Het onverzettelijke symbool van 't Heike

Wim van Est was de eerste Nederlander die de gele trui droeg in de Tour. Een dag later lag hij in het ravijn van de Aubisque. Horlogemerk Pontiac werd er even onsterfelijk door als de renner zelf...

Hij hoort thuis in een rijtje met Bep Bakhuys, met Fanny Blankers-Koen, met Abe Lenstra, met Ard Schenk. Al tijdens hun leven legendarisch. Vroeg droeg hij aan de mythe bij door, gehuld in de gele Tourtrui, in een metersdiep Aubisque-ravijn te vallen.

Duizenden wachtten hem op aan het station van Roosendaal. Voor 750 gulden reed hij dezelfde middag - de arm in het verband - een ereronde in Oud-Gastel. Voor hetzelfde bedrag liet hij zich 's avonds bewonderen in de bioscoop van Made. De verliezer als winnaar.

Wim van Est, donderdag op 80-jarige leeftijd in een Roosendaals ziekenhuis overleden, was alles wat onverzettelijkheid betekende. Hij symboliseerde 't Heike: ruw volk, maar met een hart van goud. Voor de microfoon van Jan Cottaar was hij in de jaren vijftig voor vrijwel geheel Nederland onverstaanbaar, behalve voor die van 't Heike. De Beul van 't Heike, noemden ze hem. Ook wel De Locomotief. Of IJzeren Willem. Of De Pletmolen. Bijnamen die genoeg zeiden over de wielrenner Wim van Est.

Hij was professional om den brode, maar had het hart van de amateur. Eerzucht maakte hem vaak blind voor gevaar. Toen hij na de historische Tour-etappe Agen-Dax in 1951 als eerste Nederlander het geel mocht aantrekken, had hij het gevoel 'de hele wereld te kunnen verslaan'.

Helaas versloeg hij de volgende dag alleen zichzelf. In zijn drift om het achterwiel van Fiorenzo Magni te houden - nota bene de beste daler van het peloton - schoof hij op de Aubisque rechtdoor in plaats van door de bocht. Met aan elkaar geknoopte banden hesen de Tourvolgers hem uit het ravijn. Het horlogemerk Pontiac werd er even onsterfelijk door als de renner zelf.

Van Est wist al vroeg wat hard werken betekende. Zijn vader was in Fijnaart dagloner en moest met een karig loon zestien kinderen opvoeden. Uit die zestien kwamen nog twee coureurs voort: Nico en Piet, in 1991 overleden. Wim, op 25 maart 1923 geboren, was nog niet eens de schoolbanken ontgroeid toen hij gehard werd in de suikerbietencampagnes. En smokkelen was uiteraard in dit grensgebied ook een bron van inkomsten.

Door toedoen van Marinus Valentijn, destijds een van de fietsende kopstukken in West-Brabant, koos Van Est na de oorlog voor de wielersport. Hij was toen al 23. Drie jaar later vroeg hij zijn proflicentie aan en kreeg door toedoen van de Belgische manager Fons Versnick een contract bij het Franse merk Garin.

Niemand kende hem in Frankrijk toen hij in 1950 aan de start verscheen van de marathonwedstrijd Bordeaux-Parijs. Nog geen twintig uur later was hij in de Franse hoofdstad het algehele middelpunt. Hij zegevierde met ruim zes minuten voorsprong op Maurice Diot.

De Belg Somers, die lange tijd koploper was en op zeker moment twaalf minuten voor lag op Van Est, kwam volledig ontredderd op achttien minuten over de eindstreep. Het gemeentebestuur van Sint Willebrord, zijn nieuwe woonplaats, huldigde hem met een origineel geschenk: een woningtoewijzing.

Bordeaux-Parijs werd zíjn koers. Drie keer was hij tweede, drie keer won hij. In 1961 behaalde hij zijn vermoedelijk mooiste overwinning toen hij als veteraan het opkomend talent Jo de Roo naar het tweede plan verwees en tevens een achtervolging van Louison Bobet pareerde. De toenmalige Tourdirecteur Jacques Goddet vroeg zich in l'Equipe af: 'Wat voor mirakel bewerkte de terugkeer van deze bijna 38-jarige?'

'Wie de capaciteiten heeft, er niet mee morst, ervoor leeft en het mokkeltje laat staan tot zijn 22ste, kan een groot coureur worden', vertelde Van Est in 1975 in de Leeuwarder Courant. Zeventien seizoenen lang was hij beroepsrenner. 'Onze Lieve Heer heeft één kruisweg gelopen, maar ik heb er tien gefietst.'

Gezonde eerzucht dreef hem, maar ook het geld speelde mee. 'Ik zat altijd en overal in de slag', bekende Van Est na zijn loopbaan. 'Ik koerste om geld te verdienen. En als er geld was, was ik goed.' Zo hielp hij Coppi in 1953 aan diens wereldtitel, stond hij Nencini bij toen die de Tour van 1960 won en verrichtte hij een jaar later hand- en spandiensten voor Anquetil in de Franse ronde. 'Toen ik in 1965 stopte, had ik voldoende kapitaal om een bedrijf te beginnen.'

In de Tour had hij een voortrekkersrol net als Wout Wagtmans, en in iets mindere mate Gerrit Voorting en Jan Nolten. Van Est maakte in de jaren vijftig de Franse ronde én het wielrennen populair in Nederland. Zó populair dat toen hij in 1956 door Kees Pellenaars werd gepasseerd voor de Tour, de volkswoede zich op de Bredase ploegleider richtte. 'Hier is 't' schreef deze uitdagend op zijn huis in het Liesbos.

Wim van Est was geen uitgesproken talent, maar hij steunde op fysieke kracht en strijdlust. Dat leverde hem de Ronde van Vlaanderen op, twee kampioenstruien op de weg en twee maal de Ronde van Nederland. Nog als 41-jarige droeg hij bij aan de landstitel voor Willebrord Wil Vooruit, samen met broer Piet, Van Ginneken en Pieterse. Pas in 1965 ruilde hij de fiets in voor een lucratieve dennen- en moskwekerij.

Hoewel geen echte pistier behoorde Van Est als baanrenner ook tot de beteren van zijn generatie. Hij was vier keer nationaal achtervolgingskampioen, en moest tijdens het WK van 1950 alleen de Italiaan Bevilacqua voorrang verlenen. Al in 1949 probeerde sportjournalist/ploeg leider Joris van den Bergh hem tot een aanval op het werelduurrecord te bewegen. 'Vooruit, VAN EST, grijp hier je kans, je kunt het!', kopte Sport en Sportwereld. Maar Wim van Est ging er niet op in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden