analyse

Hoe anders zag het er vorig jaar in deze fase van de Tour uit

Hoe staat de Tour de France ervoor na een doldwaze eerste week?

Ook voor de toeschouwers was het zondag afzien.  Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Ook voor de toeschouwers was het zondag afzien.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Tadej Pogacar heeft de Tour bijna in het slot gegooid. ‘Dat ik goed was, wist ik al. Dat kon ik vooraf zien aan mijn cijfers’, zei de Sloveen in een online-persconferentie op de maandagse rustdag.

Cijfers drukken ook zijn dominantie uit: Australiër Ben O’Connor staat tweede op ruim twee minuten. Dat is ongekend veel na pas negen van de 21 etappes. Nummer drie, de Colombiaan Rigoberto Urán, heeft een achterstand van liefst vijf minuten en achttien seconden op Pogacar. Er kwam ook wat geluk bij kijken, vertelde die. ‘Veel favorieten zijn zwaar gevallen en dat heeft ze veel energie gekost. Ik had in de eerste week geen schrammetje, op een kleine val na.’

Voor deze Ronde van Frankrijk was er unanimiteit over de grote favorieten. Pogacar stond bij iedereen bovenaan het lijstje, maar vlak daaronder Primoz Roglic en Geraint Thomas. Roglic stapte als gevolg van een val niet meer op voor de negende etappe, waar hij vorig jaar in rit negen nog de gele trui pakte. Thomas rijdt nog mee, dreigde na een val af te stappen, maar lijkt er bovenop te komen. Althans, om Parijs te halen, niet om de eindzege te pakken.

Van de vooraf getipte favorieten gaat de strijd om de resterende twee podiumplaatsen tussen de Ecuadoriaan Richard Carapaz, Urán en de Nederlander Wilco Kelderman, die zevende staat op veertig seconden van dat podium.

Wat Geraint Thomas, de Britse Tourwinnaar van 2018, de komende twee weken rest, geldt voor veel renners die droomden van Tourwinst tot de huiveringwekkende valpartijen in met name de eerste en derde etappe. Kansloos voor het podium in Parijs zit er nog maar één ding voor ze op: hun Tour redden met een etappeoverwinning. Dat is voor het grootste deel van de Tourdeelnemers altijd al het hoofddoel, maar dit jaar komen daar nog eens tal van ex-klassementsrenners en hun helpers bij. Gevolg: een peloton dat grotendeels bestaat uit rittenkapers.

De tot potentiële ritwinnaars omgedoopte klassementsrenners, vaak herkenbaar aan een rugnummer dat eindigt met ‘1’, dragen namen zoals Miguel Ángel López, Julian Alaphilippe, Sergio Henao, Warren Barguil en Søren Kragh Andersen. Er horen ook drie Nederlanders bij die vooraf zeiden de ogen op het klassement gericht te houden: Bauke Mollema, Wout Poels en Steven Kruijswijk. Zoals zovelen op zondag, volgens Pogacar de ergste dag in de carrières van veel renners, deed regen en kou hen besluiten de klassementsambities eraan te geven.

Kleinere verschillen

Hoe anders zag het er vorig jaar in deze fase van de Tour uit. De tijdverschillen in de top waren veel kleiner. Na de negende etappe stond toen de later uitgevallen Colombiaan Egan Bernal tweede op 21 seconden en Guillaume Martin derde op 28 tellen. De Fransman bezet nu op ruim zeven minuten plek negen.

Vorig jaar stond Pogacar zevende op slechts 44 seconden achter het geel. Carapaz bezette in 2020 de vijftiende plaats met een achterstand van 3.42 minuut, nu is hij vijfde op 5.33 minuut. Of neem de Colombiaan Estaban Chaves: twintigste vorig jaar op 12.13, nu vijftiende op ruim 22 minuten.

Daarachter staan de grote namen op een half uur en de iets minder grote namen op minstens een uur; van het geel, van het podium, van de toptien, dat is om het even. Voor de tv-kijker is dat allemaal goed nieuws. De eindzege mag dan vrijwel beslist zijn, er valt elke komende etappe alsnog te genieten van spectaculaire strijd van circa honderdvijftig renners die gaan vechten om twaalf ritzeges.

Eigenlijk zijn dat er elf, want de tijdrit op de een na laatste dag maakt grote kans in handen te vallen van Pogacar, net als vorig jaar. ‘Wat mij drijft is te bewijzen dat ik de Tour vorig jaar niet alleen heb gewonnen omdat ik één dag in de tijdrit heel erg goed was. Dit jaar wil ik de hele wedstrijd laten zien aan de wereld wat ik kan.’

Die wereld is er niet volledig van overtuigd dat de zeer jonge Sloveen (22) dat allemaal kan zonder naar de middelen te grijpen waarmee zijn sport nogal een geschiedenis mee heeft. Pogacar klapte niet dicht toen hem door l’Équipe in de persconferentie werd voorgehouden dat sommige mensen het verdacht vinden zoals hij alle favorieten na een week op zo’n grote achterstand zette.

‘We hebben heel veel controles. Zondag had ik er drie in één dag: twee voor de etappe en één daarna. Dat lijkt me van genoeg gewicht om het ongelijk van die mensen aan te tonen.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden