Column Willem Vissers

Het vitale hart van het voetbal klopt altijd door – zelfs bij de dood

Dit stukje gaat over het grote hart van het voetbal, en ook over het kwetsbare hart. Mijn vriend Piet de Visser, scout van talent tot de dood erop volgt, werd zondag 84 jaar. Hij is in Ghana, in zijn voetbalacademie. ‘Ach, het is vallen en opstaan’, antwoordde hij op de vraag die je dan stelt aan de jarige op leeftijd, over diens gezondheid.

Het opstaan kost telkens meer moeite. Heel langzaam dooft het kaarsje voor het raam van zijn hartkamer, in een lijf dat sowieso getekend is door operaties. Piet de Visser heeft negen levens. Of veertien. Wie het weet mag het zeggen. Waarbij het onzeker is aan zijn hoeveelste leven hij bezig is. Van de vijf bypasses die hij eens liet aanleggen in zijn hart, doen nog twee hun werk naar behoren.

Geen chirurg wil hem nog opereren. Hij is te oud, het is te gevaarlijk. Elke dag neemt hij een keur aan pillen, een bordje vol bijna. Hij is wat kortademig en rust meer uit dan hem lief is, maar af en toe wil hij naar Ghana, naar de spelers in de opleiding die zijn naam draagt. Zijn passie ligt bij voetbal dat hij kan ruiken, niet bij hangen op de bank met de afstandbediening als navigatie door de voetballawine op tv.

‘De jongens speelden de pannen van het dak op een toernooi in Togo’, zegt hij vol trots. Zijn levenslust groeit boven zijn fysieke krachten uit. Piet is een beetje als het voetbal zelf dat, wat er ook gebeurt, telkens vitaliteit toont, kleur en levendigheid, ook en zelfs bij de dood.

Vrijdag kijk ik op televisie met bedrukt gemoed naar het begin van Top Oss – Sparta, in de stad die is geraakt door het  vreselijke ongeluk met de bolderkar. Jongens staan op de hekken rond het veld tijdens de minuut stilte voor de aftrap. Om de paar seconden vliegt een vuurpijl naar de sterrenhemel. Het is een prachtig gezicht.

Een dag later, bij Vitesse – ADO, hangt een spandoek met de tekst: ‘Zo oneerlijk. Te jong en te klein om nu al een ster in de hemel te zijn.’ Al die herdenkingen in het voetbal zijn bijna onvermijdelijk, ook omdat het stadion voor velen de kerk heeft vervangen als zondagsdienst. Ergens moet de mens zijn verdriet en gevoelens ventileren. Ergens wil de mens de ander vasthouden, of het nu door lijfelijke omarming is of door geestelijke verbondenheid. Dat kan bijna nergens beter dan in een voetbalstadion, waar de omhelzing altijd dichtbij is en de mensen hetzelfde geloof belijden.

Piet de Visser zou ook kunnen thuisblijven in Oisterwijk. Dat wil hij niet. Zijn intuïtie volgt de bal, het gras, in dit geval zijn spelers in Ghana, jongens van wie hij hoopt dat ze eens een loopbaan in Europa zullen beleven. Zondag, op zijn 84ste verjaardag, ging hij een dagje naar Labadi Beach, even buiten Accra. Hij moest uitrusten. En hij zei, opgewekt en melancholisch tegelijk: ‘Mijn kop wil meer dan mijn hart kan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden