Interview Kjeld Nuis

Het zit schaatser Kjeld Nuis even tegen - ‘Soms kan ik de situatie thuis goed van me afzetten, soms minder’

Kjeld Nuis. Beeld Klaas Jan van der Weij

‘Mensen hebben sowieso hun mening klaar’, zegt Kjeld Nuis (29) in het teamhotel van Nederland in Ruhpolding, niet ver van Inzell, waar vanaf donderdag de WK afstanden worden gehouden. ‘En dat mag ook. Maar het is aan mij wat ik er mee doe.’

Het is nog maar een jaar geleden dat Nuis op de top van de Olympus stond. Hij won de 1.000 en 1.500 meter in Zuid-Korea. Meer dan zestig tv-programma’s wilden hem in de uitzending hebben. Hij was de ideale gast: tweevoudig olympisch kampioen, maar vooral een gepassioneerde sporter met een vrolijke uitstraling en een vlotte babbel.

In Pyeongchang had de eerder vaak zo onrustige Nuis eindelijk eens de kalmte in zijn kop weten te bewaren, nadat hij twee keer eerder de Olympische Spelen had gemist. Voor belangrijke wedstrijden jutte hij zich veel te veel op. Het inschakelen van een mental coach wierp zijn vruchten af. Het was zijn vriendin die hem had aangespoord hulp te zoeken. ‘Zij gaf me een schop onder m’n hol.’

Afgelopen najaar, op een persbijeenkomst, betrok hij haar nadrukkelijk bij zijn succes. ‘Steun en toeverlaat klinkt zo dramatisch, maar het is wel echt zo.’ Zij kende, aldus Nuis, de tranen en de pijn achter zijn succes.

Intimiderend haantje

Ook noemde hij het harmonieuze gezinsleven – samen hebben ze een zoontje (Jax) van 2 jaar – als factor waardoor de stormen in zijn hoofd waren gaan liggen. ‘Als topsporter ben je altijd bezig met van die stompzinnige dingetjes. Een ronding van je schaats, waardoor je misschien drieduizendste sneller gaat. Maar dan kom je thuis en dan zie je Jax. Hij heeft van mij een completere sporter gemaakt.’

Maar drie weken terug, op het EK sprint in Collalbo, was het alsof er weer kortsluiting in zijn hoofd optrad. Nadat hij opzichtig over de lijn was gekomen met zijn schaats, volgde diskwalificatie. In woord en gebaar kwam Nuis, met in zijn kielzog zijn trainers, verhaal halen bij arbiter Berri de Jonge. Tevergeefs: het wereldrecord op buitenijs dat hij zojuist had gereden, zou nooit de boeken ingaan.

In de dagen erna stond Nuis wederom in het middelpunt van de belangstelling, maar dit keer om een heel andere reden dan een jaar geleden; er waren barstjes in zijn imago gekomen. Een vrolijke flapuit was veranderd in een intimiderend haantje.

Nee, dat was geen fijn beeld geweest, moest hij zelf ook toegeven: Nuis die de accreditatie van de scheidsrechter pakte om te kijken hoe die eigenlijk heette. ‘Ik vind deze reactie te belachelijk voor woorden. Je bent een voorbeeld voor jonge kinderen’, had shorttrackster Suzanne Schulting in De Wereld Draait Door gezegd.

In datzelfde programma kwam Nuis een week later zijn mea culpa uitspreken. Een voorbehoud in zijn spijtbetuiging: hij had zich als een crimineel behandeld gevoeld. Vooral door wat hij ‘toetsenbordhelden’ op de sociale media noemt. Ze moeten ook begrijpen hoe een teleurgestelde sporter zich voelt.

Privésores

Over de verandering van zijn status naar Bekende Nederlander zegt hij in Ruhpolding. ‘Je ligt onder een vergrootglas. Iedereen, ook mensen die het schaatsen niet heel goed volgen, mogen iets van mij vinden. Ik lees veel terug, daar ben ik niet kinderachtig in. Maar als ze over privékwesties gaan etteren, dan kan ik dat slecht hebben.’

Vlak nadat hij in december in de RAI tot Sporter van het Jaar was gekozen – een avond waarop hij zonder zijn vriendin verscheen – werd bekend dat hij in een scheiding lag, want ook de roddelprogramma’s weten Nuis sinds Pyeongchang te vinden. Laten zijn privésores ook op de ijsbaan hun sporen na?

Na zijn diskwalificatie in Collalbo was zijn ex-vriendin de eerste die hij belde. ‘Compleet met tranen.’ Maar toch is de situatie niet meer hetzelfde, geeft hij toe. ‘Het is lastig. De hele situatie is lastig. Maar we doen ons best om er het beste van te maken, ook voor Jax natuurlijk.’

Als hij nu chagrijnig door futiliteiten en met de onzekerheden van een topsporter thuiskomt, is zijn zoontje er niet om met zijn blijdschap die zorgen te relativeren. Hij is er eerlijk over: ‘Ja, dat is precies wat ik soms mis.’

‘Flutrace’

Daar komt ook die grilligheid vandaan die hij dit seizoen laat zien, erkent hij. Hij liet zich in de wereldbeker op zijn favoriete afstanden al vier keer aftroeven. ‘Soms kan ik de situatie thuis goed van me afzetten, soms minder.’

In Hamar, bij de wereldbekerwedstrijden van afgelopen weekeinde, ging het op de 1.000 meter mis. Hij versloeg weliswaar in een rechtstreeks duel de Russische krachtpatser Pavel Koelizjnikov, maar moest Kai Verbij en Thomas Krol voor zich dulden. Ongedurig stond hij even later voor de camera van de NOS. ‘Een flutrace’, noemde hij het. Hij had er te gemakkelijk over gedacht.

Bij de WK in Inzell moet hij zijn kop er wel bij hebben, weet hij. ‘Het was een keiharde les. Misschien was het wel goed ook, af en toe heb je zoiets nodig.’

Hij voelt zich net zo sterk als vorig jaar. De rust die hem naar olympisch succes leidde is niet verdwenen, benadrukt hij, problemen thuis of niet. ‘De handvaten heb ik nog steeds. Ik heb er vaak genoeg op geoefend.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.