Interview Jelle van Gorkom

Hij behoorde tot de beste BMX’ers van de wereld. Nu probeert Jelle van Gorkom zijn leven weer op te pakken na een desastreus ongeluk op de trainingsbaan

Hij behoorde tot de beste BMX’ers van de wereld. Tot dinsdag 9 januari 2018. Tijdens een training fietst Jelle van Gorkom op een ketting aan de voet van de startheuvel. Van krachtmens tot wrak in een paar pedaalslagen. 

Jelle van Gorkom. Beeld Klaas Jan van der Weij

In de woonkamer van Jelle van Gorkom (28) staat een ­ingelijste tekening tegen de muur. Het is een schets van zijn zilveren medaillerace ­tijdens de Olympische ­Spelen van 2016; het hoogtepunt van zijn leven. ‘Als ik naar die poster kijk, denk ik: dat is die jongen die blijkbaar goed kon fietsen. Ik herken mezelf, maar kan me niet meer inbeelden hoe het was.’

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Van Gorkom zit aan de eettafel. De zinnen die hij maakt, rollen uit zijn mond alsof zijn stem vertraagd wordt afgespeeld. De signalen naar zijn linker lichaamshelft zijn verstoord waardoor hij een spasme heeft. Hij loopt moeizaam. Zijn linkerbeen sleept hij met zich mee. Zijn linkerarm kan hij enigszins bewegen, maar nauwelijks gebruiken.

Het is allemaal het gevolg van zwaar hersenletsel dat hij begin vorig jaar opliep tijdens een training op ­Papendal. Hij knalde met 60 kilometer per uur tegen een ijzeren veiligheidsketting die per ongeluk onderaan de startbult was blijven hangen. Die ketting werd normaal gesproken voor de training weggehaald.

Geheugenverlies

Wat er op die dinsdag (9 januari 2018) precies is gebeurd, kan de fietscrosser uit Lichtenvoorde zich niet herinneren. Hij heeft een gat in zijn geheugen: van twee dagen voor het ongeluk tot zes weken erna. Het laatste wat hij nog weet is de autorit met evenementenmanager Laurens van Waardenburg. Die nam hem voor een verjaardagslunch – Van Gorkom was twee dagen eerder 27 geworden – mee naar Duitsland.

Het hiaat in zijn herinnering heeft hij kunnen opvullen door wat bondscoach Bas de Bever, zijn vader John en zijn teamgenoot Niek Kimmann hem hebben verteld. Zijn vader is op zijn verzoek aanwezig bij het interview en zit tegenover hem aan tafel. Hij breekt af en toe in om de leemte in het gemankeerde geheugen van zijn zoon op te vullen.

Aarzeling

De fatale dag begint als een­ ­normale trainingsdag op Papendal, waar hij al jaren traint om zo snel ­mogelijk te kunnen racen over zandcircuits met haakse kuipbochten, compacte bultjes en hoge springschansen. ’s Ochtends werkt hij zich in het zweet in het krachthonk. Daarna volgt de lunch en pakt hij zijn gebruikelijke kop koffie. ’s Middags wacht een oefening over een trits ­bulten (pumptrack) en een sprinttraining voor de Nederlandse BMX-ploeg.

Hoewel het niet op het programma staat, willen Van Gorkom en Kimmann (22) aan het eind van de training nog een paar keer van de startheuvel af om hun start te perfectioneren. Ze behoren tot de wereldtop. Kimmann veroverde in 2015 op zijn eerste WK meteen de wereldtitel. Van Gorkom won een jaar later zilver tijdens de Spelen in Rio. Maar het gaat de laatste tijd wat minder. Een extra training kan geen kwaad.

De startheuvel is negen meter hoog en tien meter breed. Om boven te komen, moeten de crossers aan de achterkant via een trappenhuis omhoog. Vanaf de startpositie is door een knik in de bult niet te zien of de veiligheidsketting, die bedoeld is om onbevoegden van de baan te houden, onderaan de heuvel hangt of is weggehaald. Van Gorkom heeft die weg al honderden, zo niet duizenden keren afgelegd. En even zo vaak heeft hij zich zonder problemen naar beneden gestort.

Boven op de startheuvel zet Van Gorkom zijn helm op. Hij vraagt Kimmann, die nog niet zo ver is, alvast een keer op de startknop te drukken. ­Zodra het starthek valt, is Van Gorkom vertrokken. Normaal is hij na vijf pedaalomwentelingen onder aan de bult, maar nu ziet Kimmann bij de vierde omwenteling een aarzeling bij zijn kameraad. Alsof hij inhoudt. Van Gorkom: ‘Ik weet niet meer of ik die ketting op het laatste moment heb gezien.’

Bondscoach De Bever is halverwege de trap als Van Gorkom bezig is aan zijn laatste meters als fietscrosser. Hij is gewend om aan de voorkant om de baan heen te lopen: had hij dat gedaan, dan was de startketting hem waarschijnlijk opgevallen. Maar omdat Van Gorkom en Kimmann al zijn begonnen toen hij bezig was met een andere groep, pakt hij snel de trap aan de achterkant van de startheuvel. Van bovenaf kan hij de starts van zijn pupillen het beste analyseren.

Een fractie later botst Van Gorkom op hoge snelheid op de ketting. Hij wordt gelanceerd en klapt op de eerstvolgende bult. Hij is direct buiten bewustzijn en zwaargewond: een breuk in het gezicht, een scheurtje in de schedel, beschadigingen aan de milt, lever, nieren en gebroken ribben.

Lichaam was aan het vechten

Binnen een paar minuten arriveren twee ambulances en een traumahelikopter op Papendal. Met de ziekenauto wordt hij onder politiebegeleiding naar de intensive care van het Radboudumc in Nijmegen gebracht. ‘Met de ambulance was het een minuut sneller dan met de helikopter. De mensen die erbij waren op de baan dachten dat hij dood zou gaan’, zegt zijn vader met een brok in de keel.

De eerste tien dagen na het ongeluk wordt Van Gorkom kunstmatig in coma gehouden. Dat is niet voor het eerst. In 2012 lag hij na een zware val in Amerika al eens drie dagen in coma. Nu is hij er slechter aan toe. Zijn vader heeft hem in de VS in het ziekenhuis zien liggen, maar schrikt als hij zijn zoon in het Radboud onder ogen komt.

Over zijn hele lichaam zijn slangen en buisjes aangesloten. Uit zijn hoofd steekt een stalen pin van vijftig centimeter om zijn hersendruk te meten. Die mag vanwege de zwelling niet oplopen. Hij heeft 41 graden koorts en een hartslag van 245. Het hoogste wat hij tijdens het sporten ooit wist te halen is 213. ‘Zijn lichaam was letterlijk aan het vechten’, zegt vader Van Gorkom.

Doktoren vragen zich af of hij nog zal ontwaken. Hij reageert nauwelijks op pijnprikkels. Ook niet als ze de punt van een schaar onder zijn nagels steken, een beproefde testmethode. Thuis aan de eettafel legt Van Gorkom beide handen op tafel. ‘Nu zie je er niks meer van, maar de eerste drie maanden waren mijn nagels helemaal blauw.’

Zijn vader vult aan: ‘Na vier of vijf dagen deed hij zijn ogen voor het eerst open. Maar er zat totaal geen ­leven in die jongen. Hij keek dwars door je heen. Het klinkt heel hard, maar op dat moment was hij niets meer dan een dode die zijn ogen open deed. De doktoren zeiden dat we er ­rekening mee moesten houden dat hij een kasplantje zou blijven. Zijn sterke bouw en topsportmentaliteit hebben hem er doorheen getrokken.’

Van Gorkom verblijft de eerste maanden intern bij het revalidatiecentrum Klimmendaal in Arnhem. Daar leren ze hem onder meer opnieuw lopen en werken ze aan zijn spraak. Sinds begin januari gaat hij drie dagen per week naar het Daan Theeuwes-centrum, een specialistische kliniek in Woerden voor intensieve neurorevalidatie. ‘Ik ben nog niet tevreden, weet dat ik nog progressie kan boeken.’

De doktoren durven niet te zeggen in hoeverre hij herstelt. De eerste twee jaar na het ongeluk zijn cruciaal. Daarna neemt de kans op verbetering bij patiënten met een hersenletsel sterk af. De komende tijd wil hij zijn linkerarm en spraak trainen. Nog niet zo lang geleden kon hij zijn linkerarm niet bewegen. Nu pakt hij thuis met veel moeite de klink van de achterdeur vast.

Om zijn spraak te verbeteren, ­luistert hij oude interviews van zichzelf terug en typt ze uit. De tekst leest hij hardop voor en neemt het op. Daarna luistert hij beide interviews nog eens terug. ‘Op die manier heb ik vergelijkingsmateriaal en weet ik waar ik aan moet werken. Ik ga nog steeds vooruit. Daar houd ik mij aan vast.’

Van Gorkom praat schijnbaar zonder emotie over zijn ongeluk. In zijn woning in Duiven denkt hij goed na over wat hij zegt. Af en toe kijkt hij zijn vader aan. Die zit met ingehouden adem te luisteren, alsof hij het verhaal voor het eerst hoort. Van ­Gorkom heeft geaccepteerd wat er is gebeurd, hoe frustrerend het ook is. ‘De vraag of het voorkomen had kunnen worden, is geen seconde in mij opgekomen. Het is nu eenmaal zo gelopen. Ik kan er niks meer aan veranderen. Ik moet door met leven.’

Hij snapt dat het gek klinkt. Van het ene op het andere moment veranderde hij van een afgetrainde topsporter in een wrak, zonder dat hij daar herinneringen aan heeft. ‘Ik heb altijd positief in het leven gestaan. Voor mijn gevoel is er altijd een weg naar boven. Mijn weg is alleen iets langer geworden. Maar ik weet zeker dat ik die weg ga afleggen.’

Hij wil weer helemaal zelfstandig kunnen functioneren, met zijn stichting aandacht vragen voor mensen met een Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH) en als het even kan talentvolle fietscrossers trainen.

Jelle van Gorkom wint zilver op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, 2016. Beeld anp

Schadevergoeding

Zelf zal hij nooit meer wedstrijden fietsen. Maar de vraag wie schuldig is aan het fatale ongeluk, houdt hem niet bezig. ‘Ik geef niemand de schuld.’ Een vaste procedure om bij aanvang van de training de ketting weg te halen is er niet. Gebruikers (coach en sporters) van de baan zijn daarvoor verantwoordelijk. ‘Soms deed de coach het, soms deden we het zelf. Dit keer hebben we het over het hoofd gezien omdat we die dag ­eigenlijk geen starttraining hadden. We zijn gewoon onoplettend geweest.’

Het Openbaar Ministerie deed onderzoek naar het ongeval en concludeerde dat niemand strafrechtelijk een verwijt valt te maken. Het werd gezien als een bedrijfsongeval. De Koninklijke Nederlandse Wielerunie (KNWU) heeft als gedeeld eigenaar van de baan – Papendal is voor de andere vijftig procent eigenaar – de aansprakelijkheid op zich genomen, omdat het lastig is twee partijen aansprakelijk te stellen. De KNWU en Papendal gaan de aansprakelijkheid onderling regelen.

Omdat nog niet duidelijk is in hoeverre Van Gorkom herstelt, kan nog niet worden vastgesteld hoe hoog alle schadevergoedingen gaan worden. Voorlopig krijgt hij een voorschot, ­zodat hij niks tekort komt. ‘Het laatste wat we willen is dat Jelle in financiële problemen komt. Daar zijn alle partijen het over eens’, zegt zijn vader.

Van Gorkom woont op zichzelf. Zijn vriendin, met wie hij drie maanden voor het ongeluk een huis had gekocht, besloot begin dit jaar bij hem weg te gaan. Hij kan zichzelf redden. Als het lekker weer is, pakt hij zijn driewieler. Anders stapt hij twintig minuten per dag op de hometrainer die in de woonkamer staat.

Verder heeft hij zijn dagen naar ­eigen zeggen snel gevuld. Even zijn veters strikken, even de keuken opruimen of  boodschappen doen kost hem heel veel tijd. ‘Als ik om 6 uur wil avondeten, ga ik om 3 uur naar de supermarkt en begin ik om 4 uur met koken.’

De crossfiets waarmee het ongeluk is gebeurd, lag ook in de kreukels. Door de klap tegen de veiligheidsketting brak het stuur af. Waar de fiets nu is, weet hij niet. De BMX waarmee hij olympisch zilver veroverde, staat bij de fabrikant. Ooit hoopt hij daar nog een rondje op te fietsen. 

‘Dat is toch wat Jelle wil: dat we gewoon doorgaan met onze geliefde sport’

De nationale BMX-selectie probeerde na het ongeluk de draad weer op te pakken. ‘Het is niet altijd even makkelijk’, zegt Niek Kimman (21). Hij stond in januari naast Van Gorkom op de startheuvel. Hij drukte op de knop om het starthek te laten zakken. Hij ging er, net als zijn trainingsmaat, vanuit dat de ketting was weggehaald. Kimman laat lange stiltes vallen als hij vertelt over het ongeluk. ‘Random start. Riders ready? Watch the gate. Duizenden keren, zo niet vaker, hebben we dat riedeltje gehoord’, zegt Kimman. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.