Analyse

Het vrouwenpeloton laat zich niet meer wegzetten

Vier jaar geleden richtte Iris Slappendel een vakbond op voor wielrensters. Was nodig, de werkomstandigheden waren te slecht. Zondag rijden de vrouwen de Amstel Gold Race. Hoe staat het vrouwenwielrennen ervoor?

NK wielrennen 2020. Wereldkampioene Annemiek van Vleuten (links) feliciteert olympisch kampioene Anna van der Breggen met haar titel. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
NK wielrennen 2020. Wereldkampioene Annemiek van Vleuten (links) feliciteert olympisch kampioene Anna van der Breggen met haar titel.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Als Iris Slappendel op Eurosport commentaar geeft bij een wielerwedstrijd voor vrouwen, ziet ze een groot deel van haar ledenbestand door het beeld rijden. Het zijn de leden van de The Cyclists’ Alliance (TCA), een door Slappendel (36) opgerichte internationale vakbond voor vrouwelijke profrenners. ‘We hebben honderdtachtig leden, dus een aanzienlijk deel van het peloton’, zegt de oud-renster die in 2004 met wielrennen begon en op de laatste dag van 2016 afzwaaide.

De afgelopen jaren heeft Slappendel haar sport zien groeien. Vooral in Nederland dat nu het vrouwenwielrennen domineert met veelwinnaars zoals Anna van der Breggen, Chantal Blaak, Annemiek van Vleuten en natuurlijk Marianne Vos. Ze staan zondag bij de Amstel Gold Race Ladies Edition allemaal aan de start. Minstens zeven Nederlandse rensters maken, op grond van hun plek op de wereldranglijst, kans op de zege.

Toch is het vrouwenwielrennen nog niet op het punt waar Slappendel en haar in TCA verenigde medestanders willen uitkomen. ‘Dat is dat honderd procent van de rensters een veilig en economisch stabiele werksituatie heeft en dat hun prestaties voldoende zichtbaar zijn. Daar zijn we nog wel een paar jaar van verwijderd.’

Gelijke beloning

Het woord dat nadrukkelijk ontbreekt in de doelstellingen is ‘mannenwielrennen’. In sporten zoals tennis en voetbal is gelijkwaardigheid van de mannelijke en vrouwelijke profs het streven. Zo is bij grandslamtoernooien in het tennis het prijzengeld voor mannen en vrouwen gelijk en hebben de vrouwen een eigen organisatie en toernooicircuit – het resultaat van een jarenlange strijd door vrouwelijke tennissers met de Amerikaanse Billie Jean King als boegbeeld. Een andere Amerikaanse sporter, voetbalster Megan Rapinoe, drong bij president Joe Biden aan op gelijke betaling en kwam met hard ‘bewijsmateriaal’: het Amerikaanse vrouwenvoetbal verzamelt wereldtitels, vult stadions en breekt kijkcijferrecords.

Argumenten, allemaal in vergelijking met ‘de mannen’.

Toch zegt Slappendel: ‘Het helpt het vrouwenwielrennen niet als constant het verschil met het mannenwielrennen wordt gezocht.’ Zie vrouwenwielrennen als een aparte sport, is haar pleidooi. ‘We willen niet het mannenwielrennen kopiëren, we willen onze sport an sich ontwikkelen.’

Dat streven wordt door de werkelijkheid wel wat doorkruist. Zo richten steeds meer grote wielerteams naast een topploeg voor de mannen, een vrouwenploeg op. De meest succesvolle vrouwenploeg van de laatste jaren, nu Team SD Worx geheten, is meer en meer een uitzondering: het bestaat alleen als vrouwenploeg. Het Nederlandse Jumbo-Visma heeft dit jaar een vrouwenequipe onder leiding van veelwinnaar Marianne Vos aan de succesvolle mannenploeg toegevoegd. Vos en haar collega’s moeten binnen drie jaar de beste zijn, is de ambitie en opdracht.

Parijs-Roubaix

De vergelijking met het mannenwielrennen wordt verder in de hand gewerkt doordat steeds meer mannenwedstrijden een vrouwelijke pendant krijgen, bijna altijd op dezelfde dag. Zo ook de wedstrijd van zondag, de Amstel Gold Race. ‘Het heeft tot 2017 geduurd voordat de belangrijkste wedstrijd in Nederland ook een vrouweneditie op het hoogste niveau kende’, zegt Slappendel. Deze maand werd de allereerste Scheldeprijs voor vrouwen gereden, liefst 114 jaar na de eerste voor mannen. Wedstrijd voor wedstrijd, klassieker voor klassieker, vonden de vrouwen de afgelopen jaren de aansluiting met de mannen, met als voorlopig aanstaand hoogtepunt begin oktober als, na anderhalf jaar uitstel, de eerste Parijs-Roubaix voor vrouwen van start gaat – in 1896 reden de mannen die voor het eerst.

Dat vrouwen en mannen dezelfde koersen rijden, op dezelfde dag, zet ook het spotlicht op het objectief meest schrijnende verschil voor mannen- en vrouwenprofs: het prijzengeld. Slappendel vermijdt hier de nadruk op te leggen. Immers: de vergelijking helpt haar niet in haar missie om het vrouwenwielrennen als aparte sport te zien, waaraan, helemaal los van het mannenwielrennen, nog van alles aan te verbeteren valt. ‘En voor de rensters is het prijzengeld geen belangrijk issue.’

Toch geven de kille cijfers, in euro’s, wel wat prijs van de weg die Slappendel en haar vakbond nog hebben af te leggen. Denk even terug aan Eerste Paasdag, de Ronde van Vlaanderen, toen Annemiek van Vleuten op pure wilskracht en met mokerslagen op de pedalen, haar zeven achtervolgers 13 kilometer lang wist voor te blijven. Tot vreugde van Slappendel had de organisatie de Ronde-voor-vrouwen zo geprogrammeerd dat de laatste bijna 2 uur live kon worden uitgezonden op prime time.

Ongelijkheid neemt toe

Enkele uren voordat Van Vleuten solo over de publieksloze finish ging, had bij de mannen de Deen Kasper Asgreen de Nederlander Mathieu van der Poel verslagen in een sprint-a-deux. Beide finales van de Ronde waren reclame voor de sport, maar Asgreen kreeg met een winstpremie van 20 duizend euro het dertienvoudige van de 1.535 euro waarmee Van Vleuten zich tevreden moest stellen.

Een paar dagen later wonnen de Nederlandse renster Lorena Wiebes en de Belg Jasper Philipsen elk de Scheldeprijs. Philipsen kreeg 7.515 euro, Wiebes 510. ‘Als de vrouwen in Berlijn rijden en de mannen die dag in Brussel, dan maak je die vergelijking niet zo snel, dat is waar’, erkent Slappendel.

Wat de fixatie op het verschil in mannen- en vrouwenprijzengeld maskeert, legt ze uit, is dat binnen het vrouwenpeloton de ongelijkheid groeit. ‘De negen topploegen bij de vrouwen, de Worldtour-ploegen, professionaliseren sterk en toprensters verdienen heel behoorlijk en steeds meer. Maar aan de onderkant, de zogenoemde Continental teams, staan de salarisontwikkelingen al jaren stil. Een kwart van de Continental-rensters verdient helemaal geen salaris, maar die zie je zondag in de Amstel Gold Race wel met de goedverdienende toppers rijden.’

Amstel Gold Race

De organisatie achter ’s lands enige klassieker, de Amstel Gold Race, snapt volgens Slappendel wat goed is voor het vrouwenwielrennen. ‘Vorig jaar hadden ze de presentatie van de mannen- en de vrouwenteams op hetzelfde moment – goed voor de media-aandacht voor de vrouwen. En ze kwamen met de rondemister in plaats van rondemiss. Zulke kleine, ludieke maar effectieve vondsten waarderen de rensters veel meer dan een grote prijzenpot.’

Slappendel weet dat omdat TCA vanaf het begin de vrouwenprofs heeft geënquêteerd en nauwkeurig zicht heeft op wat er speelt in het vrouwenpeloton. ‘Van het vrouwenpeloton verdient 57 procent onder de 15.000 per jaar.’ Het minimumloon in Nederland ligt een derde hoger. Slappendel en haar vakbond kregen het voor elkaar dat de Worldtour-ploegen een afdwingbaar minimumsalaris gaan betalen van 20.000 euro. Voor de Worldtour-mannen is het minimum ruim het dubbele, maar bijna twee derde verdient op dat niveau 120.000 euro per jaar.

Ander voorbeeld: zwangerschapsverlof. ‘Een renster zei me dat ze dat niet belangrijk vond omdat ze helemaal niet van plan was zwanger te worden. Maar daar gaat het niet om. Het is een grondrecht en het is bizar dat in haar contract staat dat ze per direct ontslagen mag worden als ze zwanger is. Dat mag absoluut niet.’ Voor de toprensters is dit nu geregeld. Voor de Continental-rensters een tree lager, nog niet, net zo min als het minimumsalaris. ‘Dus dat is nog een doel.’

Slappendel ijvert ook voor betere verzekeringen en een noodfonds. ‘Want door corona raakte 29 procent van de rensters hun salaris geheel of gedeeltelijk kwijt.’ Ze regelde juridische ondersteuning, een keurmerk voor zaakwaarnemers en helpt rensters zich voor te bereiden op de tijd na de wielercarrière.

Ethische code

Rensters voeden met kennis en hen zo bewust maken van hun positie, is wat Slappendel drijft en dat bepaalt ook wat er nu bovenaan haar verlanglijst staat: een betere ethische code. ‘Die van de UCI was niet gunstig voor slachtoffers. Je kon niet anoniem een klacht indienen als je bijvoorbeeld door je ploegleider geestelijk of lichamelijk mishandeld werd. En na je klacht moet je, na heel lange tijd, in een publiek persbericht het oordeel van de UCI lezen. Dat is enigszins verbeterd, maar de code is nog steeds een fractie van wat die moet zijn en de drempel om een klacht bij de UCI in te dienen is heel hoog.’

Gezien de erelijst die Slappendel ná haar actieve fietscarrière bij elkaar heeft gelobbyd, is een betere ethische code vermoedelijk een kwestie van tijd. ‘Wij zijn de enigen die de stand van zake kennen in het vrouwenwielrennen anno nu.’ En ze weet als ze haar leden vanuit haar commentaarpositie ziet fietsen en voor steeds betere kijkcijfers ziet zorgen: ‘Ze kunnen niet om ons heen.’

Rondjes rijden in Zuid-Limburg

In plaats van een 266 kilometer lange route kriskras door Zuid-Limburg, bestaat de Amstel Gold Race dit jaar uit een afgesloten parcours van 17 kilometer. De ronde zal hermetisch worden afgesloten voor wielerpubliek: zelfs wie naast het parcours woont, mag de wedstrijd niet buiten volgen.

Om te voorkomen dat de mannen- en vrouwenwedstrijd in elkaar overlopen, starten de vrouwen ongebruikelijk vroeg: half negen ’s ochtends. Als de vrouwen om circa 12 uur finishen, starten daarna de mannen, die iets voor zessen over de eindstreep komen. De vrouwen rijden zondag de ronde 7 keer en de mannen 13 keer. Elke ronde gaat over de Geulhemmerberg, Bemelerberg en Cauberg. Alleen de mannen rijden de laatste ronde de maximaal 14 procent steile Cauberg niet op.

Grote afwezige bij de mannen is Mathieu van der Poel die de laatste editie van de Amstel Gold Race, in 2019, op onnavolgbare wijze won met een schier onmogelijke inhaalrace. Wilco Kelderman en Wout Poels zijn de best geklasseerde Nederlanders aan het vertrek. Het Nederlandse Jumbo-Visma vaardigt zijn twee beste renners af: Primoz Roglic, de huidige nummer 1 van de wereld en Wout van Aert, nummer 3. De Fransman Julian Alaphilippe, nummer 6, zal zijn wereldkampioenschaptrui tonen.

Vrijwel de hele top van het vrouwenwielrennen neemt deel aan de Amstel Gold Race Ladies Edition al ontbreken de Duitse en Belgische kampioenen, Lisa Brennauer en Lotte Kopecky, en Ellen van Dijk van Trek-Segafredo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden