Column Peter Middendorp

Het was toch mooi dat we zoiets hadden, de Arena, Ajax, als je er vanuit het perspectief van Emmen naar keek

In het stadion van Ajax is het geluid overal, niet alleen in je nek of oor, je merg of been, zoals bij ons in De Oude Meerdijk. Het is boven, onder, achter, voor en naast je. Rondom, dichtbij, met een lekkere warme bas erin. Het staat precies goed afgesteld.

Het licht is ook mooi, de kleuren, de geuren. Aan alle zintuigen is gedacht, aan alle verlangens voldaan. Alles is zo soepel en comfortabel in de Arena – je glijdt als het ware door de stadionervaring heen. Als je weer buiten staat, met vijftig zatte supporters naar het station begint te lopen, heb je nauwelijks gemerkt dat je met 5-0 bent afgemaakt.

Wat een club, wat een stadion, wat een spelers. Met één beweging zet Ziyech hele verdedigingen op het verkeerde been. Als je Tadic zag, dacht je, Godfried Bomans indachtig, ach, hadden wij maar een speler met één zo’n been. Het was toch mooi dat we zoiets hadden, de Arena, Ajax, als je er vanuit het perspectief van Emmen naar keek.

In de grote, vrijwel lege perszaal, zei FC Emmen-trainer Dick Lukkien na afloop: ‘We kwamen niet goed in de duels.’ Het was mooi gezegd, duidelijk, de betekenis was stevig. ‘Daardoor kwamen we niet aan voetballen toe.’

Emmen bleef wel proberen om eruit te komen, vooruit te blijven denken, Anco Jansen aan te spelen, de nummer 6, mijn favoriete speler. Als hij de bal heeft, gebeurt er altijd wat. Maar hij had de bal niet. Niemand van ons had de bal. In de Arena was de bal als het geluid. Ongrijpbaar, prettig, zeilde hij gedachteloos over onze keeper heen.

Terwijl we in de trein stapten, wankelden en vielen, wonden de analytici Hugo Borst en Kenneth Perez zich bij Fox op over het niveau van Emmen. Een schande voor de eredivisie. Ze hadden maar negen overtredingen gemaakt. Twee spelers, Jansen en Veendorp, waren minstens 6 kilo te zwaar. Wat ook niet hielp, vonden ze, was het kratje bier dat nogal zichtbaar in de bus achterbleef toen de spelers hun tassen hadden gepakt.

De volgende dag reageerde Lukkien gebeten. Jansen was juist al ver gevorderd op een lange weg terug en Veendorp had gewoon een geblokt postuur. ‘Wij meten en wegen ook, hoor. Dit gelul is onzin. Ik laat onze ploeg niet wegzetten als een campingelftal.’

Waarna Hugo Borst in zijn AD-column schreef, misschien ook wel een beetje omdat Emmen ten koste van zijn geliefde Sparta is gepromoveerd: ‘Campingelftal? Het was nog veel erger!’

We hebben kleine beetjes ergernis achtergelaten in het land, op de televisie, de krant, en ook wel in de trein, met alle zatte supporters tegelijk in een volle eerste klas stiltecoupé, schreeuwend, boerend, scheten latend. Er waren toen een paar typische eerste klas-stiltecoupé-reizigers die zich, half verborgen onder slapende hompen dronkenschap, de vingers even wanhopig door het haar hebben gehaald.

Dat was niet mooi of nastrevenswaardig, maar, als je er vanuit het perspectief van Emmen naar keek, misschien niet alleen maar vervelend. Ik zag het van de zonnige kant. Beter bespot dan ongezien. Het voelde nog niet zo, maar het was een hele stap vooruit. Laten ze zich maar een klein beetje ergeren. Andersom is ook weleens gebeurd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.