Images

Alles of niets

Yangzhou, een redelijk welvarende industriestad met 4,6 miljoen inwoners in het oosten, is geen voetbalbolwerk. Het huidige aantal van tien voetbalclubs, met elk een paar honderd leden, geldt al als een enorme sprong vooruit. Er zijn genoeg volwassenen voor een competitie. Nu de jeugd nog, zegt coach Jiang.

Jeugdvoetbal is een onbekend en onbemind fenomeen. Zijn in Europa amateurclubs de kweekvijvers waar talent rondspartelt en tot wasdom komt, in China is voetbal alles of niets. Een kind dat goed met een bal overweg kan - en de mazzel heeft dat dit opvalt bij staatsvoetbalbonden of voetbalacademies - gaat naar een elitaire voetbalschool. Voetbal wordt gezien als belegging, als carrière: het is een geldmachine.

86 is de positie van China op de FIFA-wereldranglijst, nog achter landen als Faeröer (82), Curaçao (73) en Haïti (69).

60 miljoen euro betaalde Shanghai SIPG voor de Braziliaan Oscar, het hoogste bedrag ooit betaald door een Chinese club volgens de website Transfermarkt.

In dat licht bezien is het een wonder dat Zhang Zequan (10) op voetbal zit. Zijn vader, moeder en grootvader helpen hem in zijn wedstrijdtenue. Vooral het strikken van de veters van zijn gloednieuwe schoenen blijkt lastig, maar geen teamgenoot lacht hem uit. Overdreven zorgzaamheid hoort bij een Chinees kinderleven. Hoge cijfers halen op school staat central, de tijd die opgaat aan sport kan beter aan huiswerk worden besteed. Blessures zijn een angstbeeld, daar kan de studie onder lijden. Een hobby is alleen nuttig als er talent wordt gecultiveerd, of als het bij een toekomstige loopbaan van pas komt.

Zhang Zequan is een uitzondering. Hij voetbalt voor de lol, zegt zijn vader Zhang Zhiqiang (40): 'Wat kan mij het schelen dat hij een halve dag per week niet met zijn huiswerk bezig is: een gelukkig kind is ook iets waard. Maar wij zijn uitzonderingen. Daarom zie je hier ook weinig ouders. Ze zien het nut van zo'n toernooi niet in. Ik heb er een dag vrij voor genomen. Geen idee hoe zo'n toernooi in zijn werk gaat. Ik speelde als kind op een braakliggend veldje, maar dat kan tegenwoordig niet meer.'

De velden uit Zhangs jeugd zijn volgebouwd. Het prachtig aangelegde sportpark in Yangzhou is een groen zoompje langs een onafzienbare reeks torenflats. Blok na blok, slechts afgewisseld met winkelcentra en verkeersknooppunten vol auto's. Door het ijltempo van de urbanisatie is de sociale cohesie verbrokkeld. Iedere familie zit op zichzelf in een betonnen hokje van het middenklasse-appartement. Buurtgenoten organiseren niets samen, want ze kennen elkaar niet. Zoals Chinese kinderen onder druk staan goed te presteren op school, zo draaien hun ouders overuren in de ratrace voor volwassenen.

Griezelig professioneel

Voor deze hogere levensstandaard moet zo hard gewerkt worden, dat ouders nauwelijks tijd hebben om hun kind naar de club te brengen, laat staan dat ze vrijwilligerswerk als trainer of penningmeester bij een club doen. Dat is dodelijk voor de ontwikkeling van een clubstructuur zoals in Europa, die drijft op supporters, ouders en vrijwilligers. 'We hopen dat de vader die zijn zoon afzet bij het veld, op den duur in de verleiding komt iets voor de club te doen', zegt eigenaar Chen.

Het team uit de stad Xian marcheert strak in het gelid het veld op. De 10-jarigen verzuipen bijna in hun lange, gevoerde Adidasjassen met sponsorlogo's. Ze worden begeleid door afgestudeerden van een sportacademie en een trainer uit een voormalig provinciaal team. Het ziet er griezelig professioneel uit.

Hua Ao Feng Yun heeft acht oud-spelers als trainers in vaste dienst. Daar kopen jeugdspelers vierentwintig uur training bij in. Ze worden 'lessen' genoemd, omdat ouders waarde hechten aan een educatief etiket. Kosten: 93 euro per kind. Daarmee probeert de club dingen voor de jeugd te organiseren, zegt Chen. 'Aan amateurvoetbal valt geen stuiver te verdienen. Ik hoop dat de overheid snel met ondersteuning voor de jeugd komt.'

Even een tussendoortjeBeeld AFP/Getty Images

Als hij dat geld krijgt, zou hij spelers voor de volwassenencompetitie kopen. Het lijkt een vreemde bestemming voor een extraatje dat meer kinderen moet laten voetballen, maar Chen kan het uitleggen. Het is belangrijk dat zijn club doorstoot naar provinciaal of nationaal niveau, zegt hij. 'We kunnen alleen meer jeugd aan onze club binden als we onze eigen helden hebben. Jongeren zijn alleen geinteresseerd als ze zich aan een voorbeeld in hun eigen omgeving kunnen optrekken.'

Vraag de kinderen naar hun helden en er vallen louter buitenlandse namen. 'Chinese voetballers blinken vooral uit in verliezen', zegt aanvoerder Jiang Jingyu (13). Zelf speelden ze ook niet best, zegt hij schoorvoetend. 'We kwamen heel langzaam op gang en de teamgeest was bagger. Wat wij nodig hebben: heel veel wedstrijden. Want de sfeer was geweldig op dat veld.'

In de tweede helft scoort Jiang Jingyu de gelijkmaker. De trainer van de tegenpartij scheldt zijn ploeg voor 'schildpadeieren' uit. Twee man met camera's nemen het jeugdpartijtje op alsof het om een topduel gaat. In de laatste 4 minuten mag de reserve Zhang Zequan het veld op. Zijn opa drukt zijn neus tegen het hekwerk: hij wil geen seconde van het allereerste toernooi van zijn kleinzoon missen.

Topclub wil vanaf 2020 alleen Chinese spelers

De Zuid-Chinese topclub Guangzhou Evergrande geeft zichzelf drie jaar om af te kicken van zijn afhankelijkheid van buitenlandse voetballers.

De eigenaar van Evergrande, vastgoedmiljonair Xu Jiayin, zei vorige week bij de aftrap van het nieuwe seizoen dat de club vanaf 2020 alleen nog maar Chinese spelers opstelt.

Xu is de eerste Chinese clubeigenaar die zich zo nadrukkelijk voegt naar de instructies van de staats-sportautoriteiten. Die hebben vorige maand een politiek getinte donderpreek gehouden over financieel ongezonde voetbalclubs die 'geld verbranden' door belachelijk hoge bedragen aan buitenlandse voetballers uit te geven, terwijl de Chinese spelers geen kans maken te worden opgesteld.

In het Chinese financieel-economische tijdschrift Caixin zei Xu, samen met Jack Ma van de e-commercegigant Alibaba eigenaar van Evergrande, dat het tijd is de buikriem aan te halen. Na de vette jaren waarin de club de kans op succes kocht door met name Braziliaanse spelers in huis te halen, moet Xu nu proberen zijn club uit de rode cijfers tehalen.

Xu zei ook in het interview met Caixin dat de inkomsten uit de kaartverkoop in het niet vallen vergeleken bij de uitgaven van zijn club. En dan is Evergrande nog de best presterende club van China. Zes achtereenvolgende jaren ging de kampioensbeker van de Superleague, de Chinese eredivisie, naar Guangzhou.

In de eerste helft van 2016 boekte de club 42,6 miljoen euro verlies, nog een bescheiden bedrag vergeleken met de torenhoge schulden van in totaal 274,60 miljoen euro die in de periode 2013 - 2015 zijn opgebouwd, onder meer door een negental dure voetballers en buitenlandse trainers te kopen.

Nu gaat Evergrande afslanken door te 'verchinezen'. Als er al geld wordt uitgegeven, gaat het naar de jeugdopleiding. Evergrande Guangzhou heeft in het zuiden van China de grootste voetbalacademie ter wereld, een sprookjesachtig mooie campus waar 2.800 jeugdspelertjes door oud-trainers van Real Madrid worden klaargestoomd voor een carrière als prof.

Of daar voldoende talent uitkomt om Evergrande van een goed presterend elftal te voorzien is volgens Chinese voetbalkenners twijfelachtig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden