Hockeyers komen conditie tekort

'We liggen op schema', zei bondscoach Maurits Hendriks. Het leek een vreemde constatering na een weekeinde waarin de Nederlandse hockeyploeg conditie en spelritme ontbeerde en zodoende na drie oefenduels op de laatste plaats eindigde....

De kloof met Groot-Brittannië (0-3) en Duitsland (1-2) was tijdens het vierlandentoernooi in Hamburg weliswaar groot, maar tegelijkertijd eenvoudig te verklaren. Beide ploegen (net als Zuid-Korea) zijn een aantal weken geleden al de laatste fase van de olympische voorbereiding ingegaan, op een moment dat de Nederlanders juist aan hun zomervakantie begonnen. Verontrustend vond de bondscoach dat verschil in aanpak in het geheel niet.

'Onze voorbereiding is twee jaar geleden al gestart. We zijn op een heel hoog niveau (na de winst in de Champions Trophy) de vakantie ingegaan. Zes weken is lang genoeg om weer helemaal fit te worden', aldus Hendriks. Het verleden sterkte hem in die gedachte. Voor het WK in Utrecht, waar de ploeg goud won, trok de toenmalige bondscoach Roelant Oltmans vijf weken uit. Om in Australië te acclimatiseren werd nu een extra week toegevoegd.

Hendriks: 'Langer moet ook niet. De spelers moeten fris blijven. Zuid-Korea is nu al in een indrukwekkende vorm, maar het is de vraag of ze dat ook zo lang volhouden. Wij spelen deze oefenwedstrijdjes juist om weer fit te worden.'

En zelfs dat was een verre van eenvoudige opgave. Daarvoor kwam het Panasonic Masterstoernooi eigenlijk iets te vroeg. De eerste zware trainingsweek leverde zoveel slachtoffers op dat de gehele voorhoede (Van Wijk, De Nooijer en Buma) met kleine blessures op de bank belandde. 'Uit voorzorg', benadrukte Hendriks. 'Het heeft absoluut geen zin om nu risico's te nemen.'

Dat het in zo'n fase, waarin niet eens zestien fitte spelers op de been gebracht konden worden, toch zin had om oefenwedstrijden te spelen, vond hij wel degelijk. 'De jonge jongens hebben hier heel veel tijd gekregen om ervaring op te doen en dat betaalt zich altijd een keer uit.'

Daarmee doelde hij vooral op de inbreng van voorhoedespelers Karel Klaver en Paul Frederik van Esseveldt die een redelijke indruk maakten op de bondscoach, maar pas na een testserie tegen Zuid-Korea zullen weten of ze tot de laatste achttien spelers (onder wie twee reserves) behoren die uiteindelijk naar Sydney zullen afreizen.

Ondanks het verlies prees Hendriks vooral de wijze waarop de ploeg zich gisteren in de tweede helft tegen Duitsland staande hield. Al na een kwartier, met een 2-0 achterstand op het scorebord, dreigden de spelers één voor één van vermoeidheid om te vallen, maar op karakter speelde de ploeg de wedstrijd toch nog degelijk (2-1) uit. Strijdlust en discipline kwamen zeer tegen de verwachting in bovendrijven op het moment dat zelfs de bondscoach daar niet meer op durfde te hopen.

Winst, of zelfs maar een gelijkspel, was echter iets te veel gevraagd voor het team dat niet alleen fysiek een grote achterstand heeft in te halen, maar bovenal het zware verlies van vier ervaren internationals voelde. 'Wat hier op de bank zit, is niet zo snel te vervangen. We kregen nog wel een paar kansjes, maar ik kan van deze jonge spelers, die hier ook op hun laatste benen lopen, niet verwachten dat ze die er ook nog inschieten.'

Zoveel mogelijkheden kreeg Nederland bovendien niet. Het was al bewonderenswaardig dat de Duitsers, na een overdonderend begin, terug op de eigen helft werden gedwongen.

Ze riepen daarmee de toorn van de Duitse bondscoach Paul Lissek over zich af, die weliswaar het toernooi in eigen land won, maar zich nog lang niet tevreden toonde over de tactische aanpak van zijn ploeg.

De Duitsers vonden na de treffers van Bechmann en Witthaus, die ongehinderd konden doorlopen wegens onoplettendheid in de Nederlandse defensie, een aangeslagen elftal tegenover zich, maar wisten zich met die ongewone situatie geen raad. Heel langzaam kon Nederland de wedstrijd daardoor toch weer een beetje naar zich toe trekken en kreeg als beloning voor die veerkracht een strafbal toegekend. Wouter van Pelt verzaakte niet.

Ondanks de lovende woorden van de coach eindigde de regerend olympisch kampioen toch gewoon troosteloos op de laatste plaats. En hoewel de voltallige ploeg zijn schouders ophaalde over die in hun ogen onbelangrijke klassering, noemde aanvoerder Stephan Veen het desondanks hoogst irritant om te verliezen. 'Maar dit houdt ons wel scherp. We weten waar we staan. We hebben nog zes weken om fit te worden en de puntjes op de i te zetten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden