Het traditionele goud voor het vrouwenkwartet

EK kortebaan..

DEBRECEN Het is intussen een kleine traditie: aan het eind van het jaar zwemmen de Nederlandse vrouwen bij de Europese titelstrijd kortebaan een wereldrecord op de 4x50 meter vrije slag. In 2003, in Dublin, gebeurde dat voor het eerst, in 2005, in Triëst, werd dat kunststuk herhaald en vrijdag was het weer zo ver.

Het Nederlandse vrouwenkwartet werd in de Hongaarse sportstad Debrecen Europees kampioen op de aflossing en als verwacht geschiedde dat in een wereldrecordtijd (1.34,82). Het viertal Inge Dekker, Hinkelien Schreuder, Ranomi Kromowidjojo en Marleen Veldhuis haalde maar liefst anderhalve seconde van de vorige toptijd af.

Het was opnieuw het bewijs van hoeveel potentie de Nederlandse vrouwen bezitten op de kortebaan, de vrije slag en de kortste afstanden. Vorig jaar werd dat geïllustreerd met het wereldrecord op de 4x100 meter kortebaan, bij WK in Shanghai. Nederland werd toen wereldkampioen door het fameuze Australië te verslaan, dat dit jaar wereldkampioen werd op de langebaan.

De week van de recordtraditie in Europees verband werd zondag ingeleid met een Nederlandse aanval op dat eigen wereldrecord op de 4x100. Dat gebeurde aan het eind van de Dutch Open Swim Cup in Eindhoven, toen het bad na een snelle verbouwing was ingekort tot een 25-meterbassin.

De kortebaanploeg van Nederland slaagde, ook nadat Inge Dekker ziek had moeten afzeggen. De scorende opstelling Schreuder, Heemskerk, Kromowidjojo en Veldhuis was vrijdag op de kortere 4x50 op één plaats gewijzigd. Dekker, de vaste nummer twee van Nederland, was bleek doch fit. Zij werd in plaats van Schreuder de startzwemster en verving de minder explosieve Heemskerk.

Zulke opstellingswijzigingen zijn de weelde van het Nederlandse vrije slag zwemmen ten voeten uit. In de ochtend werd de plaatsing voor de finale met routineus gemak afgedwongen door een team dat voor driekwart uit andere zwemsters bestond. Reserves Saskia de Jonge, Chantal Groot en Femke Heemskerk kregen ’s avonds ook een gouden medaille voor hun inspanningen.

De topvier werd natgespoten met een fles bubbeltjeswijn, waar een magnum met champagne had gepast. Teammanager Aad van Groningen zei dat hij in deze Hongaarse stad jammer genoeg niets groters had kunnen vinden.

De lach van bondscoach Jacco Verhaeren was, ondanks ‘verloren gouden medailles’ op de 100 vrij (Veldhuis tegen de Duitse Steffen) en op de 50 vlinder (Dekker tegen de Zweedse Kammerling), breder dan ooit. De goedlachse cheftrainer zwaaide met lof, alsof hij de ceremoniemeester op de bruiloft van zijn beste vriend was.

Verhaeren: ‘Dit was fenomenaal. Wij hebben ook de zwemsters voor zo’n record. De Amerikanen en de Australiërs kunnen er een estafette tegenaan gooien, maar deze tijd halen zij echt niet.’ Waarna het ging over de inschatting van de Nederlandse kansen bij de grote olympische estafette in 2008. Sommige zwemsters vinden de gouden gedachte haast onwerkelijk.

Verhaeren: ‘Ik ben van nature een optimist. Ik zeg: wij moeten met deze ploeg goud kunnen halen. Maar het moet nog wel gehaald worden. Laten we zeggen dat we de potentie hebben om voor goud mee te doen.’

Zijn collega van Duitsland, Orjan Madsen, leed met zijn vrouwenploeg een kansloze nederlaag. De Noor kon in Hongarije door ziekte slechts het halve A-team in het water brengen. ‘Maar ook als we iedereen beschikbaar hadden gehad, hadden we het tegen dit Nederlandse team niet gered.’

De Duitsers, die wereldrecordhoudster Britta Steffen tot hun beschikking hebben, zeggen te hopen op een open strijd bij de Olympische Spelen, volgend jaar in Peking. Madsen: ‘Nederland en Duitsland zijn de Europese landen die de strijd met de Amerikanen en de Australiërs aangaan. Ik zeg alleen als Europeaan: als wij het niet redden, dan hoop ik echt dat de Nederlandsen het redden.’

Nederland haalde voor het laatst olympisch goud in de aflossing op de 4x100 in 1936. Het was het fameuze kwartet met de legendarische Rie Mastenbroek als kopvrouw. Zij werd in de jacht op goud in Berlijn ondersteund door Jopie Selbach, Tini Wagner en Willy den Ouden.

De laatste twee Spelen kwam de nationale vrouwenploeg – haast per traditie – dicht bij een herhaling van dat historische succes. Met Inge de Bruijn als gangmaker en afmaker werd in 2000 zilver veroverd, in 2004 was het brons. De Bruijns rol is sindsdien naadloos overgenomen door Marleen Veldhuis.

Zij zal vrijwel zeker zes talenten meekrijgen om in Peking de strijd met de grote landen aan te gaan. Bij de wereldkampioenschappen in Melbourne, begin dit jaar, was er een achterstand van 1,3 respectievelijk 1,1 seconde op Australië en de Verenigde Staten. Die marge lijkt gedicht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden