Het sterretje en de planeet

Het Nederlands elftal kan woensdag winnen van Engeland, maar het niveau van landenploegen zegt niets meer over de sterkte van de competitie....

Uren na het gesprek belt commercieel directeur Chris Woerts van Sunderland terug om nog één wijsheid uit de Engelse competitie te berde te brengen. Die was hij even vergeten.

‘Luister niet naar technische mensen, naar trainers dus. Het voetbal in Engeland is het populairst rond Kerst en Nieuwjaar. De kijkcijfers zijn dan het hoogst, in de werving van abonnementen voor betaaltelevisie zit dan een boost. Nederland is weer met Kerstvoetbal gestopt omdat de trainers liever lui dan moe zijn en bij hun familie willen zitten. In Engeland gaat de competitie boven alles.’

Zomaar een topdrie van opvallende ‘geheimen’ van het succes van de Engelse competitie, samengesteld dus door commercieel directeur Woerts van Sunderland:

1. Weinig tot geen democratie (uitleg volgt).

2. Niet luisteren naar technische mensen (uitleg al gegeven).

3. Elke dag de beste en de grootste wíllen, nee móeten zijn. ‘Daarop is al het denken gebaseerd.’ Het lijstje is eenvoudig uit te breiden.

Woensdag ontvangt het Nederlands elftal Engeland, in de Arena. Het is zo vroeg in het seizoen slechts een vingerwijzing op weg naar het WK in Zuid-Afrika, maar de ogenschijnlijke gelijkheid der nationale elftallen heeft zijn aantrekkelijke en romantische kanten. Nederland kan winnen van Engeland.

Hoe anders is het gesteld met ’s lands clubcompetities. De eredivisie, klein en soms fijn, contra the Premiership, met de Amerikaanse basketbalcompetitie NBA behorend tot de grootste geldmachines ter wereld in de sport.

Binnen twintig, dertig jaar zijn de liga’s in financieel en uiteindelijk sportief opzicht op onwaarschijnlijke wijze uit elkaar gegroeid. Vroeger bestond in elk geval de schijn van enige gelijkwaardigheid, maar die is totaal verdwenen. De begroting van Manchester United, ongeveer 350 miljoen euro per seizoen, benadert het budget van alle clubs in de eredivisie samen, ruim 400 miljoen.

Als de eredivisie een sterretje aan het firmament is dat af en toe opflakkert en dan weer achter de wolken verdwijnt, is de Premier League de volle maan waarnaar op een heldere avond de halve wereld in bewondering staart.

Dat is dus weleens anders geweest. Oud-international Arnold Mühren vertrok in 1979 van FC Twente naar Ipswich Town, waar de vorige week overleden Bobby Robson een topploeg formeerde: ‘Ik verdiende ongeveer 125 duizend gulden per jaar.’ Dat is nog geen 60 duizend euro. Met een lach zegt de Volendammer: ‘Daar nemen ze tegenwoordig nog geen hoekschop voor. Toen ik drie jaar later naar Manchester United verhuisde, ging ik ietsje meer verdienen. Men zou tegenwoordig lachen om het verschil. Maar ik wilde gewoon bij Manchester United voetballen, in dat prachtige stadion.’

John Terry, de aanvoerder van Chelsea, kon deze maand voor een salaris van ongeveer 200 duizend euro naar Manchester City, het hedendaagse speeltje van een conglomoraat sjeiks uit Abu Dhabi. Dat was overigens het aangeboden weeksalaris, niet het loon per jaar, waarover Mühren sprak.

Vooral de televisie heeft het Engelse voetbal op onwaarschijnlijke wijze verrijkt. Ruim 6 miljoen huishoudens schaften voor het voetbal een kastje aan. Ze betalen ruim 30 euro per maand abonnementsgeld voor rechtstreeks voetbal en andere topsport. Dat levert dus al 180 miljoen per maand op, waardoor de dit jaar afgesloten nieuwe tv-contracten voor het voetbal ter waarde van ruim 2 miljard euro in drie jaar, met Sky als grootste geldschieter, al geloofwaardiger klinken.

In Nederland betalen 350 duizend abonnees van Eredivisie Live een tientje per maand (directeur Frank Rutten: ‘Dat is heel goedkoop’) voor rechtstreeks voetbal. Dat maakt dus 3,5 miljoen per maand. De samenvattingen leveren ruim 20 miljoen per jaar op. Zelfs gemeten naar het aantal inwoners, ruim 60 miljoen in heel Groot-Brittannië tegen 16 miljoen in Nederland, heeft Engeland dus ook in relatief opzicht een immense voorsprong.

Engeland ontdekte de financiële waarde van zijn voetbal vooral na 1990. De vele doden van de rampen in Brussel (Heizel, 1985), Bradford (1985) en Sheffield (Hillsborough, 1989) hadden het voetbal lamgeslagen en bijna ten grave gedragen. De ommekeer volgde na vernieuwing van de met louter zitplaatsen uitgeruste stadions en de harde bestrijding van het hooliganisme. Een deel van Europa volgde, maar Engeland koestert zijn voorsprong. Mediatyconen zetten hun betaalzenders in de markt met live voetbal, dat aansloeg in het voetbalgekke land.

Het alsmaar verbeterde imago van het clubvoetbal en de navenante opbrengsten verleidden betere spelers tot de overstap naar Engeland, met Cantona (Manchester United) en Bergkamp (Arsenal) als pioniers. De emigratie naar de bakermat van het voetbal kende geen grenzen meer toen de markt binnen de EU openging en de beperkingen op het aantal buitenlanders verdwenen.

Zo ontwikkelde Engeland zich, zeker financieel, tot de zevende hemel van het voetbal, waarin trouwens problemen gloren. Sommige fans vinden de kaarten te duur, in bepaalde stadions zijn behoorlijk veel lege plekken en de topclubs zijn eigenlijk te sterk geworden.

Chris Woerts, voormalig directeur van de Eredivisie CV, verhuisde vorig jaar van Feyenoord (commercieel directeur) naar Sunderland, waar hij een soortgelijke functie bekleedt.

Hij verbaast zich vrijwel elke dag over het respect voor de competitie. Onlangs, op werkbezoek in India, merkte hij dat het ook voor een werknemer van middenmoter Sunderland eenvoudig is met de hoogste heren van de geïnteresseerde bedrijven in contact te treden, om de eenvoudige reden dat Sunderland onderdeel uitmaakt van die bijna magische competitie.

Woerts ziet zoveel voordelen voor Engeland en dus ook voor Sunderland, waarvan de Amerikaanse Ier Ellis Short sinds vorig jaar eigenaar is. Sunderland was een ‘jojoclub’, maar nu is er écht geld. Zo stelt Woerts, als algemene regel: ‘Hoe democratischer de club, des te minder succes.’

Het is volgens hem geen toeval dat juist de Nederlandse clubs waarin één man zich profileert als de baas, succesvol zijn. AZ met Scheringa, Groningen met Nijland (‘hij is daar echt de baas’), FC Twente met Munsterman en, voorheen, Heerenveen met Van der Velde.

Investeren, het elftal versterken, daar gaat het om. Sunderland kocht al de Albanees Cana van Marseille, aanvaller Campbell van Manchester United, de Paraguayaanse aanvoerder van de nationale ploeg Da Silva en spits Darren Bent van Tottenham, met rond 11 miljoen euro de duurste aankoop in de clubgeschiedenis.

Investeren is eenvoudiger en verloopt soepeler met één baas aan de top. Nederland is wat huiverig voor mannen of vrouwen die een club bezitten en de clubs zijn zuinig met centjes. Woerts beleefde het bij Feyenoord, waar nooit geld was en hij speciale investeringsfondsen (Talentpools) bedacht om toch geld voor transfers vrij te maken.

Wás Feyenoord maar overgenomen door een Arabier of een Amerikaan, denkt hij soms. Dan was het misschien allemaal anders gelopen. Voormalig technisch directeur Peter Bosz werd fel bekritiseerd toen Feyenoord na zijn eerder geprezen actie om voor veel geld Makaay, Van Bronckhorst, Hofland en De Cler te halen, bleef steken in goede bedoelingen. Woerts: ‘Toen hadden we moeten doorzetten.’

Hij kan het wensenlijstje van toen nog uittekenen. De Braziliaan Keirrison, die onlangs voor 14 miljoen naar Barcelona vertrok en voor een jaar is uitgeleend aan Benfica, kostte destijds 5 miljoen en was kandidaat. Lucas, die even later naar Liverpool ging, was ook gescout. Feyenoord was persoonlijk rond met Timosjtsjoek, sinds kort van Bayern.

‘Bosz verdient meer respect. Maar we hadden geen geld. Als we toen 20 miljoen hadden kunnen besteden, hadden we nu een topelftal gehad. Nu waren we afhankelijk van lefkoopjes.’

In Engeland brengen tv en vermogende eigenaars het geld met bakken binnen. Bovendien is het Engelse voetbal populair in de hele wereld. Arabische sjeiks, Amerikaanse of Russische miljardairs kopen liever een Engelse club uit de middenmoot dan een Nederlandse topclub.

Tottenham, West Ham United en Hull City speelden onlangs een toernooi in China. De ene na de andere club uit de Premiership reist naar Azië om de reputatie op te vijzelen en de schatkist te vullen. Een tv-maatschappij uit Abu Dhabi telde kortgeleden ongeveer 100 miljoen euro neer voor de buitenlandrechten in de regio.

Van al het geld dat buitenlandse tv-maatschappijen aan andere dan de eigen competities besteden, gaat 80 procent naar Engeland en 20 procent naar de overige landen. Woerts: ‘De grootste kracht is dat de Premiership elke dag van zichzelf eist de beste te zijn.’

Al die bronnen van commerciële uitbating hebben tot immense verschillen geleid en competities als de eredivisie, hoe goed die het relatief ook doen, gemarginaliseerd. Woerts: ‘Sunderland ontving vorig jaar ruim 30 miljoen euro, alleen aan televisierechten. Dat is ongeveer de helft van de begroting.’ Een middenmoter in Nederland kan rekenen op ongeveer 3 miljoen, rekent directeur Frank Rutten van de Eredivisie CV voor. Een topclub houdt 6 of 7 miljoen over.

Nederlandse clubs kunnen slechts proberen zoveel mogelijk bij te blijven. Woerts noemt daarbij de uitbreiding van stadions van het grootste belang. Het is goed dat FC Twente en Heerenveen hun accommodatie opnieuw willen uitbreiden naar uiteindelijk 40 duizend plaatsen, dat Feyenoord een stadion krijgt met een capaciteit van 75 duizend stoelen, dat Ajax aan een nieuw stadion denkt voor 80 duizend toeschouwers, dat Nederland en België samen het WK van 2018 of 2022 willen houden.

‘Groei begint bij de grootte van je eigen stadion. Dan krijg je meer publiek, meer geld, betere spelers, meer sfeer. Groei begint in je eigen huiskamer.’

Zie ook: Engeland. Kijk naar die al zo vaak uitgebreide stadions die bijna detoneren in de oude volkswijken. Kolossen die hoog uitsteken boven de arbeidershuisjes, tempels waar de gelovigen zich eens per twee weken laven.

Woerts pleit eveneens voor een minimum aan rechtstreeks voetbal op het open net en voor korte samenvattingen in de late uurtjes. Nederland voldoet daaraan helemaal niet.

In Engeland zijn de samenvattingen op het open net (BBC) te zien in Match of the Day, laat op de avond. Nederlandse liefhebbers zijn gewend rond etenstijd te kijken naar wedstrijden die soms net zijn afgelopen. Het ontneemt velen de prikkel om een abonnement op Eredivisie Live te nemen, iets dat toch al niet in het culturele patroon ligt beklonken. Een minuutje of acht per samenvatting; veel liefhebbers zijn er tevreden mee.

Het open net barst bovendien bijna uit zijn voegen van het voetbal. Lachwekkend is volgens Woerts de actie van PvdA-kamerlid Van Dam, waardoor ook andere zenders dan de NOS flitsen mogen uitzenden van wedstrijden. Van Dam beriep zich op Europese wetgeving. Woerts noemt hem zonder omhaal een ‘mafkees’, want succes is ‘gebaseerd op schaarste. In de ideale wereld heb je korte samenvattingen, de rest zit achter de decoder.’

Ook ECV-directeur Rutten wijst op de moeilijkheden. In Nederland moeten volgens de Mediawet ruime samenvattingen op het open net verschijnen, op een redelijk vroeg tijdstip.

Engeland heeft een schier oneindige voorsprong genomen. Maar woensdag telt dat allemaal niet, als het elftal van Van Marwijk in Amsterdam op het keurkorps van Capello stuit. Vooral talent telt dan, de waarde van de opleiding. Die aspecten bepalen voor een deel de charme van het interlandvoetbal. Dan spelen gewoon de besten van Nederland tegen de besten van Engeland.

Arnold Mühren: ‘Dan hoeven we niet naar geld te kijken, maar alleen naar voetbal. En dan moet ik nog zien of Engeland van Nederland wint.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden