Hockeyer, stap eens uit je cirkel de judomat op

Hockeyers oefenen op de judomat, waterpolosters zoeken prikkels in de ring en voetballers worden bijgeschoold in de turnhal. Veel sporten doen aan kruisbestuiving. Sterker, sneller en evenwichtiger worden dankzij de kneepjes van een andere discipline.

International Mink van der Weerden wordt gevloerd door judotrainer Bram Strik. Een deel van de nationale hockeyselectie kijkt. Beeld Klaas Jan van der Weij

1. De hockeyer in judopak

De hockeyers van het Nederlandse team hebben die ochtend op Papendal hun oranje shirts verwisseld voor een blauw judopak. Ze maken de traditionele buiging voor gastdocent Bram Strik van judoschool Kenamju in Haarlem, die even later Mink van der Weerden op zijn rug legt. Lachend zegt de strafcornerspecialist dat hij de judoles de 'leukste training van de week' vindt.

Van der Weerden gelooft in afwijkende trainingsvormen. 'Je leert je lichaam anders te gebruiken, je balans te bewaren met een vent in je nek. Duels op een hockeyveld gaan gepaard met trekken en duwen, dat doen we hier op een judomat in een extreme vorm. Het zal onze stabiliteit zeker vergroten.'

Floris van der Linden gaat onderuit na een beenveeg van Strik. 'Die man is een beest', zegt de verdediger van HGC. 'Alles wat hij doet is gecontroleerd, elke judotechniek is functioneel. Hockey is een fysieke sport geworden. Maar je kracht op een lompe wijze inzetten is niet zinvol. Door het judo blijven we beter op onze benen staan.'

Billy Bakker twijfelt aan de meerwaarde van de judotraining. 'Ik zie judo als een andere vorm van krachttraining. Ik denk niet dat ik er beter door ga hockeyen. Ik ben er als aanvallende middenvelder juist bij gebaat om uit de duels te blijven.'

Uitgerekend bij de judotraining breekt debutant Lars Balk zijn duim. 'Domme pech', aldus bondscoach Max Caldas. Hij noemt het judo 'een donorsport' om zijn spelers atletisch te scholen. 'Het is juist onze valkuil om te denken dat we alleen hockeytechnieken nodig hebben om beter te worden.

'We doen structureel aan judo om dynamischer te trainen. Ik zie de progressie. Het is een bewustwordingsproces, door het judo maken hockeyers andere krachten los in hun lichaam. Win ik straks dat ene duel in de cirkel? Kom ik op het beslissende moment voor mijn tegenstander voor de tip-in? Deze trainingen kunnen een paar procent bijdragen om goud te winnen op de Spelen van Rio.'

Beeld Klaas Jan van der Weij

2. De sportpsychologe in trainingspak

Het was een taboe voor sportpsychologen, sinds Ferdi Oyen in 1987 in trainingspak baanwielrenster Mieke Havik bijstond tijdens haar - faliekant mislukte - poging om het werelduurrecord te verbeteren. Oyen werd een charlatan genoemd, schoenmaker houd je bij je leest was het devies. Toch traint psychologe Berber van den Berg haar atleten wel degelijk in sportkleding.

De dochter van coach Tjalling van den Berg heeft geturnd op topniveau en is in het Engelse Bangor afgestudeerd in de psychologie, met sport als specialisatie. 'In Engeland werd de theorie meteen in praktijk gebracht, we stonden als psychologen langs het veld om mentale training te geven.'

En vader Tjalling: 'In ons turncentrum zat niemand te wachten op een sportpsycholoog in C&A-kostuum. Berber onderscheidt zich juist door in trainingspak tussen de sporters te lopen, zo is zij de verbindende schakel tussen coach en atleet.

Als turnster bezocht Berber van den Berg ook een sportpsycholoog. Toch miste ze een actieve, mentale begeleiding, vertelt ze nadat ze met de voetballers van Heerenveen heeft gespind en lenigheidsoefeningen heeft gedaan. 'Ik had behoefte aan mentale tips in de zaal. Het is spannend om op een balk te staan, die stress is lastig na te bootsen in een gesprek. Ik doe oefeningen waarbij die mentale valkuil in beeld wordt gebracht. Zo worden je angst, de twijfels en het negatieve denken tastbaar.'

Ze moest als vrouw en psychologe de nodige weerstand overwinnen in de voetbalwereld, zegt Van den Berg. 'Ik heb mezelf als voormalig topturnster geïntroduceerd en er niet bij verteld dat ik ook sportpsychologe ben. Ik wilde eerst een band opbouwen. Nu vinden ze het normaal dat ik ook de mentale training geef.'

Op dat gebied valt volgens Van den Berg nog een wereld te winnen. 'Voetballers lijken stoere jongens, maar ik zie ook onder welke druk ze moeten presteren. Dat wordt enorm onderschat. De spelers van Heerenveen durven het nu toe te geven als ze gespannen zijn. Ze praten over hun twijfels: wij willen er weerbare mensen van maken.'

Beeld anp

3. De voetballer op de balk

Als coach van Jong Oranje stuurde Foppe de Haan de voetballers al naar de turnzaal om ze sterker en leniger te maken. Sinds zijn terugkeer bij Heerenveen traint ook het eerste elftal wekelijks in het Epke Zonderland Turncentrum. 'Die jongens even laten schrikken, ze uit hun comfortzone halen', zo formuleert De Haan zijn missie.

Mitchell te Vrede erkent dat hij een 'mannetje' is. In de turnzaal kwam de spits van Heerenveen zichzelf tegen. Vanuit stand springt hij op een blok. En nog eens. En weer, tot het pijn doet. 'Eerst dacht ik: oh, leuk, beetje trampolinespringen. Moest ik rennen in de turnkuil, over een bewegende vloer en met een waterzak in mijn nek. Dat is afzien. Het was de kunst om me niet te laten afleiden.'

In zijn periode bij Feyenoord deed Te Vrede al aan krachttraining, Heerenveen voegt er in de turnhal een mentale component aan toe. Te Vrede vertelt over zijn rode kaart tegen ADO, toen hij zich liet provoceren. 'In de turnzaal lopen mensen rond, die moedwillig tegen me aan beuken. Ik pik weinig in het veld, doe snel mijn mond open. Ik heb een kort lontje. Of deze trainingen helpen, is afwachten.

'Ik ben meer over mijn gedrag gaan nadenken, sinds dat incident tegen Heracles met Ramon Zomer. Het was dom van me, ik was nog nooit uit het veld gestuurd. Ik dupeerde mezelf en het team. Tijdens mijn schorsing heb ik veel getraind in het turncentrum. Nu kan ik me beter beheersen na een schop. Niet meteen reageren, doorgaan.'

Coach De Haan kijkt glimlachend toe als Te Vrede weer een serie 'squatsprongen' afwerkt. 'Mitchell is mede door deze oefeningen een ander mens geworden. Hij is nog sneller en explosiever. Je ziet het op het veld. Hij wint steeds meer kopduels.'

Te Vrede: 'Ik was altijd al kopsterk, goed timen in de lucht en ballen verlengen is mijn specialiteit. Turntraining kan me nog beter maken, daarom geef ik alles.'

Mitchell te Vrede, spits van Heerenveen doet een turnoefening in het Epke Zonderland Centrum. Beeld Klaas Jan van der Weij

4. De waterpoloster in de boksring

De nederlagen in de WK-finale tegen Amerika en een oefenduel met Australië leerden bondscoach Arno Havenga dat de waterpolosters fysiek sterker moeten worden om zich te plaatsen voor de Spelen van Rio. We worden

niet beter door eenmalig een andere sport te beoefenen. Toch kunnen we de kneepjes van het boksen, judo en worstelen toepassen om ons te wapenen voor de duels onder water.'

De waterpolosters doen al enige tijd aan poweryoga, 'vooral als blessurepreventie', zegt Havenga. Vorige maand mocht de selectie zich uitleven in de ring. 'Bij de bokstraining werd het voetenwerk en de concentratie van de meiden getest, dat vond ik essentieel. Wij zijn gewend om als team te opereren, nu stonden de meiden er alleen voor.'

Sabrina van der Sloot zag de parallellen met de gevechten in het water. 'In het bad worden ook beuken uitgedeeld. Boksen roept een bepaalde agressie op, zeker als je los gaat op een boksbal. In het boksen leer je om positie te kiezen en je snelheid te gebruiken. De bokscoach zei ook dat we het hoofd koel moesten houden.'

En lachend: 'Ik weet nu hoe ik iemand knock-out moet slaan, maar ik hoop dat het niet nodig is om kampioen te worden.'

5. De duurzame eco-coach

Turncoach Tjalling van den Berg gelooft alleen in de totale kruisbestuiving. 'Het is goed dat coaches over hun grenzen heen kijken. Maar je mag niet zo dom zijn om hockeyers alleen te laten judoën, dat vind ik niks. Dan heb je de kruisbestuiving verkeerd begrepen. Vallen op een mat is toch iets anders dan met een hockeystick in je hand op kunstgras? Je moet het verdiepen.'

In het turncentrum traint een korfbalster, die weer moet durven vallen. Schaatsers zoeken de juiste balans op de balk, amazone Adelinde Cornelissen zat ook in de turnhal denkbeeldig op haar paard. Voetballers hangen als Yuri van Gelder aan de ringen en moeten in de lucht ballen terugschieten. Van den Berg: 'De trainingen moeten wel bij hun sport passen.'

Toch moeten de coaches hun eigen sport ook ontstijgen, aldus Van den Berg. 'We hebben dertig coaches uit verschillende disciplines, ook op gebied van voeding en medische begeleiding, met maar een doel: de sporter centraal stellen. Ik ben turntrainer, dat werkt niet meer. Bij ons ben je eco-coach. Ecologisch coachen is duurzaam, de meeste topsporters zijn gedurende hun carrière afhankelijk geraakt van hun trainer. Die sporters hebben nooit geleerd een doel in hun leven te ontwikkelen. Zodra ze stoppen, donderen ze het ravijn in.'

In hun boek ECO Coach, A Way of Life beschrijven Tjalling en Berber van den Berg de principes. 'Wij maken sporters duurzaam fit, fysiek en mentaal. We zijn op het CIOS in Heerenveen gestart met een internationale masterclass eco-coachen, waarbij de kruisbestuiving ook het bedrijfsleven, de overheid en zorg en welzijn omvat. Sporters moeten zelfsturend worden en dat kan alleen door hun weerbaarheid te vergroten. Daarvan hebben ze hun leven lang profijt.'

De trainer moet meer coach durven zijn om zijn blikveld te verruimen, stelt Van den Berg. 'De trainer geeft opdrachten, de coach stelt vragen. Een trainer heeft vaste programma's, de coach is dagelijks vernieuwend. Een trainer vindt zichzelf belangrijk, de coach maakt zich ondergeschikt aan de sporter. Topsport is voor honderd procent ook mentaal en toch besteden we in Nederland slechts 0 tot 5 procent aandacht aan dat aspect.'

Een trainer is ook beperkt houdbaar. Van den Berg: 'Daarom claimen wij een sporter niet. We wisselen geregeld van eco-coach, zoeken de geschikte expertise. Je komt hier om een complete topsporter te worden. Mensen die in de denkstand zitten, brengen we naar het gevoel. En we zetten er de juiste coaches op om ze daarbij te begeleiden. Trainingsschema's zijn vaak de fossielen van de vorige eeuw. Als die leidend zijn en niet de mens verlies je altijd.'

De huidige wereldtoppers Dafne Schippers en Epke Zonderland zijn de boegbeelden van de kruisbestuiving, zegt Van den Berg. 'Ze zijn veelzijdig opgeleid, hebben zich niet te vroeg gespecialiseerd op een onderdeel. Ze zijn ontsnapt aan de monotonie en allrounders geworden. Maar alles begint met bewegen. Als je kinderen nu vraagt om in een boom te klimmen, zoeken ze eerst een ladder.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden