Het WK is nu bijwedstrijd van olympisch toernooi

Achtergrond..

Van onze verslaggever John Volkers

heerenveen Het is een titel, niet dé titel. Zo wordt tegenwoordig het wereldkampioenschap allround in het olympische schaatsjaar omschreven. Sven Kramer, olympisch kampioen op de 5 kilometer en regerend wereldkampioen, voegde zich deze week moeiteloos naar die opvatting.

Kramer, in de voorbeschouwing op het WK van Heerenveen: ‘In niet-olympische jaren is zo’n wereldtitel vele malen belangrijker dan nu, in een olympisch jaar.’

In die andere jaren is het WK allround over de vier klassieke schaatsafstanden, het grote nummer van de winter. Dan staat het ook met stip op het vel met doelstellingen van een allrounder als Kramer.

In een olympisch jaar wordt het WK-toernooi daarentegen met een zeker dédain tegemoet getreden. Rijders die de benen voelen, trekken zich terug. Enrico Fabris acht zichzelf niet in vorm. Chad Hedrick wijdt het post-olympische leven aan vrouw, kind en God. Shani Davis vindt zichzelf geen allrounder meer. Seung-hoon Lee is na zijn olympische goud aan het Koreaanse bier gegaan.

Dergelijke desinteresse na de Spelen kwam voor het eerst naar boven in 1980. De destijds oppermachtige Eric Heiden, in Lake Placid goed voor vijfmaal olympisch goud, liet zich op het WK in Nederland verslaan door Hilbert van der Duim. Het was een sensatie van jewelste, voor een groot deel verklaard uit de gebrekkige motivatie van Heiden en zijn in alcohol gedrenkte postolympische weken.

Van der Duim zei dat er factoren in zijn voordeel waren, naast de verdraaid aardige wedstrijdvorm die hij uit Lake Placid had meegenomen. ‘Ik werd daar vierde op de 5 kilometer. Deed op alle afstanden mee, van 500 meter tot 10 kilometer. En ik kende mijn eigen mogelijkheden nog niet precies.’

Hij sloeg toe op het buitenijs van Thialf, toen de huizenhoge favoriet Heiden het moeilijk had. ‘Het was echt mijn doorbraak. Het was een wedstrijd in de buitenlucht, met tweemaal 30 duizend mensen op de tribunes, die puur op mijn hand waren. Het verdoofde me. Ik voelde mijn benen helemaal niet.’

Van der Duim kreeg de titel niet in de schoot geworpen. ‘Ik versloeg op de 10 kilometer de Noor Oxholm. Die had in Lake Placid brons gewonnen, dat was een echt duel.’

Heiden moest antwoorden op die laatste afstand. ‘Maar hij kreeg een regenbuitje. Daar moest je rekening mee houden in buitentoernooien.’

Het waren de tijden dat de Olympische Spelen nog gewoon wedstrijden waren, temidden der andere titeltoernooien. Van der Duim: ‘Ik zou mijn wereldtitels allround van 1980 en ’82 niet willen ruilen voor olympisch zilver of brons. Oké, wel voor goud waarschijnlijk. Maar ik vond toernooischaatsen nu eenmaal veel mooier.’

Bart Veldkamp was in 1992 olympisch kampioen, toen hij zich enkele weken later meldde voor de wereldtitelstrijd allround in Calgary. Hij nam dat toernooi zeer serieus. ‘Tegenwoordig hebben ze het vier jaar alleen maar over de Olympische Spelen, maar toen was het nog een wedstrijd tussendoor.’

Zijn ambitie deed hem struikelen. Hij, de winnaar van een wereldbeker in Quebec, wilde op het hooglandijs van Calgary het wereldrecord op de 5 kilometer verbeteren. Veldkamp reed op een schema van 6.38. ‘Toen ik dat niet kon halen, voelde ik me ontdaan. Ik zette mijn schaats scheef en viel. Maar dat was geen gebrek aan concentratie, het was een teveel aan ambitie.’

In de jaren negentig kreeg het olympische gevoel steeds meer greep op de schaatswereld. Veldkamp: ‘Te veel mensen zien een WK in zo’n jaar als een verplicht nummer. Maar het is echt wel een heuse wedstrijd. Zij die niet willen, hebben zich al met iets van rugklachten afgemeld.’

Jochem Uytdehaage was de enige olympische heerser die het voorbije decennium ook zijn macht op het WK allround onderstreepte. Hij werd in 2002, na tweemaal olympisch goud in Salt Lake City, ook wereldkampioen allround, in Heerenveen.

‘Ik was nog geen wereldkampioen geweest. Mijn erelijst was nog niet compleet. Onmiddellijk na de 10 kilometer zei ik al dat ik ook nog graag wereldkampioen wilde worden. Ik heb sober geleefd na de Spelen, het feesten gemeden. Ik wilde mijn kans grijpen. Ik won de vijf en de tien opnieuw. Parra was mijn grote tegenstander. Als ze nu zeggen dat ik na de Spelen het feestgedruis misgelopen ben en had moeten genieten, zeg ik ja. Maar ik wilde het zelf zo.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden