Column Peter Middendorp

Het was vriendschap op het eerste gezicht

Om antwoord te geven op de vraag wat het ‘voor een plaats als Emmen’ betekent dat onze FC dit jaar in de eredivisie speelt, neem ik u mee naar het grasveld achter het Katholiek Drents College in Emmen, waar we ergens in 1986 met de leerlingen een voetbalwedstrijd tegen de leraren spelen. Ik loop net met rood van het veld omdat ik, nogal hartstochtelijk, een doorgebroken conrector van achteren heb neergehaald.

Buiten het veld lag een jongen in het gras, leunend op een elleboog, strootje in de mond, die mij in nonchalance en desinteresse haast leek te overtreffen. ‘Wattan,’ zei hij. ‘Noodremmetje?’ Ik haalde mijn schouders op. ‘Soms moet het heel even gebeuren.’

Het was vriendschap op het eerste gezicht.

Vijftien jaar later maakte ik een verhaal over de vriendengroep die zich rond deze eerste ontmoeting had gevormd. Na de studie was ik als enige de wijde wereld ingegaan, en zij allemaal veilig naar Emmen teruggekeerd. Ik beschreef hun warme leventjes met placemats en bijzettafeltjes en al, vol spot en ironie, alsof zij de uitzondering waren.

Het ging mijn vriend goed, hij werkte met financiële producten, ik was nog een dagje mee op klantenbezoek, bijvoorbeeld bij een echtpaar dat zich had vertild aan een waterbed op afbetaling met een ruim krediet erbij. De vrouw verzuchtte dat er straks in de hemel gelukkig geen schulden meer bestaan, de man zei: ‘Ach, we eten hier toch ook nog weleens een gebakje?’

En ik weet niet precies wat hij verkocht, verboog of omsloot, maar na afloop waren de klanten blij en had hij er zelf ook wat aan verdiend.

Een jaar of vijf geleden zag ik hem voor het laatst. Het ging hem nog steeds goed, prima, best, al werkte hij al een tijd niet meer met financiële producten, en had hij ook het bedrijf niet meer, dat hij na nadien had opgericht, want dat was na een paar goede jaren kort ervoor ineens failliet gegaan.

De economie was een golf, dacht ik, zijn verhaal was het verhaal van Emmen, van plaatsen als Emmen, de regio misschien wel in het algemeen. Mooi opgetild en daarna weer netjes op het strand gelegd; op de terugweg zoog het water de laatste kwartjes onder je vandaan. Alleen hier en daar bleef nog wat staan, een fonkelnieuw NS-station in de grote, open, lege ruimte, waar ooit een wijk uit de grond zou worden gestampt.

Vrijdagavond speelde FC Emmen gelijk tegen De Graafschap, 1-1. Het stadion zat vol, de sfeer was weer uitstekend, alleen het spel had misschien iets beter gekund. Je moest natuurlijk tevreden zijn, realistisch – met vier punten uit vier wedstrijden lag je keurig op schema voor lijfsbehoud – maar omdat er pas na ongeveer 150 ruim gemiste kansen eindelijk eentje inging, viel de late gelijkmaker je daarna toch rauw op de maag.

Maar in het stadion zag ik mijn vriend terug, in het donkerblauwe maatpak van FC Emmen. Iets ouder, maar het viel erg mee als je het met mij vergeleek.

Heel precies leek hij nog niet op de hoogte van zijn nieuwe taken, wat nu eenmaal bij een eerste werkdag hoort, maar hij lachte wel alvast, het pak stond hem vreselijk goed. 

Voor het eerst speelt FC Emmen in de eredivisie. Van dat avontuur doet onze columnist Peter Middendorp wekelijks verslag. Hij groeide op in Emmen, voetbalde bij de voorloper van FC Emmen en schreef in 2014 een geruchtmakend boek over zijn jeugd boven het plaatselijke Blokkerfiliaal, Vertrouwd voordelig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.