Het regent schaatsrecords, waar blijft Nederland?

Nederland dat op de Spelen van Sotsji het schaatsen in een wurggreep leek te hebben genomen, heeft nog maar één wereldrecordhouder: Sven Kramers 6.03,32 op de 5 kilometer.

De import-Canadees Ted-Jan Bloemen heeft in Salt Lake City zojuist het wereldrecord van Sven Kramer op de 10 kilometer aan flarden gereden.Beeld anp

De vorige schaatswinter was voor statistici een rampseizoen. Voor het eerst in 52 jaar werd geen enkel wereldrecord verbeterd. Die droogte is na de eerste twee supersnelle schaatsweekeinden in Noord-Amerika voorbij.

Hooglandbanen

Bij de wereldbekers van Calgary en Salt Lake City werd liefst zeven maal een wereldrecord aangescherpt. De Amerikaanse vrouwen Heather Richardson en Brittany Bowe joegen elkaar op tot grote hoogte. Richardson, sinds haar huwelijk met de Fries Jorrit Bergsma in de uitslagendienst diens achternaam dragend, eindigde als wereldrecordhoudster op de 1.500 meter. Bowe pakte haar wereldrecord op de 1.000 (origineel uit 2013) zondag op magistrale wijze terug.

Bij de mannen was de import-Canadees Ted-Jan Bloemen op de Utah Oval in Salt Lake City de surprise van het weekeinde. Hij ontnam stayer Sven Kramer diens wereldrecord op de 10 kilometer. Geen verrassing was het dat de Rus Pavel Koelizjnikov na de 34 blank van Calgary (verbetering van het wereldrecord van Jeremy Wotherspoon) in Salt Lake als eerste schaatser in de geschiedenis door de barrière van 34 seconden brak: 33,98.

Het waren voorspelde wereldrecords. Het schaatsen is op dat gebied saai geworden. Wereldrecords worden op laaglandbanen niet meer gebroken.

Hooglandbanen

Voor het breken van mondiale toptijden dient uitgeweken te worden naar de twee hooglandbanen van deze wereld: de Olympic Oval van Calgary (1.105 meter boven de zeespiegel) en de Utah Olympic Oval van Salt Lake City (1.425 meter boven NAP). Het is alsof 's werelds topatleten elk jaar naar Mexico zouden trekken om op ijlere hoogte met minder luchtweerstand naar toptijden en afstanden te rennen, te springen en te werpen.

De twee ijsbanen, aan deze en gene zijde van de Rocky Mountains, zijn de ware erfstukken van twee roemruchte edities van de Olympische Winterspelen: die van 1988 (Calgary) en 2002 (Salt Lake City). Waar grote sportaccommodaties bij de Olympische Spelen vaak verstoffen en tot olifantenkerkhof worden verklaard, is dat met de twee zorgvuldig beheerde 400-meterijsbanen in Canada en de VS niet het geval.

De schaatswereld strijkt er wat graag neer. Sommige winters worden de banen echter om agendaredenen niet door de toprijders bezocht. Salt Lake City trok zich afgelopen winter onverwacht terug voor de reeds toegewezen wereldbekerfinale die vervolgens aan Erfurt werd gegund. Dag kans op wereldrecords.

Calgary was even tevoren het toneel van de WK allround, maar zulke veeleisende meerkampen (over vier afstanden) zijn niet geschikt voor het aanvallen van wereldrecords. Jorrit Bergsma had het in maart toch willen doen, op de 10, maar hij plaatste zich niet voor de driemansformatie van Nederland. Kans voorbij.

De herkansing kwam de voorbije twee weken met de opening van het wereldbekerseizoen. Het hadden zeker de dagen moeten zijn van Ireen Wüst die zich een jaar eerder, bij de voortzetting van haar gelauwerde carrière, al voornam dat ze nog maar één gat in haar grote prestatielijst had te vullen. En dat was het rijden van een wereldrecord.

Bij de WK allround zat dat er niet in. Voor de 'nieuwe ronde, nieuwe kansen' kwam de viervoudig olympisch kampioene niet in aanmerking. Wüst plaatste zich niet, bij de kwalificatiewedstrijd in Enschede.

Ze moet zuur zijn geweest, al zal ze steil achterover zijn gevallen van het niveau van Bowe en Richardson op de middenafstanden, de 1.000 en 1.500 meter. Als Wüst nog een record wil breken, zal ze zich moeten richten op de 3.000 meter, haar beste afstand.

In de lijst van de grote wereldrecords is de Nederlandse vertegenwoordiging uiterst mager geworden. Het land dat 21 maanden geleden, bij de Spelen van Sotsji, het schaatsen in een wurggreep genomen leek te hebben, heeft nog maar één wereldrecordhouder op bladzijde 1 van het statistiekenboek. Dat is Sven Kramer wiens 6.03,32 op de 5 kilometer een aanval van Ted-Jan Bloemen voorlopig nog wel even zal kunnen weerstaan.

Nederland bezit nog wel minder courante records, als die op de ploegachtervolging (trio Kramer, Verweij en Blokhuijsen) en de sprintvierkamp (Michel Mulder). Ook zijn er negen juniorenwereldrecords in handen van schaatsers als Antoinette de Jong, Marrit Leenstra en Kai Verbij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden