Nieuws

Het wielerpeloton herbergt een schat aan data

De techniek vertoont soms nog gebreken, maar steeds meer kunnen wielerliefhebbers de data van hun helden in het peloton live volgen. Ook in de Giro hebben veel renners al een datakastje van Velon onder het zadel hangen.

Robert Giebels
Dankzij een apparaatje onder het zadel kunnen de data van verschillende renners tegenwoordig live worden gevolgd. Beeld Velon
Dankzij een apparaatje onder het zadel kunnen de data van verschillende renners tegenwoordig live worden gevolgd.Beeld Velon

Dat het peloton halverwege een willekeurige vlakke etappe in de Giro d’Italia allesbehalve hard fietst, is niet alleen op tv te zien. Het blijkt ook uit de cijfers op het zogenoemde tweede scherm van Velon, een internetpagina die elke seconde wordt ververst. De actuele wattages van gekende sprinters tonen daar onverbiddelijk aan dat ze zich aan het sparen zijn voor het onvermijdelijke einde van de etappe zonder noemenswaardige hellingen: een massasprint.

De sprinter van QuickStep bijvoorbeeld, Mark Cavendish, trapt voortdurend een zeer laag vermogen van 125 watt. Toch gaat het 38 kilometer per uur gemiddeld, want de succesvolste sprinter van de laatste decennia zit veilig in de buik van het peloton. Fietst hij met hetzelfde vermogen in zijn eentje, dan gaan dagjesmensen op stadsfietsen hem links en rechts moeiteloos voorbij. Althans, totdat Cavendish gaat sprinten voor de winst, ruim 1.400 watt op de pedalen zet, bijna 70 kilometer per uur fietst en wint of derde wordt.

Bergen aan data

Wielrenners produceren elke seconde bergen aan data. Een deel van het peloton rijdt met een kastje onder het zadel om die gegevens op te vangen en live door te spelen naar internet. Per renner is, als de techniek meewerkt, zijn (gemiddelde) snelheid real time te zien, hoe steil de weg omhoog loopt, hoeveel pedaalomwentelingen hij maakt, hoeveel vermogen hij (gemiddeld) trapt en hoeveel procent van de tijd hij ‘in het rood’, dus met een hoog vermogen, heeft gefietst.

En daar blijft het wat Velon betreft niet bij. Renners zoals Mathieu van der Poel die met een hartslagmeter van het merk Whoop rondfietsen, kunnen desgewenst live data leveren over hartslag, fitheid, herstelvermogen en slaapkwaliteit. Alles om, wat Whoop betreft, ‘beter te begrijpen wat de renners dag in dag uit doormaken’.

De interpretatie van al die cijfers is aan de kijker. Een renner die in een rustige etappe 7 procent van de tijd in de rode zone fietst, heeft mogelijk iets onder de leden. Ploeggenoten die, op eentje na, opeens hoge vermogens trappen, zijn waarschijnlijk hun sprinter in een goede positie aan het manoeuvreren. En een van die twee even lichte klimgeiten die op kop de berg op rijden, gaat vermoedelijk lossen, want zijn wattages zijn uiterst grillig.

Aan wielrennen, zo bedachten de grote ploegen ruim zeven jaar geleden, kunnen we veel meer verdienen dan we nu doen. Consultant EY rekende het de zogenoemde WorldTour-teams destijds voor: waar voetbal in de vijf grootste competities een omzet genereert van circa 15 miljard euro, komt wielrennen wereldwijd niet verder dan een half miljard. Heel weinig, zei EY, als je bedenkt dat het mondiale fietspubliek bestaat uit 565 miljoen mensen. Dat is een enorme doelgroep voor veel bedrijven oftewel potentiële sponsoren.

Sport aantrekkelijker maken

De opdracht die de ploegen zichzelf gaven: maak de sport aantrekkelijker om naar te kijken en te volgen. Leg beter uit hoe wielrennen in elkaar zit, verdiep aldus de verbinding met het publiek en benut zo de commerciële waarde beter.

De Formule 1 nam de wielerwereld als voorbeeld. Net als op racewagens kwamen er kleine on board-camera’s op enkele racefietsen. Ook ontdekte het wielrennen data. Wie een paar uur op tv naar een Formule 1-race kijkt, wordt bijna ongemerkt en zonder onderbreking gebombardeerd met een enorme hoeveelheid cijfers. Ze komen van 20 coureurs. De pakweg 180 wielrenners die aan een koers als de Giro meedoen, genereren nog veel meer data. Vooralsnog is nog maar een fractie daarvan te zien op tv en is het ‘tweede scherm’ noodzakelijk om de verrichtingen van de renner naar keuze te volgen.

Vlekkeloos gaat dat bepaald niet. Zo hebben niet alle renners een Velon-kastje onder hun zadel. Dat kan vreemd uitpakken als een ‘niet-Velon-renner’ in zijn eentje minuten voor het peloton op kop rijdt. Op het tweede scherm lijkt het dan alsof het peloton de kopgroep is. Ook doen de datakastjes het soms wel en soms niet, waardoor DSM-sprinter Cees Bol met een gemiddelde van 4 watt een sprintersrit zou hebben voltooid.

De techniek achter de data laat de Nederlandse wielerliefhebber wel vaker in de steek. Wat gebeurt er met Tom Dumoulin zodra een lange klim begint? Eerst op de Etna later op de Blockhaus kwam alleen zijn snelheid door – inclusief een topsnelheid van 100 kilometer per uur in een afdaling. Dat het omhoog allesbehalve hard ging, was ook op tv te zien. Vermogen, hartslag, tijd in het rood; het had de kijker kunnen helpen zich te vereenzelvigen met de ontredderde ronderenner.

Ook blijft het een mysterie hoe Van der Poel bergen opfietst. Langzaam, dat is zeker, maar hoeveel moeite kost een lange klim als de Etna de beste wielrenner van Nederland? ‘Power and HR fail', meldde hij op fietsapp Strava: zijn vermogens- en hartslagmeter hadden het in de rit naar de vulkaan domweg begeven.

NOOT:

Het tweede scherm op internet: racecentre.velon.cc

Op Instagram posten veloncc en whoop na elke finish video’s en data.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden