Reportage Luka Modric

Het wonder van Kroatië begon in Zadar

In de pauzes tussen het luchtalarm leerde Luka Modric voetballen. In Zadar. Daar waar zijn familie tijdens de burger-oorlog naartoe vluchtte. Wint Kroatië met hem het WK?

Het huis van de familie Modric in Zadar. Luka woonde hier met zijn familie tot zijn opa werd vermoord door Servische troepen. Foto Daniel Rosenthal

Luka Modric, een man van halverwege de 50, haalt zijn koeien en schapen uit de stal naast zijn huis in het Kroatische gehucht dat vernoemd is naar zijn ­familie: Modrici. Hij ment de kudde het steile pad op, de grillige grijze bergen in. Het is de late zomer van 1991, Kroatië heeft een paar weken eerder eenzijdig zijn onafhankelijkheid uitgeroepen van de afbrokkelende Joegoslavische federatie.

Luka Modric zou nooit terugkeren. Dorpsgenoten vonden zijn stoffelijke resten later tussen rotsen. Hij werd vermoord door de oprukkende Servische troepen. Modric’ zoon sloeg met zijn vrouw en drie kleine kinderen op de vlucht langs de enige nog veilige route: naar beneden, richting de Adriatische Zee, naar het havenstadje Zadar.

Zevenentwintig zomers later groeien vijgenbomen door het kapotgeschoten dak van het huis in Modrici. Naast de stal, daar waar de herder voorgoed in de bergen verdween, staat een bord: ‘Niet betreden, mijnen.’

Onder aanvoering van Luka Modric  (32), de kleinzoon van de vermoorde herder, kan het Kroatische voetbalelftal zondag wereldkampioen worden tegen Frankrijk. Kroatië, ruim 4 miljoen inwoners, zou na Uruguay in 1950 het kleinste land zijn dat die titel verovert. Het zou een sensatie zijn. En dat onder de leiding van Modric, een speler die zich door zijn rust en bescheidenheid zo duidelijk onderscheidt van andere internationale vedettes.

De Kroatische trots

‘Luka is zo bescheiden, net als zijn ­vader Sipe. Echt klasse mensen’, zegt Ivan (45), een grote man die op de markt dezer dagen goud geld verdient met het verkopen van rood-wit-geblokte Kroatische vlaggetjes. Ivan kan het weten, want Modric’ ouders en jongste zus wonen in hetzelfde appartementencomplex. ‘Zijn vader heeft al jaren geleden een BMW gekregen, maar hij rijdt nog steeds in zijn oude Fiat. Dat vind ik prachtig, dat het geld hem niet naar het hoofd is gestegen.’ Als eerbetoon aan de familie heeft Ivan zijn jongste zoon zes jaar geleden Luka genoemd.

Kroatië, sinds vier jaar EU-lid, is een land op zoek naar identiteit en een plek in de wereld. Het kampt met corruptie, met belangenverstrengelingen tussen politiek en bedrijfs­leven en met jongeren die het land om deze redenen massaal de rug toekeren – het geboortecijfer daalt. Maar het is ook een trots land – en niet alleen in sportieve zin.

Foto Daniel Rosenthal

Steeds meer ontevredenen zoeken er hun heil in nationalisme, in de verboden symbolen van de Ustaca, de Kroatische nazi’s die met Mussolini en Hitler collaboreerden. ‘Extremisme is fout’, zegt Ivan. ‘Maar nationalisme is nodig. Als wij ons twintig jaar geleden niet tegen de Serviërs hadden geweerd, bestonden we nu niet.’

Voetbal is oorlog. Als deze boude uitspraak van Rinus Michels ergens de waarheid benadert, dan in de lappendeken van landjes die is ontstaan uit de as van Joegoslavië. In het collectieve geheugen van veel Kroaten, Bosniërs en Serviërs wordt het begin van de burgeroorlog gemarkeerd door een voetbalwedstrijd tussen rivalen Dinamo Zagreb en Rode Ster Belgrado op 13 mei 1990. Al voor de aftrap bestormden ultranationalistische Servische hooligans het thuisvak, omdat de Kroaten, minstens even nationalistisch, hen uitdaagden met nationale liederen en de slogan ‘Kosovo is een staat’.

De oorlog verzwolg generatie veelbelovende Joegoslavische sterspelers. Serviërs Sinisa Mihajlovic en Pedja ­Mijatovic en de Kroaten Svonimir Boban en Davor Suker, in 1987 wereldkampioen voor onder de 21. Zij beëindigden hun loopbaan voor ­rivaliserende nationale teams.

Luchtalarm

Ondertussen leerde de volgende generatie voetballen in de pauzes tussen het luchtalarm. Zadar, de stad waar de 6-jarige Luka Modric opgroeide in een hotel dat dienst deed als vluchtelingenopvang, werd zwaar getroffen. Vanuit de bergen werd de stad tussen 1991 en 1995 vier jaar lang dagelijks beschoten door de troepen van Slobodan Milosevic.

Zo tragisch als de geschiedenis van de stad is, zo gelukkig is Zadar in het voetbal. De plaatselijke tweedeklasser NK Zadar is hofleverancier van ‘de ­Vurigen’, zoals het Kroatische elftal wordt genoemd. Behalve Modric komen ook keeper en penaltykiller Danijel Subasic en verdediger Sime Vrsaljko uit de stad. ‘Ze groeien goed hier in de zon’, grapt algemeen directeur Svetko Custic (56), van achter zijn zware houten bureau met daarop een teamfoto uit 1996, met een minuscule blonde Modric en een iets grotere Subasic. ‘Luca was daadwerkelijk zo verlegen als over hem wordt verteld’, zegt Custic. ‘Zie je die jongen naast hem? Dat was zijn vriend, maar hij sloeg die kleine ook geregeld in elkaar.’

Trots vertelt Custic dat hij erbij was tijdens de halve finale tegen Engeland. Hij trekt zijn mobiel voor de bewijsfoto – met vader Sipe Modric. ‘Zondag zullen we de grootste triomf uit de Kroatische geschiedenis beleven. Ik zeg twee-nul.’ En na een korte pauze: ‘Maar natuurlijk wel in de verlenging. Medewerker Roko Pavici (20), die voor Custic vertaalt, vult aan: ‘Wij vechten het best als we eerst worden beledigd.’ Custic doet er nog een schep bovenop: ‘Andere landen op de Balkan zoals Servië, die kunnen een goede wedstrijd spelen, maar alleen Kroaten hebben de discipline een toernooi te winnen.’

Directeur van NK Zadar Svetko Custic (links) en Josip Bepo Baslo, sportief directeur van de club. Achter hen een foto van de zoon van Custic, die overleed na een ongeluk tijdens een voetbalwedstrijd. Foto Daniel Rosenthal

De voetbalgeschiedenis van Zadar heeft ook een zwarte bladzijde. De zoon van directeur Custic, Hvorje, staat ook op de foto. Hij leek net als zijn jeugdmaatjes Modric en Subasic op weg naar een glanzende carrière bij de nationale ploeg. Tot hij tien jaar geleden uitgleed op het veld van NK Zadar en zo ongelukkig tegen de betonnen rand van de tribune gleed dat hij vijf dagen later in het ziekenhuis overleed aan hersenletsel. Vader Custic slikt, maar herpakt zich. ‘Niet te lang over nadenken. Wat gebeurd is, is gebeurd, hoe vreselijk ook.’ Die woorden herhaalt hij min of meer letterlijk als hij praat over zijn tijd als soldaat in de burgeroorlog. Wat hem snel weer op Modric en de rest van de succesgeneratie brengt. ‘Ze zijn door die oorlog snel volwassen geworden, verantwoordelijk.’ Trots strijkt hij over de foto uit 1996.

Wrange bijsmaak

Maar zoals elk verhaal in Kroatië heeft ook dat van Modric, de vluchteling die het tot topvoetballer schopte, mogelijk een dubbele bodem. Sinds een paar jaar is het land in de ban van een reusachtige fraudezaak rond Zdravko Mamic, de voormalig directeur van Dinamo Zagreb, waar Modric speelde tot hij in 2008 voor 21 miljoen werd verkocht aan Tottenham Hotspur. Mamic zou miljarden hebben witgewassen, waaronder een deel van dat van de transfersom van Modric, die daarover onder ede zou hebben gelogen. Er dreigt een rechtszaak tegen hem.

Op het hotel waar Modric opgroeide staat daarom ‘Modric hoer van Mamic’, in graffiti. Begin je daarover tegen Ivana Vidic (23), administratief medewerker van NK Zadar, dan zucht ze. ­‘Mamic is natuurlijk een crimineel, en in dit land zijn honderden, duizenden kleine Mamicen. Gek worden we ervan. Maar tegen Luka Modric zijn geen bewijzen, alleen geruchten. Voetbal gaat niet over geruchten maar over doelpunten.’

In het Kroatië van 2018 kan het mooie niet zonder het lelijke – en de mogelijke Kroatische wereldtitel zou extra fel schitteren tegen de achtergrond van fraude, economische zorgen en ontluikend nationalisme. Maar het perfect logische, onpretentieuze voetbal van Luka Modric, dat blijft van een ondubbelzinnige schoonheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.