Het noorden kan zich weer vergapen aan de zesdaagse

Het lijkt riskant, maar de komende drie jaar is Zuidlaren het toneel van een wielerzesdaagse. ‘We nemen de gok’, zegt organisator Wim Jansen....

Hij krijgt te eten en te drinken, er is een houten huisje waarin hij zich kan terugtrekken en er ligt een houten baan, ook al is die achttien meter korter dan de piste waarop hij gewend is te fietsen. Vanaf het middenterrein ziet renner Aart Vierhouten weinig verschil met Amsterdam, Rotterdam, Bremen, Gent of Zürich, grote steden met een traditie van wielerzesdaagsen.

De aanrijroute naar Zuidlaren is wel anders dan hij gewend is. ‘En het centrum is ook eh. . . apart’, gedenkt Vierhouten zijn komst naar het Drentse dorp, dat de zesdaagse op de welkomstborden een prominentere plaats heeft gegund dan de intocht van de kerstman.

Na 35 jaar heeft het noorden zijn zesdaagse terug. Niet Groningen, dat begin jaren zeventig drie wielerevenementen (en een officieuze in 1979) organiseerde, maar zo weinig mensen naar de Martinihal zag komen dat de wedstrijd van de kaart verdween.

De zesdaagse werd tot leven gewekt in Zuudloaren, ook al had organisator Wim Jansen aanvankelijk zijn oog op Assen laten vallen. De nieuwe hal op het TT-terrein in de sportstad van Drenthe (motorsport, in 2009 startplaats van de Ronde van Spanje) zou de meest logische locatie zijn geweest. Totdat de Zuidlarense burgemeester Rijpstra opstond. Hij zag in de zesdaagse óók een middel om drie hallen van de Prins Bernhardhoeve van de sloop te redden.

En dus hijsen dinsdagavond de Zwitserse wereldkampioenen Risi en Marvulli zich in shirts met het Dagblad van het Noorden en koersen de West-Friese broers Pronk met de gemeente Tynaarlo op hun buik. Op een baan die is gehuurd door een Duits bedrijf en waarvan ook Stuttgart, Milaan en Zürich gebruikmaken. Het middenstuk werd eruit ‘geknipt’, anders had de piste niet in de Prins Constantijnhal kunnen worden opgebouwd.

Het mag volgens Jansen, die met zijn ingenieursbureau mountainbiker Bart Brentjens sponsort en ook zakelijk deelgenoot is van de zesdaagse, al een wonder worden genoemd dat de startdatum werd gehaald. Pas in juli kreeg hij de bevestiging aan de slag te kunnen.

Hij stelde de voormalige profs Erik Dekker en Steven Rooks aan als wedstrijdleiders. Dekker is als Drent vooral het gezicht naar de gasten toe, Rooks had als voornaamste taak renners te contracteren.

‘Een helse klus’ is het volgens Jansen geweest en de fouten die de tijdsdruk met zich meebracht, mogen niet meer worden gemaakt. Zo was het nogal onhandig te starten op de dag dat de Nederlandse baanploeg terugreisde van de wereldbekerwedstrijden in Peking.

De toeschouwers maakt het niet uit dat Danny Stam bijvoorbeeld ontbreekt. Voor velen zal het de eerste keer zijn dat ze de scratch, de koppelkoers of de race achter de derny voorbij zien komen. Ze zijn er misschien ook voor de zingende marathonschaatser Erik Hulzebosch en later in de week voor Dennie Christiaan en de Palemiger Spatzen.

Renner Matthé Pronk: ‘In Duitsland heb je ook het wielrennen in één hal en tien hallen ernaast met artiesten en bijprogramma’s. Daar krijg je wel mensen mee binnen.’

Het deelnemersveld wijkt niet eens zo gek veel af van dat waarmee Rotterdam of Zürich pronken. Risi en Marvulli zwaaien naar boven in hun regenboogtrui, alsmede veel renners die nog niet zeker weten of ze volgend seizoen ook nog op de fiets zitten, zoals Leon van Bon en Matthé Pronk.

‘Dit initiatief verdient de steun van het publiek, maar ook van de renners’, zegt Vierhouten. Hij wijst erop dat Risi en Marvulli niet zomaar naar Zuidlaren zijn gekomen. ‘Natuurlijk krijgen ze er geld voor, maar ze hadden ook kunnen zeggen: we pakken een weekje rust. De agenda zit vol genoeg.’

‘Het lijkt er op’, zegt Matthé Pronk, terwijl hij om zich heen kijkt. ‘Het is dan wel de eerste keer, maar er zit potentieel. In de accommodatie, het materiaal. Dit kan groeien, maar dan moet het publiek wel meegroeien.’

Het lijkt riskant, een wielerevenement tot leven wekken, ver van de Randstad, en in een sport die door veel sponsors de rug wordt toegekeerd. Jansen zegt zich bewust te zijn van de risico’s. ‘We hebben een gok genomen. Alles hangt samen met hoeveel mensen er komen. Daarom zijn we uitgegaan van het grootste tekort. Maar we hebben bewust voor drie jaar de hal gehuurd. Een jaar is te kort om te kunnen zien of de zesdaagse hier toekomst heeft.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden