Hoe blijft Formule 1 snel en spectaculair zonder vervuilend te zijn

Alles aan de Formule 1 is groot, groter grootst. Ook het vervuilende karakter. Maar er is hoop. Onder druk van sponsors en de wereldwijde roep om duurzaamheid beloven fabrikanten beterschap. Al gaat het stapvoets.

Formule 1. Beeld anp

De Formule 1 staat te boek als een vervuilend spektakel. Neem de verplaatsing naar Japan vorige week, een reis van 10 duizend kilometer die de klasse sinds 1976 onderneemt. De race stond een week na die van Maleisië op de kalender. Dus vlogen zeven Boeing 747's het materiaal dat bij elke race onmisbaar is - zo'n 700 ton aan auto's, onderdelen en elektronica - 5.000 kilometer naar het noordoosten.

De zeventig zeecontainers met zaken zoals het interieur van de teamgebouwen waren op dat moment na een wekenlange tocht over zee vanuit Engeland al gearriveerd en uitgepakt op het circuit. Twee uur na de GP van Japan, afgelopen zondag, werden de dozen alweer ingepakt om verscheept te worden naar de locatie van de seizoensfinale: eind november in Abu Dhabi.

Circus op verplaatsing

Martin Pople overzag namens logistiekbedrijf DHL de verplaatsing van Maleisië naar Japan. De Brit werkt al twee decennia in de F1 en heeft de sport exponentieel zien groeien. Eind jaren negentig werkte hij als logistiek manager bij het Formule 1-team BAR. 'Een renstal nam toen per race gemiddeld zo'n 15 ton mee. Nu zit Mercedes al op 35 ton', zegt hij op een barkruk voor het onderkomen van het Duitse team in Maleisië. Daar komt bij dat verre verplaatsingen met het vliegtuig frequenter zijn geworden. Twintig jaar geleden vonden twaalf van de zeventien GP's plaats in Europa. Dit jaar zijn dat er slechts zeven van de twintig races.

Alleen de voortdurende tijdsdruk is hetzelfde gebleven in Pople's werk. Het snelste circus ter wereld mag nooit vertraging oplopen. Dus ging de verplaatsing van Singapore naar het circuit van Sepang in Maleisië vorige maand, hemelsbreed een afstand van iets meer dan 300 kilometer, per vliegtuig. De onbetrouwbare wegen en vrachtwagens in Zuidoost-Azië maakten de kans op vertraging simpelweg te groot.

Lewis Hamilton is sinds kort veganist. De F1-coureur was geschrokken van een documentaire over de bio-industrie. Hij vliegt nog wel naar modeshows.

Het zijn precies die zaken waardoor Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde aan de Erasmus Universiteit, zich mateloos ergert aan de sport. 'Formule 1 is de meest onduurzame sport die ik ken', zegt hij. 'Het energieverbruik, de beperkte plek voor nieuwkomers en de hele wegwerpcultuur die de sport symboliseert met banden die niet eens een hele race meegaan. De sport is in alles de oude economie die ver staat van een nieuwe, duurzame wereld.'

Dat beeld is een probleem voor de Formule 1. Zondag racete Max Verstappen nog in Japan. Over een week staat hij in het Amerikaanse Austin aan de start. Die verplaatsingen zijn steeds meer omstreden nu duurzaamheid in de landen die de Formule 1 aandoet, zoals Japan, steeds hoger op de politieke agenda staat. Dat geldt ook voor de sponsoren die de sport financieren en de fans die de klasse een wereldpodium geven.

215 duizend ton

De Formule 1 stootte in 2009, het laatste jaar waarover cijfers bekend zijn, in zeventien races ruim 215 duizend ton aan CO2 uit, vergelijkbaar met het energieverbruik van een kleine stad met ruim 20 duizend huishoudens in een jaar tijd. De meeste uitstoot - iets meer dan de helft - was afkomstig van de productie van onderdelen. Elektriciteitsverbruik, onder meer nodig voor de windtunnels en simulatieapparatuur van de teams, was goed voor 30 procent van de CO2-uitstoot (64 duizend ton). Het vrachtvervoer zorgt voor slechts 6 procent van de totale CO2-uitstoot van de Formule 1.

De auto's zijn volgens de teams minder vervuilend dan wordt verondersteld: slechts 1 procent van het totaal. De bolides stootten acht jaar geleden tezamen in alle races 626 ton CO2 uit, ongeveer hetzelfde als een Boeing 747 die van Amsterdam naar Los Angeles vliegt.

Dat de racewagens minder vervuilend zijn dan voorheen, wordt door de bedrijfstak onophoudelijk benadrukt. Drie jaar geleden ruilde de klasse met veel tamtam de benzine slurpende, bulderende V8-motoren in voor hybride aangedreven en stillere V6-turbomotoren.

Volgens hoogleraar Rotmans zijn het luchtbellen die meteen doorgeprikt moeten worden. Hij noemt het 'greenwashing'; iets groener maken dan het daadwerkelijk is.

Cyril Abiteboul (39) is in de Formule 1 teambaas van Renault en als hoofd van de motorafdeling bij de Fransen verantwoordelijk voor de krachtbron van Max Verstappen. In de aanloop naar de GP van Japan op het circuit van Suzuka praat hij open over de netelige band tussen Formule 1 en duurzaamheid.

'Natuurlijk, er is greenwashing in de Formule 1, simpelweg omdat autosport voor fabrikanten vooral een marketingplatform is', zegt hij. Erg is dat niet, vindt hij. 'We hebben namelijk een geweldige kans om technologie te ontwikkelen en te promoten die beter voor het milieu is dan de huidige technologie in straatauto's.'

De Fransman is zich bewust van het energieverslindende imago van de Formule 1. Hij zal wel moeten. Sinds 2014 bestaat de volledig elektrisch aangedreven Formule E. Hoewel die tak van autosport in aantrekkingskracht en populariteit onderdoet voor de koningsklasse, doen er meer autofabrikanten aan mee dan aan de Formule 1. De twee belangrijkste pijlers van de Formule 1 - de olie- en de auto-industrie - zijn volop aan het anticiperen op een nieuw tijdperk. Er is geen autofabrikant die zich niet bezighoudt met elektrisch rijden en geen oliebedrijf dat geen afdeling heeft opgericht om alternatieven voor fossiele brandstoffen te onderzoeken.

heimwee naar de v10

Of de coureurs met het oog op dat naderende, nieuwe tijdperk voldoende op de hoogte zijn van het vervuilende imago van hun sport is de vraag. WK-leider Lewis Hamilton kondigde vorige maand aan veganistisch te gaan leven na het zien van een documentaire over de vleesindustrie. Ondertussen vliegt de Brit tussen races door in zijn privévliegtuig naar modeshows of filmpremières. Met één vlucht overtreft hij de hoeveelheid CO2 die hij in een seizoen al racend uitstoot ruim.

Max Verstappen heeft geen affiniteit met elektrisch racen. 'Laten we het de komende vijftien jaar nog even houden zoals het nu is', zei hij begin april nog. Als het aan hem ligt keert de F1 zelfs terug naar de luide, zwaardere V10-motoren uit 2005. Het is een sentiment dat onder meer coureurs leeft.

Renault-baas Cyril Abiteboul begrijpt dat wel. 'Ik ben de eerste die op Suzuka de V10-motor van Ayrton Senna weer wil horen. Geweldig', zegt hij. 'Maar dat was een andere wereld, in een andere tijd. Accepteren en doorgaan.'

Hij vindt dat de Formule 1 vooral relevant moet blijven voor fans en sponsoren om te overleven. 'We kunnen niet toekijken hoe de wereld verandert, zonder onszelf te veranderen. Daarom kunnen we elektrificatie niet de rug toekeren. Jonge mensen, zelfs van mijn leeftijd, zijn steeds minder geïnteresseerd in de Formule 1. Het past niet meer in de wereld waarin zij leven', zegt hij.

Duurzaamheid is volgens hem niet meer weg te denken uit die wereld. Abiteboul denkt hardop na over een F1 zonder zware, lawaaierige motoren die F1-fans decennia het gevoel van snelheid en spektakel gaven. 'We kunnen fans dichter op de actie zetten. Of misschien moeten we de circuits veranderen. Die zijn nu extreem veilig, omdat de Formule 1 vroeger veel gevaarlijker was', zegt hij.

Waterstof

Snel en spectaculair blijven zonder als een vervuilende tornado over de aarde te trekken: dat is volgens Abiteboul de grootste uitdaging voor Formule 1.

Japan kan daarin een leidende rol spelen. Enkele kilometers ten noordoosten van het Suzuka-circuit, voor het stadhuis van het stadje Suzuka, staat sinds augustus een waterstoftankstation op zonne-energie, een van de weinige op de wereld. Volgens de wetenschap kan de emissieloze waterstof in de toekomst fossiele brandstoffen vervangen.

Het Japanse automerk Honda bracht in 2008 de eerste waterstofauto op de markt. Het is niet toevallig dat Japan voorloper is op dit gebied. Geen land wordt vaker getroffen door natuurrampen en met de opwarmende aarde wordt Japan alleen maar kwetsbaarder.

Het heeft de Japanners milieubewust gemaakt. Met name sinds de kernramp in Fukushima in 2011 investeert het land fors in duurzame energie.

Yusuke Hasegawa is baas van het Formule 1-project van Honda. Als Japanner ervaart hij die duurzaamheidsslag aan den lijve. 'Vooral aan al die verschillende prullenbakjes', zegt hij lachend, terwijl hij naar de vier containers in het Honda-kantoor op het circuit wijst. Volgens hem kan de duurzame missie van zijn land in het algemeen en die van Honda in het bijzonder een voorbeeld zijn voor de Formule 1.

Mits de raceklasse 1 het neusje van de zalm van de autosport blijft. Honda is het succesvolste Japanse automerk in de Formule 1. De Japanners denken met weemoed terug aan de successen die het merk vierde als motorleverancier van McLaren eind jaren tachtig, met onder meer de drie wereldtitels voor Ayrton Senna.

De merchandise van de Senna vloog het gehele weekeinde over de toonbank op het circuit. Niet omdat Senna's motor zoveel benzine slurpte, maar omdat hij de snelste auto had in de topklasse van de autosport.

Hasegawa: 'Daar heeft het in de Formule 1 altijd om gedraaid. Dus als we in de toekomst die snelste auto's op waterstof kunnen laten rijden, zou dat prachtig zijn.'

Aanvullingen en verbeteringen
In een eerder versie van dit artikel werd een verkeerde vergelijking gemaakt. 7 Boeing-vliegtuigen kunnen geen 700 duizend ton vervoeren. Voor dat gewicht zijn 7000 van die toestellen nodig.

Een inkijkje in het imperium van de Formule 1

Met Max Verstappen is een Nederlander uitgegroeid tot een wereldster in de Formule 1, een mondiale miljardenindustrie. Maar in wat voor sport is Verstappen eigenlijk succesvol? De Volkskrant bezocht dit seizoen de races in Engeland, Italië, Maleisië, Japan en Amerika om de verschillende gezichten van de raceklasse door te lichten. Lees op onze Formule 1-pagina over het verleden, heden en de toekomst van Verstappens wereld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden