Baanwielrennen Wereldkampioenen

Het wordt dringen tussen de Nederlandse wereldkampioenen op de baan

Wie in de Apeldoornse sportaccommodatie Omnisport een doordeweekse training bijwoont van de beste Nederlandse baanwielrenners komt bijna ogen tekort om het precieze aantal regenboogtruien te tellen. Kijk maar mee. 

De Nederlandse baanploeg tijdens een training met 3 Regenboogtruien van de wereldkampioenen : Harrie Lavreysen ( links ), Jan-Willem van Schip ( midden ) en Amy Pieters ( rechts ). Beeld Klaas Jan van der Weij

Wereldkampioen puntenkoers Jan Willem van Schip beklimt met zijn fiets op de schouders de trap naar de wielerbaan. Op het middenterrein prutst Kirsten Wild aan de afstelling van haar schoenen, begin maart op de WK in Pruszkow was ze de beste op het omnium en, samen met Amy Pieters, op de koppelkoers. Iets verderop blaast Matthijs Büchli, destijds de koning op de keirin, op een stoeltje de inspanningen van enkele ronden uit het lijf. De snelste sprinter van toen, Harrie Lavreysen, rijdt zij aan zij met Jeffrey Hoogland, die hij in Polen de finale klopte. Roy van den Berg, samen met de drie hiervoor genoemde mannetjesputters titelhouder op de teamsprint, staat in het startblok tegenover bondscoach Hugo Haak.

Ze moeten weer diep in de beugels, vanaf woensdag tot en met zondag, op dezelfde baan waar de selectie zich tijdens de WK van 2018 al vrijwel net zo sterk manifesteerde als op het velodroom in Polen. Nu gaat het om de Europese Kampioenschappen, minder prestigieus, maar voor de renners toch belangrijk. Het is allereerst een graadmeter voor de vorm. 

Nieuwe baanfiets

Wild heeft bijvoorbeeld nog maar net het wegseizoen beëindigd, Büchli heeft sinds Pruszkow geen wedstrijd meer gereden. Voor de Olympische Spelen in Tokio zijn er punten voor de kwalificatie te verdienen. Het is ook nog eens een test voor de nieuwe baanfiets, die na dertien jaar de good old Kimera vervangt. Extra motivatie is het rijden voor eigen publiek.

Het vertrouwen is er. Lavreysen zegt weinig last te hebben van hooggespannen verwachtingen onder de liefhebbers en de status van prooi voor de concurrentie. ‘We zijn vooral met onszelf bezig. In de trainingen gaat het heel goed. We rijden al harder dan voorafgaand aan het laatste WK.’ 

Hoogland: ‘Je ziet vaker dat teams zich verbeteren als de Spelen dichterbij komen. Maar ook wij hebben weer stappen gezet. Het is fijn om een marge te hebben. Het verschil zal moeilijk te dichten zijn.’

De sterkte van de selectie is zo groot dat er ook een interne strijd woekert, met als waarschijnlijkste uitkomst dat renners met grote reputatie in Tokio zullen ontbreken. De competitie in eigen kring doet zich voor op de teamsprint, het onderdeel waar de bond vol op inzet. Daar zijn de kansen op goud het grootst, daar valt de uitkomst het meest te regisseren. 

Het gaat om drie ronden van 250 meter, af te leggen door drie renners, een starter, een middenman en een afmaker. Eenvoudiger koersverloop bestaat niet: wie als team de snelste tijd rijdt, wint. Op onderdelen als de individuele sprint of de keirin, waarbij een handvol renners eerst enkele ronden achter een gangmaker fietst waarna op de laatste honderden meters wordt gestreden om de zege, liggen gevaren als een verkeerde inschatting, een ongelukkige positie of te late reactie op de loer.

 Laatste ronde

Voor de eerste posities van het Nederlandse team lijken de rollen verdeeld: Van den Berg voor de eerste ronde, Lavreysen voor het vervolg. Voor de laatste ronde meten Hoogland en Büchli nog de krachten. Probleem: er mogen er maar drie naar Tokio. Bijkomend probleem: alleen uit die gelederen mogen op de Spelen de deelnemers aan de sprint en de keirin afkomstig zijn.

Büchli, naast zijn wereldtitel op de keirin ook in het bezit van een zilveren olympische medaille uit Rio de Janeiro, ziet al iets van een bui hangen. Hij heeft de afgelopen zomer met het oog op de teamsprint vooral op kracht getraind, terwijl hij eerder juist kon vertrouwen op zijn souplesse en een kleiner verzet . ‘Ik heb echt in dit onderdeel geïnvesteerd. Ik hou er rekening mee dat er een testdag komt voor plek drie. Maar Jeffrey is op dit moment sneller dan ik.’

Het zou hem liever zijn als de selectie zich niet louter op de teamsprint richt. ‘Ik denk dat ik op de keirin net zo veel kans maak op goud als op de teamsprint. Jeffrey rijdt overal hard, die kun in de teamsprint op elke plek gebruiken. Dan zou ik nog op drie kunnen. Het is ook met wat creativiteit op te lossen.’ 

Hoogland pleit voor het sturen van de snelste formatie. ‘Op drie voeg ik nu eenmaal het meest toe. Daar maak ik het verschil met de andere landen.’

Bondscoach Haak staat voor een lastige puzzel. Hij houdt alle opties op de teamsprint open. Volgens hem bestaat er zelfs nog een kleine mogelijkheid voor het sturen van een vierde deelnemer. ‘Maar daar gaan we voorlopig niet vanuit.’ 

Büchli verdringt gedachten aan een onheilsscenario voor Tokio. ‘Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat ik daar niet zou zijn.’ Hoogland: ‘Ik ben blij dat ik de keus niet hoef te maken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden