Het schandaal van de vingersignalen

Mei 1965. De voorpagina van de New York Times kopt: BRITISH EXPERTS ACCUSED OF CHEATING IN WORLD CHAMPIONSHIP!..

Bij het WK in Buenos Aires (1995) werden Terence Reese en Boris Shapiro betrapt op vingersignalen. De tuchtcommissie van de World Bridge Federation achtte de twee spelers schuldig waarop Swimer, de Britse captain, het paar naar huis stuurde en de verdere wedstrijden van Groot Brittannië opgaf.

De gebeurtenis die de bridgewereld schokte kreeg een staart van vijf jaar. In 1966 kwam de zaak voor een Britse raad, voorgezeten door Sir John Foster en General Lord Bourne. Het oordeel: vrijspraak voor Reese/Shapiro vanwege reasonable doubt. Reese beschrijft dit proces in Story of an Accusation(1967) waarin hij zelf in alle toonaarden alle beschuldigingen ontkent.

Dit vonnis van Britse tribunaal was tegen het zere been van de Amerikanen die de zaak opnieuw aan het rollen brachten. Het weerwoord van Alan Truscott, de bridgejournalist van de New York Times (van Engelse afkomst), kwam eind 1969 in The Great Bridge Scandal.

Drie Amerikaanse spelers (B.Jay Becker, Dorothy Hayden en John Gerber), de Britse captain Ralph Swimer, de Britse bridgeadministrateur Geoffrey Butler en Truscott zelf turfden in Buenos Aires de illegale handelingen van Reese/Shapiro. De getuigen constateerden dat de manier waarop Reese/Shapiro hun kaarten vasthielden overeenkwam met het aantal kaarten in harten. Met één vinger achter de kaarten gaven zij het bezit van één kaart in harten aan. Twee vingers dicht tegen elkaar toonde twee hartenkaarten en twee vingers gespreid vijf kaarten. Drie vingers een driekaart en vier vingers een vierkaart in harten.

In het boek van Truscott staan de tabellen met zorgvuldig gerangschikt de spellen en het aantal getoonde vingers. Een serie foto's van de spelers tijdens de gewraakte spellen illustreert de laakbare manier van doen.

Hoe kon het gebeuren dat een andere rechtbank het bewezen vals spel naar het rijk der fabelen verwees? De bijzonder gevoelige zaak lag de Britten zwaar op de maag.

Vreemd genoeg bestond de Britse raad die het optreden van Reese/Shapiro onderzocht uit niet-bridgers terzijde gestaan door Tony Priday, een Britse topspeler. Tijdens het kruisverhoor van Reese wordt ingegaan op de manier waarop hij zijn kaarten vasthoudt. Reese maakt er weinig woorden aan vuil: 'Ik speel al dertig jaar bridge en houdt mijn kaarten op verschillende manieren vast'. Het feit dat diverse waarnemers een correlatie vaststelden tussen het aantal vingers en het aantal hartenkaarten wordt luchtig weggewimpeld.

De getuigenis van Swimer, captain van het Britse team bij het WK, betreft een ontmoeting tussen hem en Shapiro daags na de beschuldigingen: 'Boris, verspil geen tijd, ik heb alles met eigen ogen geconstateerd'. Shapiro: 'Het is echt de eerste keer is dat zoiets gebeurt, dat moet je geloven. Ik heb er spijt van'. Swimer vertelt dat Shapiro er beroerd uitzag, op het punt in tranen uit te barsten.

Shapiro: 'Kun je mij vergeven? Geloof mij, het was die kwade man, hij dwong me het te doen. Ik wil geen Little Major (een uiterst gecompliceerd - door Reese bedacht - biedsysteem, spelen maar het moet van hem'. Swimer: 'Wat nu?'. Shapiro: 'Ik denk dat het beter is de hele zaak maar te ontkennen'.

De reden van het vals spel interesseerde de raad en blijft tot op de dag van vandaag onopgelost. Waarom maakten Reese/Shapiro die al 25 jaar het wereldbridge domineerden opeens gebruik van illegale methodes? Het was zeker dat zij tegen de lamp zouden lopen. Een tegenstander in volle concentratie ontgaat bijna niets. Aan tafel valt elke afwijkende handeling direct op, je hebt daar geen loep voor nodig. En dan iets zo opzichtigs als vingersignalen!

Reese speelde nooit meer een internationale wedstrijd, schreef tot zijn overlijden in 1997 meer dan tachtig bridgeboeken, waaronder enkele schitterende, en hield zich vooral bezig met backgammon.

Shapiro is een heel ander verhaal. Hij, de emotionele fanatieke bridger, week geen dag van de bridgetafel. Zestig jaar na zijn eerste (officieuze) wereldtitel in 1938, gevolgd door winst in de Bermuda Bowl van 1955 en in 1962 goud bij het WK-mixed teams won hij in Lille (1998) met Irving Gordon het WK voor seniorparen (spelers boven de 55).

Een Nederlandse journalist, Marcel Winkel, stapte bij het EK-senioren (Malta, 1999) op de inmiddels negentigjarige en niet gemakkelijke oude baas af: 'Mijnheer Shapiro, het is u waarschijnlijk al duizenden keren gevraagd maar niemand heeft het eeuwige leven. Wat is er nu eigenlijk precies gebeurd bij het Buenos Aires incident?'. Het geheugen haperde bewust of het verdringingsproces was lang voltooid. Met veel misbaar antwoordde Shapiro: 'Er is een onderzoek uitgevoerd, dat duurde tien maanden en we bleken onschuldig!' De verslaggever zette, een beetje jennerig, door: 'Het onderzoek is niet gestart in Buenos Aires maar in uw thuisland'. Irritatie klonk door in het antwoord: 'Ja inderdaad in Engeland. But who wants to know?'.

De voorraad spellen waarin Reese/Shapiro op eigenaardige wijze met de hartenkleur omgingen is groot (diagram 1).

Zie diagram 1

westnoordoostzuid

------pas

1dbl12

2SApas3pas

paspas----

West, Reese, opende met 1, waarmee verschillende sterke handen geboden konden worden. Na het informatiedoublet bij oost, Shapiro, de 'baby'-psyche van 1, een actie die in het huidige competitieve bridge vrijwel is opgegeven. Dat west vervolgens met 2SA een sterke evenwichtige hand aangaf valt wel te verdedigen. Maar dat hij na 3 geen voorkeur gaf met zijn vierkaart harten is alleen te verklaren door het feit dat hij al lang wist dat oost geen vier- of vijfkaart harten had maar op een singleton 1 had geboden. Tegenover een matige oost (B102H10542610852) is er met de westhand uitstekend spel voor 4. Het nalaten van een 3 of 4-bod door west zou op dit moment door elke protestcommissie bestraft worden, waarschijnlijk zelfs met een disciplinaire straf.

Victor Mollo, de befaamde Engelse bridgeauteur, sprong in de bres voor Reese/Shapiro. Een spel waaruit de onschuld moest blijken in diagram 2.

Zie diagram 2

westnoordoostzuid

----1SApas

3SApaspaspas

Zuid kwam tegen 3SA met een kleine harten uit waarna noord-zuid zeven hartenslagen en A meenamen. Vier down: minus tweehonderd terwijl op de andere tafel oost-west 130 in 4 scoorden, een verlies van acht imps voor Groot Brittannië.

Mollo beweert dat oost, Shapiro, nooit met 1SA had geopend met de wetenschap van slechts een doubleton harten in west en dat west, Reese, met de twee-één fit in harten bekend, geen 3SA zou bieden. Een dubieuze analyse; de tactische 1SA opening door oost kan immers mede gebaseerd zijn op de kennis dat noord-zuid samen tien harten hebben. En 3SA heeft nog steeds 50% kans, A voor de heer.

Het is vervelend voor de zaak van Reese/Shapiro dat de spellen à decharge dikwijls eveneens bewijzen à charge bevatten terwijl de spellen ter bewijs van het ten laste gelegde zo klaar als een klontje zijn.

Dit is de zevende aflevering van de terugblik op bridge in de twintigste eeuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.