Column Paul Onkenhout

Het optimisme zegt meer over de hunkering naar betere tijden dan over de status van het Nederlandse voetbal

Voor het eerst in jaren had ik donderdag zin om naar de loting van de Champions League te kijken. Het was op Ziggo en het viel niet tegen.

Net zoals vroeger zat de zaal in Monaco vol met mannen in pak. Er werd driftig gerommeld met balletjes, een man op het podium die de leiding had bracht babbelend het ene na het andere leuke voetbalweetje te berde, een paar voetballers kregen een prijs en aan het eind begon iedereen te klappen. ‘Applaus voor de mannen die de loting hebben verricht’, legde de commentator uit.

Een van de presentatoren, een vrouw, zei dat we getuige waren geweest van very exiting stuff. Dat was nou ook weer wat overdreven, maar een zekere mate van opwinding voelde ik wel. Dat kwam omdat we er weer bij waren, met twee clubs zelfs, PSV en Ajax.

De loting werd een dag later op de voorpagina wervend en met aanstekelijk enthousiasme samengevat: ‘Messi naar Eindhoven, Robben naar Amsterdam’. Het zijn andere tijden, plotseling. Over die akelige crisis hoor je niemand meer.

Nog maar een paar weken geleden stelde het Nederlandse voetbal niks voor. Feyenoord, AZ en Vitesse werden uitgeschakeld in de Europa League; in de voorronde, want voor directe plaatsing komen we niet meer in aanmerking. Vooral de 4-0 nederlaag van Feyenoord tegen het Slowaakse AS Trencín kwam hard aan. De tweede wedstrijd eindigde in 1-1. Feyenoord had gewéldig gespeeld, zeiden de trainer en de spelers – een duidelijke bevestiging dat de crisis nog jaren zou gaan duren.

Een maandje later spoelt een golf van ongebreideld optimisme over het land. Het is voorbij. We gaan weer meetellen. Het einde is in zicht.

Op Twitter klotst de opluchting tegen de plinten. Nadat Ajax en PSV zich hadden geplaatst voor het hoofdtoernooi van de Champions League, twitterde een verslaggever van Voetbal International over de ‘week van de wederopstanding’. Dit omdat Nederland op de ranglijst die bepaalt hoeveel clubs aan de twee Europese toernooien mogen deelnemen, Denemarken en Oostenrijk is gepasseerd en inmiddels elfde staat – nog niet best natuurlijk, maar het begin is er.

Het is snel gegaan. Voor mijn vakantie was Erik ten Hag nog een koekenbakker met een accent en rare fratsen, een mikpunt van spot van De Telegraaf die hem bij elke gelegenheid neerzette als Malle Eppie. Inmiddels is hij een toptrainer.

Ajax is weer een talentenfabriek. De belabberde resultaten in de Europese toernooien van de afgelopen jaren zijn vergeten. Europa kan zich schrap zetten. Bayern München is wellicht wat sterker, maar Ajax heeft de tweede plaats in de groep voor het grijpen.

Mark van Bommel is ook een topcoach, nu al. PSV heeft het vertrek van technisch directeur Marcel Brands en trainer Phillip Cocu soepel verwerkt en reken er maar op dat het Nederlands elftal van deze renaissance gaat profiteren.

Wat nou crisis? 'Ajax samen met Bayern München door’, liet Aad de Mos vanuit zijn achtertuin op Instagram weten. In wat zo ongeveer als de zwaarste groep kan worden beschouwd, met Barcelona, Tottenham Hotspur en Internazionale, is er volgens de broodanalyticus zelfs hoop voor PSV.

De voetbalwereld draait door, zoals zo vaak. Er is licht in de duisternis, maar hoe fel het licht is, is nog niet te zeggen. Het optimisme zegt meer over de hunkering naar betere tijden dan over de status van het Nederlandse voetbal.

Laten we het eerst maar eens een paar wedstrijden aanzien. Voorlopig is er alvast één mooie overwinning geboekt. De Champions League, het speeltje van de rijken dat kampt met een grote mate van voorspelbaarheid, heeft er ineens een grote attractie bij. #zinin

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.