Het probleem van de Zesdaagse: alles loopt op rolletjes

De oudgedienden bepaalden wederom het tempo bij de Zesdaagse van Amsterdam. Toch wordt er hard gewerkt aan hun opvolging, want in de Velodrome wordt geklaagd....

Het was sfeervol als altijd. De kaarten waren nog eerder uitverkocht dan andere jaren. Met artiesten als Peter Beense, Dries Roelvink en Glennis Grace kon worden gepronkt. En de bloedstollende strijd, die zaterdagavond pas in het allerlaatste sprintje werd beslist, zorgde zelfs bij de doorgewinterde speakers voor spraakverwarring.

De vijfde editie van de Amsterdamse Zesdaagse liep op rolletjes. Maar laat dat nu net het probleem zijn, zegt Frank Boelé.

De directeur hoorde in zijn Velodrome voor het eerst in vijf jaar kritische geluiden. Het waren altijd dezelfde namen die op zijn baan fietsten en kon hij niet eens andere muziek draaien? Zelfs de renners vroegen of ze niet een beetje meer gekkigheid uit moesten halen om het publiek wakker te schudden.

Boelé verbood het. ‘Ik kan Theo Bos hier in zijn blote gat rond laten rijden, maar we hebben geknokt om serieus genomen te worden. Met zo’n actie zouden we onze reputatie in een keer te grabbel gooien.’

Boelé is met handen en voeten gebonden. Van het concept van een Zesdaagse is nauwelijks af te wijken en groeien kan hij in zijn kleine wielertempel ook niet meer. Want het lijkt onwaarschijnlijk dat er geld komt voor een uitbreiding van de tribunes met duizend plaatsen, voor slechts zes dagen van het jaar.

Toch beloofde Boelé voor 2006 veranderingen. Er komen minder optredens van artiesten, er moet nog meer aandacht voor de sport zijn en het programma zal tegen elven afgelopen zijn, in plaats van om één uur ‘s nachts. Boelé: ‘Dat wordt nog een strijd met de oude knarren, die vinden nu al dat we te vroeg stoppen.’

Voor hem telt slechts één belang. Het is zijn taak ervoor te zorgen dat na de opleving van de Zesdaagse het concept niet nu alweer bij de vuilnisbak kan. Volgend jaar prijken er drie Zesdaagsen op de Nederlandse kalender. Naast Amsterdam en Rotterdam wil ook Maastricht meeprofiteren van de groeiende populariteit van de baansport.

Dus, zo realiseert Boelé zich, is het hoog tijd voor nieuwe aanwas. Er is behoefte aan jonge, ambitieuze koppels. Ook de ervaren Bruno Risi stelde vast, nadat hij met partner Kurt Betschart in Amsterdam voor het eerst Stam en Slippens had verslagen, dat er sprake is van bloedarmoede in zijn geliefde discipline.

Slippens/Stam, Villa/Marvulli, Madsen, Beikirch, McGrory, Gilmore: het zijn veelal renners die vijf jaar geleden, toen de Zesdaagse in de hoofdstad nieuw leven in werd geblazen, ook al op het uitslagenblad prijkten. Niet voor niets hebben de organisaties van de samenwerkende Zesdaagsen bepaald dat de winnaar van de zogenaamde Talenten Cup, dat overal verplicht in het voorprogramma is opgenomen, als beloning mag deelnemen aan het echte werk.

In Nederland is het zoeken naar de kandidaat-opvolgers van Robert Slippens en Danny Stam, die de Olympische Spelen van Peking als hun mogelijke eindstation noemen. Stam: ‘Nederlanders zijn chauvinistisch. Als er hier geen Nederlands koppel is dat meedoet voor de overwinning, zakt het als een plumpudding in elkaar.’

Boelé benaderde daarom na de WK in Los Angeles, waar de baanselectie zeer succesvol was, bondscoach Peter Pieters met de vraag of hij diens ploegachtervolgers mocht vragen naar hun interesse voor de Zesdaagse. Daarom doen er naast Stam en Slippens in Amsterdam acht Nederlanders mee. Maar alleen Schep, Mouris, Terpstra en Stroetinga koesteren ambities. De anderen geven de voorkeur aan het werk op de weg.

Schep heeft volgens baanlegende en wedstrijdleider Patrick Sercu de beste vooruitzichten in het circuit. De Belg koppelde hem in Amsterdam aan de ervaren Scott McGrory, wat betekende dat hij niet langer baanvulling was. Het deed er ineens wel degelijk toe als ze een ronde werden gedubbeld. Het duo werd uiteindelijk vijfde.

De 28-jarige achtervolger heeft zijn zinnen gezet op een Zesdaagse-loopbaan, hoewel hij zelf nog lang aarzelde over zijn toekomst. Maar na de WK in Los Angeles, in maart van dit jaar, zag hij geen andere uitweg. Schep werd er met de nationale ploeg tweede. ‘Maar na dat WK zat ik thuis op de bank en dacht ik: wat nu? Wat levert zo’n medaille nou eigenlijk op?’

Als wegrenner kon hij de kost niet verdienen. Dat hem dat als baanrenner niet zou lukken als hij geen Zesdaagsen ging rijden, realiseerde hij zich pas die dag. Hij start nu in Amsterdam, Gent, Grenoble, Rotterdam en München. En Schep is ervan overtuigd dat er na januari nog wel wat bijkomen. ‘Zo gaat dat nu eenmaal als je een beetje bekend wordt in dit wereldje.’

Schep is niet verloren voor de achtervolgingsploeg. Hij blijft gewoon met zijn oude teammaten voor de WK trainen. Hij moet ze te vriend houden. Schep zoekt immers nog een vaste Zesdaagse-partner. ‘Of weet jij nog iemand?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden