WedstrijdverslagAjax-Liverpool

Het verlies van Liverpool zal bij Ajax nog wel even malen in het hoofd

Liverpool kwam bij de opening van de Champions League naar Amsterdam om te winnen van Ajax (uitslag  0-1), in een wedstrijd van dertien in een dozijn voor de Engelsen. Bij Ajax zal het duel nog even malen in het hoofd, als synoniem voor de gemiste kans, als herinnering aan het ontbreken van een echte topspits.

Nico Talgliafico scoort de 0-1 tijdens Ajax - Liverpool. Keeper André Onana kan slechts toekijken hoe zijn eigen linksback scoort.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het was echt zo’n wedstrijd om na te bespreken in de Amsterdamse cafés, als die tenminste open waren geweest. Het op papier mindere elftal dat een paar goede kansen krijgt, ze niet benut, en ja, dan zul je net zien dat de gerenommeerde tegenstander op een knullige manier een doelpunt maakt. In dat sjabloon paste Ajax - Liverpool, geen mistwedstrijd zoals in 1966, maar een wedstrijd van het gemis. Van publiek, van kansen, van wat geluk ook. De leegheid van de Champions League zonder publiek, geprojecteerd in de hoofden van de ongelukkige Ajacieden.

Het is een klassieke wet in de sport. De wat mindere ploeg heeft een topdag nodig om het betere elftal te verslaan. Over het voetbal mocht Ajax best tevreden zijn, met de ervaren Davy Klaassen en Daley Blind als uitblinkers op het middenveld, met David Neres als dribbelaar die langzaam zijn ritme hervindt na langdurig blessureleed, met Perr Schuurs als verdediger die het in defensief opzicht lastig had, maar die wint aan flair en wiens pass van topklasse is. Het zat uiteindelijk niet mee, al is dat ook een kwestie van kwaliteit. Een kans benutten, dat hoort bij de wapens van een topvoetballer.

Allereerst was daar de opstelling van trainer Erik ten Hag, met Lisandro Martinez als centrale verdediger naast Perr Schuurs, met Daley Blind als laatste man op het middenveld en met Mohammed Kudus als een soort hangende spits. Maar Kudus raakte bij een van zijn eerste duels geblesseerd aan de knie, waarna Quincy Promes kwam.

Tja, Promes, snelle speler, maar zonder de verfijning die van de goede voetballer een heel goede voetballer maakt, en dan ontbreekt het hem ook nog aan vorm. Noa Lang in Brugge zien voetballen, het is best vreemd. Zo gemakkelijk was de kans voor Promes in de 33ste minuut, na een fraaie aanval van Ajax en een subliem passje van David Neres tussen een paar verdedigers door. Promes kon van dichtbij de hoek uitzoeken, maar raakte uitgerekend het uitgestoken been van doelman Adrian, de zwakste schakel in het elftal van trainer Jürgen Klopp, die schreeuwend door zijn vak rende.

Eigen doelpunt

En zo gaat dat dan, tegen een topclub, tegen een elftal met zoveel snelheid en ervaring, een elftal dat door Ten Hag het beste van de wereld was genoemd, niet helemaal ten onrechte, want Liverpool is sowieso houder van de wereldbeker voor clubs. In plaats van 1-0 is het twee minuten later 0-1, en hoe. Sadio Mané, zes jaar geleden oppermachtig met Salzburg tegen het elftal van Frank de Boer, draaide te gemakkelijk weg van Schuurs. Zijn schot mislukte totaal, maar Nicolas Tagliafico raakte de bal verkeerd. Eigen doelpunt.

Nog zo’n prachtkans kreeg Ajax voor rust, maar alleen voor doelman Adrian koos Dusan Tadic voor het artistieke lobje in plaats van de droge knal, waarna Fabinho de bal nog van de lijn haalde, op zeker zo kunstige manier als Tadic zijn boogbal bedacht.

Ajax voetbalde niet slecht, maar Ajax is uitgekleed sinds het droomjaar van twee seizoenen geleden, en het duurt even voordat weer zo’n mooi nieuw pak in elkaar is genaaid, als dat al lukt. Gelukkig voor Ajax is nieuw talent altijd onderweg, zoals Ryan Gravenberch, die op zijn achttiende al een fijne speler is, met durf, dribbelvermogen en een goede pass.

Na rust liet Ajax vrijwel meteen weer een fijne aanval op het doel van Liverpool afrollen, besloten met een knal van Davy Klaassen. Heerlijk was het geluid van de aanraking met de paal, maar weer was het dus geen doelpunt. Opvallend was de wissel van Klopp na een uur: hij haalde gewoon zijn drie aanvallers naar de kant en ruilde ze in voor drie andere toppers, wat ook wel iets zei over het vertrouwen in de goede afloop dat de Duitser koesterde.

Het is één van de verschillen tussen elftallen uit de hoogste kaste van het voetbal en de topclub uit Amsterdam die elke keer weer aan het bouwen moet, die bovendien verzuimde in de zomer een topspits te halen. Er was ook minder geld door corona, hetgeen Ajax deed spreken van een mogelijk 'tussenjaar'.  

Lassina Traoré en Klaas-Jan Huntelaar, spitsen van beroep, vielen pas in de slotfase in. De een is eigenlijk niet goed genoeg, de ander is een routinier op zijn retour. 

Er zat woensdagavond nauwelijks publiek bij Ajax-Liverpool. Maar daar merkte de tv-kijker thuis niets van. Dankzij ‘enhanced audio’, een nieuw coronafenomeen. Verslaggever Mark Misérus nam een kijkje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden