Beschouwing Ajax vergeleken met eerdere CL-winnaars

Hiddink en Van Gaal wonnen de Champions League in 1988 en 1995. Wat vinden zij van dit Ajax?

Van links naar rechts: Seedorf, Kluivert, Rijkaard en Davids met de trofee in 1995. Rechts Jari Litmanen. Beeld AP

Guus Hiddink en Louis van Gaal wonnen de laatste Champions Leagues voor Nederland, met PSV in 1988 en Ajax in 1995. Hoe verhoudt het huidige Ajax, dat dinsdag de eerste halve finale tegen Tottenham Hotspur speelt, zich met toen?

Vergelijken tussen elftallen uit verschillende tijden is eigenlijk zinloos, op het niet te onderschatten spelletjeselement na dan. Het Ajax van nu draagt het stempel van deze tijd, dat het Nederlandse clubvoetbal hoe dan ook verlost van een wat suf imago. Toptrainer Guus Hiddink: ‘Het spel breekt rigoureus met dat saaie Nederlandse breedtespel van de laatste jaren. Van rechts naar links, van links naar rechts. Gezapig positiespel was tot doel verheven.’ Het Nederlands elftal van de laatste tijd en het Ajax van Peter Bosz twee jaar geleden voetbalden ook spectaculair, maar Ajax is apart, als halvefinalist in de Champions League. En Ajax is een elftal met ‘bloed’, zoals Hiddink dat noemt. Een ploeg met overlevingsdrang.

Hiddink was in Italië rond de wedstrijd van Ajax in Turijn tegen Juventus en hoorde talloze lovende kritieken over lef en talent. ‘Wij in Nederland brengen altijd talent voort. Nederlandse spelers met een eigen stempel. Prima. Onze eredivisie heeft niet meer de allure van de topcompetities. Als we, dat wetende, maar onze typische spelers blijven opleiden. Als die dan weglopen na een paar seizoenen, laat het dan maar zo zijn. Blijf niet hangen in dat gevoel. Wees niet contraproductief.’

PSV in 1988, met boven verdedigers Nielsen (tweede van links) en Koeman (derde van rechts). Beeld Hollandse Hoogte / VI Images

Wat bedoelt hij precies met bloed in een elftal? ‘Het fundament is goed.’ Hij wijst naar de cruciale defensieve organisatie, in het centrum vooral. Ronald Koeman en Ivan Nielsen vormden het eminente duo in Hiddinks kroonjaar 1988, toen de Champions League nog Europa Cup 1 heette. Danny Blind en Frank Rijkaard waren de bazen bij Ajax in 1995. Daley Blind en Matthijs de Ligt zijn dat nu. Hiddink prijst Blind junior om zijn progressie. ‘Tactisch goed, en hij gaat meer duels aan dan voorheen.’ De ervaring achterin waarborgt de defensieve organisatie, talenten leven zich uit.

Ajax deed wat Hiddink al met PSV deed: spelers met internationale ervaring terughalen naar Nederland. Lerby, Gerets, Kieft, ze wisten wat topvoetbal vraagt. Erik ten Hag haalde Blind, Tadic en, iets eerder, Tagliafico. Hiddink: ‘PSV was destijds al een paar keer landskampioen. We keken gericht in Europa naar spelers die geschikt konden zijn, spelers met ervaring en bloed, mannen die wisten wat overleven is. Die lijn loopt parallel met Tadic en Blind nu. Ajax zocht bewust in Engeland, een land met een hoog, intens niveau van voetballen. Het is ook belangrijk dat Hakim Ziyech is gebleven. Die had ik als bondscoach niet voor niets al bij het Nederlands elftal gehaald.’

Ziyech raakte geblesseerd toen Hiddink hem voor het eerst opriep. Bij een volgende gelegenheid was Hiddink ontslagen. Blind en Van Basten negeerden hem en Ziyech koos voor Marokko. Hiddink: ‘En Matthijs de Ligt heeft zich geweldig ontwikkeld. Ik zie hem nog wankelen in een duel bij Excelsior.’

Louis van Gaal als coach van Ajax in 1995. Beeld Hollandse Hoogte/VI Images

Romantiseren

Maar elftallen uit verschillende tijden vergelijken blijft lastig. Hiddink: ‘We moeten ploegen en tijden ook niet te veel romantiseren.’ Tijden en mores zijn anders, net als de financiële verhoudingen. De uitstroom van talent naar rijkere clubs in het buitenland is immens. Louis van Gaal, trainer van Ajax in 1995, wil ook niet meedoen aan het spelletje van vergelijken: ‘Alles wat ik daarover zou willen zeggen, doet tekort aan de verdienste van de hoofdtrainer die de verantwoordelijkheid draagt’, laat hij weten. ‘Ik wil niet dat mijn naam in enige vorm met het succes van dit Ajax wordt verweven.’

Van Gaal uitte zich wel enthousiast over Ajax dit seizoen. Rond de duels met Bayern München in de groepsfase vroeg hij zich af hoe de defensieve organisatie zich zou houden, met al die creativiteit op het veld. ‘Qua talent hoeft het elftal niet onder te doen voor mijn ploeg in 1995’, zei hij bij Ajax TV. ‘Alleen heeft Ajax veel aanvallend ingestelde spelers. Die verliezen vaker de bal, ze nemen meer risico. De trainer moet op zoek naar een bepaalde balans. Die is nog niet gevonden.’

Het antwoord op de vragen van Van Gaal destijds is deels gegeven door Ajax zelf. Het is zelfs het meest bijzondere aspect aan het elftal: dat al die creatieve spelers ook verdedigen, dat ze hecht met elkaar zijn, ondanks hun individualisme.

Guus Hiddink als coach van PSV in 1988. Beeld Getty Images

Na de euforie van Madrid toonde Van Gaal zich kritisch, in meerdere tv-optredens. ‘Het was een zwak Real. Ajax was niet dominant. Real kreeg meer kansen, maar Ajax was effectiever.’ Van Gaal vergeleek zo onbedoeld toch met zijn eigen elftal. Dat was inderdaad dominant. Zijn Ajax had meestal de bal, speelde die desnoods eindeloos rond, wachtte geduldig tot de defensie van de tegenstander opentrok en wist dan met schitterend aanvalsspel en snelheid te scoren. Maar mag je dominantie verwachten van een jong elftal, in een tijdperk waarin de grootste clubs van Europa bijna al het talent hebben verzameld?

Van Hiddink hoeft het niet per se, die eeuwige, nagestreefde, Nederlands geachte dominantie. Hij was altijd een trainer die zich aanpaste aan culturen, aan de mogelijkheden van zijn elftal. ‘Ajax durft met tempo te spelen. De verdedigende discipline is groot. Ze durven kort te spelen. En als je kort speelt, creëer je elders ruimte. Als je dat korte spel beheerst, biologeer je de tegenstander, want die gaat happen. Ze spelen met elan, durf en met veel penetratie. In het korte spel zit beweging tussen de linies, en achter de laatste linie van de tegenstander. Neres en Van de Beek met name durven telkens achter die linie te duiken.’

Elke vergelijking gaat dus sowieso mank, al is het maar omdat dit Ajax ‘pas’ in de halve finales staat. Waarin het huidige elftal alvast een ruime voorsprong heeft, is op twee aspecten:

1. Aantal wedstrijden

Ajax voetbalde al zestien Europese wedstrijden. De voorronde was lastig, met zes groepsduels tegen Sturm Graz, Standard Luik en Dinamo Kiev. Daarna volgden zes groepsduels tegen AEK Athene, Bayern München en Benfica, alsmede de dubbele ontmoetingen met de absolute topclubs Real Madrid en Juventus. Al trof Ajax Real dan niet op zijn sterkste moment.

Hiddink en Van Gaal waren destijds na negen, respectievelijk elf duels winnaar. Hiddink wil daarbij een aantekening maken. ‘Wij speelden in 1988 elke ronde knock-out.’ Hij herinnert zich de thuiszege op Galatasaray in de eerste ronde, met 3-0. De uitwedstrijd in hectische omstandigheden ging met 2-0 verloren, met tal van kansen voor de Turken. Ajax won in één seizoen drie keer van AC Milan, dat destijds de absolute grootheid was van Europa, met zeges in 1989, 1990, de verloren finale in 1993 en de 4-0 tegen Barcelona in 1994. Vandaar dat ook Danny Blind zegt dat vergelijken vroeg is. ‘Laat ze eerste de finale maar eens halen.’

Ajacieden omhelzen elkaar na de overwinning op Juventus in Turijn. Beeld Guus Dubbelman

2. Buitenlanders

Voetbal was destijds een zaak van drie of maximaal vier buitenlanders. Bij Hiddink speelden de Belg Gerets en de Denen Nielsen, Heintze en Lerby. Op de bank zaten alleen Nederlanders. Bij Van Gaal startten in de finale de Nigeriaan Finidi en de Fin Litmanen, met de Nigeriaan Kanu op de bank. Sinds het Bosman-arrest van 1995 geldt een onbeperkt aantal buitenlanders uit de EU. Vooral dat heeft, zoals algemeen directeur Van der Sar van Ajax onlangs aangaf in een interview, de verhoudingen veranderd, eigenlijk nog meer dan het geld.

Bij Manchester City zitten toppers als Leroy Sané en Kevin De Bruyne geregeld lang op de bank. De huidige topelftallen bestaan soms voor 80 procent of meer uit buitenlanders. Ajax is nog steeds een vrij Nederlands elftal, al hebben Hakim Ziyech en Noussair Mazraoui dan gekozen voor de nationale ploeg van Marokko. Het is extra knap dat Ajax dergelijke verzamelplaatsen van internationaal toptalent partij kan bieden.

Door dergelijke factoren is het lastig een Champions League-finale te halen, al had Louis van Gaal dan al voorspeld dat het kon. Hij houdt niet van doemdenken en acht de Nederlandse infrastructuur en opleiding uniek. Het huidige elftal zal alleen nog sneller uit elkaar vallen dan de ploeg van Van Gaal in 1995. Ajax leeft bij de dag. Dat moet ook een heerlijk gevoel zijn. Hiddink: ‘Ajax is alleen geen underdog meer nu. Ze worden zelfs als favoriet beschouwd. Het is de vraag of je dan nog zo vrij kunt spelen. Voor de buitenwereld mag je dan niets te verliezen hebben, voor jezelf heb je alles te verliezen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.