Nieuws Handbal Europa Cup 3

Het Westland is een sprookje armer: vrouwen Quintus verliezen ‘onmogelijke’ klus in halve finale Europa Cup 3

De felbegeerde finale van de Europa Cup 3 bleek zaterdag in een krakkemikkig Pools stadionnetje een station te ver voor de handbalsters van Quintus. Het was in ­Polen een halve finale tussen profs, de betaalde en uit vele landen geworven speelsters van Pogon Szczecin, en amateurs, de enthousiaste meiden uit het Westland, die beslist werd op basis van trainingsuren en kwaliteit.

Eén helft kon Quintus, een Nederlandse kampioenskandidaat, mee in die botsing van culturen. Bij rust was het slechts 14-13 in Pools voordeel, waaraan veel arbitrale hulp te pas kwam. Na rust stortte het Nederlandse gebouw langzaam in elkaar. Eindstand: 32-22. Het donderende geluid in de Hala Sportowa Mosrir – in Nederland zou het pand allang gesloopt zijn – maakte communicatie tussen bank en ploeg nagenoeg onmogelijk.

Het team van de coaches René Zwinkels en Neso Saponjic raakte in die heksenketel aan het dwalen. Het probeerde overtal te creëren door de keeper, Esther de Vos, van het veld te halen en een extra aanvaller in te brengen. Het verlaten doel werd van een meter of dertig vijf keer getroffen door de Poolse schutters. Het knakte het Nederlandse verzet.

‘Die hebben daar de voorbije week goed op getraind’, sprak de Westlandse uitblinker Daisy Hage. ‘Ze wisten wat ze moesten doen na onze eerste wedstrijd. Wij hadden daar geen antwoord op. Vorige week hebben we het ook zo gedaan. Ze hebben dat bestudeerd en hebben er gebruik van gemaakt. Dat hebben ze heel gedisciplineerd gedaan. Zij zijn profs, wij zijn amateurs.’

Hage is waarschijnlijk de beste Nederlandse handbalamateur. Zij was als enige van het hoge Poolse niveau dat geschraagd werd door de inbreng van een Rus, een Italiaan, twee Kroaten, een Serviër en twee Montenegrijnen. Hage maakte in de eerste halve finale te Kwintsheul (21-25), het Westlandse tuindersdorp dat zoveel handbaltalent voortbrengt, tien goals. Zaterdag was ze goed voor acht treffers. Haar kans op een negende, opvallend genoeg pas de allereerste Nederlandse strafworp bij de stand 26-20, miste ze. Moeder Marga, als fotograaf langs de lijn, wist het al vooraf. ‘Daisy was op.’

Hage (26) speelt al tien jaar op Nederlands eredivisieniveau. In 2017 werd zij om haar uitzonderlijke talent als hoekschutter door de toenmalige bondscoach Helle Thomsen uitgenodigd voor een trainingskamp van de nationale ploeg op Lanzarote. Ze verscheen te midden van een grote groep in het buitenland spelende handbalinternationals.

‘Het was een supergave ervaring’, vertelt Hage, met de Poolse bloemen van speelster van de dag in haar handen. ‘Ze zeiden dat ik naar het buitenland moest gaan of meer trainingsuren moest gaan maken. Ik werk veertig uur en doe tien trainingsuren bij Quintus. Dat lukt dus in Nederland niet. De Nederlandse eredivisie is veel minder dan de buitenlandse competities. Toen zeiden ze: dat gaat ’m niet worden.’

Haar moeder vertelde van een voorstel van het Nederlands Handbal Verbond (NHV). Om dochterlief tien extra uren training te bezorgen moest zij na een gemakkelijke wedstrijd in de eredivisie nog maar een uurtje hardlopen. ‘En dan de rest zeker laten wachten tot Daisy klaar is met lopen. Nee toch?’

Walhalla

De deur naar een entree in de nationale ploeg is daarmee dicht. Om prof te worden en international moeten Nederlandse handbalsters de grens over. Duitsland, zegt coach Neso Saponjic, wordt als een soort walhalla gezien. Er spelen tegen de vijftig Nederlandse vrouwen in de eerste en tweede Bundesliga. ‘Ze zouden langer in Nederland moeten blijven. Van Quintus zijn speelsters als Tessa van Zijl, Kelly Vollebregt, Roxanne Bovenberg, Delaila Amega en Sharon Nooitmeer snel doorgestroomd. Wij leiden veel talent op. Maar dit gaat te snel’, aldus Saponjic.

De ploeg van hem en Zwinkels begint elk jaar opnieuw te bouwen. De ervaringen van dit Europese seizoen zijn bouwstenen in dat proces. Op rij werd het ­IJslandse Valur, het Nederlandse V&L en het Spaanse Málaga verslagen. Zwinkels: ‘Mooi, hoe ver we zijn gekomen.’ Saponjic: ‘Spelen tegen ploegen als Málaga en ­Pogon heeft ons als ploeg doen groeien. We hebben echt progressie getoond.’ Hage: ‘Het is superleuk om tegen zulke technisch goede ploegen te spelen. Je wordt er beter van.’

De finale van de EHF Challenge Cup, de Europa Cup 3, was als verwacht een onhaalbaar station voor Quintus. Daarmee blijft die eer aan Van Riet Nieuwegein, dat in 1999 de finale van de EHF City Cup tegen het Servische Napredak haalde, maar die om politieke redenen nooit speelde. Dat Nieuwegeinse team was in werkelijkheid de nationale ploeg met internationals, van wie nog niemand de stap naar het buitenland had gewaagd.

Een jaar later was het hele team uitgevlogen, naar Denemarken en Duitsland. Het was het begin van de opmars van het Nederlandse handbal dat door kenner ­Saponjic zaterdag ‘een grootmacht’ wordt genoemd. Nederland tegen Polen is een klusje voor het Nederlandse vrouwenteam; Quintus tegen Pogon bleek een onmogelijk karwei.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden