Het ruikt naar oorlog in het Maksimir

Héél ver weg is deze zaterdag in Zagreb het vertrouwde, jeukende gevoel van gezellig naar het voetbal gaan. Veel verder weg dan de ruim duizend kilometer tussen de Kroatische hoofdstad en een Haags voetbalveld waar de spelers onder de klanken van de Koning Voetbal Mars hun opwachting maken....

Toen, vroeger, bestond er geen Kroatië-Joegoslavië en had de generaal nog niet gesproken.

De geest van Rinus Michels waart deze dag rond in Zagreb. Hijzelf is er niet, de man heeft er ook niets te zoeken. Wel aanwezig is dé vijand. De vriend van de Kroatische voetbalfan draagt de naam Ozusjko Pivo, een lokaal biermerk. Drank maakt sterker dan men is, kan bovendien heel wat kapot maken, en dat is vandaag ook de bedoeling.

Zagreb, 'gespaard' gebleven tijdens het gewelddadig uiteenvallen van de Joegoslavische federatie, is op 9 oktober 1999 postuum het decor van oorlog. In en rond het Maksimir-stadion ruikt het naar agressie.

Het zijn generatie- en beroepsgenoten van Rinus Michels die daar wél lijfelijk aanwezig zijn en die al dagen tevoren en achtereen diens meest befaamde one-liner nieuw leven inblazen. De Kroatische bondscoach Miroslav Blazevic (62) en zijn Joegoslavische collega Vujadin Boskov (68) zijn het er althans over eens dat voetbal oorlog kán zijn.

Nog voor er zaterdagavond een bal is getrapt zijn die twee ook eensluidend van opvatting dat voetbal een oorlog kan beslechten. Zo bezien krijgt Joegoslavië de eeuwige tegenstander Kroatië (sinds 1991 onafhankelijk) er alsnog onder: Kroatië-Joegoslavië, een voetbalwedstrijd om deelname aan het EK in Nederland en België -maar ook 'het gevecht van de eeuw' (Boskov) tevens de strijd die moet duidelijk maken 'wie de Balkan regeert' (Blazevic) - eindigt deze avond in 2-2.

Die uitslag, gevoegd bij het gelijke spel tussen Ierland en Macedonië in dezelfde EK-groep 8, verzekert Joegoslavië van deelname aan Euro 2000 en leidt tot massale vreugdetaferelen in Belgrado (Boskovs elftal blijkt zelfs sterker dan de Milosevic-oppositie die de gebruikelijke betoging op het Plein van de Republiek voor één keer moet opschorten) en tot diepe, diepe rouw in Zagreb.

Uren voor de wedstrijd zegt de ober van restaurant Lenuci: 'Wát Joegoslavië? Joegoslavië bestaat niet! De Serviërs komen! Joegoslavië heeft nooit bestaan, is dood!' Na de wedstrijd lijkt Kroatië dood, of op zijn minst zwaar versuft, comateus.

Allerminst versuft en juist blakend van het zelfvertrouwen wacht Kroatië de dagen voorafgaand aan de botsing op het veld de erfvijand op. Dat vertrouwen is niet alleen gebaseerd op de status van nummer drie van de wereld, maar vooral ook op de eerdere botsing met Joegoslavië, twee maanden tevoren. In Belgrado, in het hol van de leeuw, werd het op 18 augustus 0-0.

De Kroatische bondscoach Blazevic, Bosniër van geboorte, blijkt nadien ernstig bedreven in het aanwakkeren van het anti-Servische sentiment. Hij praat vaak op gedempte toon, deze beschermeling van president Tudjman, maar het vocabulaire is doordrenkt met oorlogszuchtige en nationalistische terminologie.

Die met gretigheid door de Kroatische media wordt opgezogen. Woorden als 'oorlog', 'strijd', 'nationale trots' en 'gevecht' drukken de voetbalwoorden naar de achtergrond. 'Aanvallen' is zo'n normale voetbalterm, maar wanneer Blazevic plots zijn verbetenheid ruim baan geeft ('We gaan vanaf de eerste minuut aanvallen! aanvallen! aanvallen!') klinkt alles anders.

Alle ellende die de Serviërs in de burgeroorlog teweeg hebben gebracht dient op één avond te worden gewroken, luidt ruwweg de volksopdracht aan de Kroatische voetbalploeg. Die ploeg heeft daarbij de pech dat er niet in de sterkste formatie kan worden aangetreden. Zo ontbreekt spelmaker Boban, een volksheld in Kroatië sinds hij in 1990 (in de tijd van de Servische overheersing) na afloop van de wedstrijd Dinamo Zagreb-Rode Ster Belgrado een Kroatische fan te hulp schoot toen die werd afgerost door een politieman.

Zaterdagmiddag heerst er in het hotel van de Kroatische selectie nog een opvallend opgewekte stemming. Oud-international Prosinecki komt even langs om zijn landgenoten succes te wensen. De middenvelder van Croatia Zagreb is ernstig gebrouilleerd met bondscoach Blazevic en na het WK uit de nationale ploeg gezet.

Wijzend op zijn zoveelste sigaret in korte tijd grapt Prosinecki: 'Ik ben niet meer zo goed.' Wel gekleed in het trainingspak van de nationale ploeg is Alen Boksic, de spits van Lazio Roma. Hij is net op tijd hersteld van een blessure en is overtuigd van succes. 'Wij zijn beter en de steun van ons volk maakt ons vanavond nóg beter.'

De Joegoslavische ploeg verblijft in het duurste hotel van Zagreb, op loopafstand van dat van de Kroaten. Het hotel staat onder zware bewaking van politie. Zoals het ook 's avonds langs de hele route van beide hotels naar het stadion wemelt van de politiemensen en militairen.

In het Maksimirstadion, de thuishaven van Croatia Zagreb, is de sfeer van vijandigheid overweldigend. Met striemende fluitconcerten, hatelijke spreekkoren en pijnlijke teksten op spandoeken (de grootste bevat de tekst Vukovar 1991, ter herinnering aan de Servische vernietiging van die stad) wordt de Joegoslavische ploeg van stonde af aan geïntimideerd. Veertigduizend Kroaten reageren al hun frustraties op de vijandelijke spelers af.

Ook op het veld gaat het er grimmig aan toe. Al na een minuut is er een opstootje door toedoen van de Kroaat Asanovic die tegenstander Mirkovic een elleboogstoot toebrengt. Oorverdovend is het gejuich wanneer Boksic Kroatië op voorsprong brengt, nationale rouw treedt in wanneer Joegoslavië tweemaal scoort.

Kort voor rust laat Mirkovic zich provoceren en trekt de uitstekende Spaanse scheidsrechter Garcia-Aranda de rode kaart. Met elf tegen tien komen de Kroaten nog wel op 2-2 maar de benodigde zege blijft uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.