Het nieuwe boegbeeld van de KNVB

Hans van Breukelen

Het voetbal in Nederland heeft - op zijn zachtst gezegd - betere tijden gekend. Oud-prof Hans van Breukelen (59) wil het tij keren, als nieuwe technisch directeur van de KNVB. Dat de kans groot is dat hij daarbij op z'n lazer krijgt, neemt hij voor lief.

Beeld Sanne De Wilde

'Ik wil eerlijk zijn', zegt Albert Hendrikse, ondernemer, oude vriend van Hans van Breukelen. 'Toen ik het hoorde van de nieuwe baan van Hans, dacht ik: jochie, jochie, jochie, jij gaat een heel moeilijke tijd tegemoet.' Afgelopen vrijdag is hij officieel begonnen als technisch directeur van de KNVB, Hans van Breukelen (1956), oud-doelman van FC Utrecht, Nottingham Forest, PSV en het nationale elftal. Het voetbal in Nederland heeft betere tijden gekend. Van Breukelen gaat die oude tijden doen herleven.

Er was in de jaren tachtig en negentig, in de hoogtijdagen van Van Breukelen, geen speler die fanatieker was dan hij. Hij was zich daarvan bewust. Hij noemde zichzelf 'bezeten'. Tegelijk was er ook geen andere topspeler die zo empathisch was als Hans van Breukelen, zo kwetsbaar ook. 'Hans is een vrouwenman', verklaart goede vriendin Julia de Jong beslist. 'Niet dat hij een watje is, maar tot de egotrippers en de macho's in de voetballerij behoort hij absoluut niet. Hij is oprecht geïnteresseerd in anderen, dat valt altijd weer op.'

'Hans straalt eerlijkheid uit', merkt René Wijlens op. 'In het voetbal wordt dat niet altijd als een kracht beschouwd.' Wijlens is verbonden aan Sports and Technology, een groep bedrijven en instellingen die zoekt naar vernieuwing in de sport. Van Breukelen is het boegbeeld. Wijlens: 'Iedereen die hem een beetje kent, ontwikkelt al gauw een persoonlijke band met hem. Hans is daar altijd naar op zoek.'

'Ik ben altijd op zoek naar harmonie', zei Van Breukelen zelf in 1997 in een interview met Voetbal International. 'Hansje Positief' werd hij wel genoemd. Het was niet bedoeld als eretitel.

Albert Hendrikse hoorde het nieuws van de benoeming bij de KNVB op de radio; Van Breukelen had zijn vrienden niet om advies gevraagd. Hendrikse moest denken aan Lee Towers, een andere vriend van hem. Die moest en zou nog één keer een vol Ahoy aan zijn voeten hebben. Alles bereikt en dan toch nog die ongedurige eerzucht. 'Ik stuurde hem een e-mail van zes kantjes', vertelt Hendrikse. 'Ik schreef: vriend, doe het niet. Waar begin je aan, wat voegt het nog toe?'

Winnen heet een boek dat Van Breukelen vijf jaar geleden schreef. Het beste uit jezelf halen - daar gaat het over. In al zijn eenvoud is het de levensgeschiedenis van de bijna 60-jarige Hans van Breukelen. Er dient gewonnen te worden. De beste zijn is plicht. Succes is een keuze. Wat is zo'n ambitie anders dan een kwelling, voor een gevoelsmens in een machowereld?

Beeld Sanne De Wilde

Uit het tijdschrift Sport, in 1995: 'Ik heb veel te lang door iedereen aardig gevonden willen worden. In mijn carrière ben ik zelf mijn grootste vijand geweest.'

Van Breukelen nam zijn sport extreem serieus. Altijd was er de angst verdreven te worden door een ander die beter was of een grotere bek had. Bij FC Utrecht leerde een trainer hem dat hij ballen in de kruising van het doel met zijn tegengestelde hand moest keren. Ballen in de linkerhoek met rechts uit het doel ranselen - dat was effectiever. Hoe tegennatuurlijk ook, het moest een ingesleten beweging worden. Dus lag hij in bed op zijn linkerzij. De rechterhand reikend naar zijn linkeroor. Uit zijn boek Winnen: 'Later besefte ik dat ik door die bezetenheid mijn concurrentie voor ben kunnen blijven.'

CV Hans van Breukelen


1956 Geboren in Utrecht
1977 FC Utrecht Debuut betaald voetbal
1982-1984 Doelman bij Nottingham Forest
1984-1994 Doelman bij PSV
1988 Winnaar Europacup I met PSV Europees kampioen met nationaal elftal
1997-2000 Technisch directeur bij FC Utrecht
2010-2016 Lid raad van commissarissen bij PSV
2016 Technisch directeur van de KNVB (per 1 juli)

Graspolincident

1988 was zijn topjaar, hij won met PSV de Europacup I en met het Nederlands elftal het Europees kampioenschap. Het jaar daarvoor was het rampjaar. Er was de kleine ramp die de geschiedenis zou ingaan als het graspolincident. Het speelde zich af in De Kuip in Rotterdam, Feyenoord-PSV, nog een paar minuten te spelen, PSV staat voor met 1-0 en Van Breukelen gaat uittrappen. Hij stuitert met de bal, die valt voor dood op een graspolletje, Van Breukelen raapt de bal weer op... Aha, overtreding! Vrije trap in het strafschopgebied voor Feyenoord: 1-1!

Hans van Breukelen was als een betrapt kind: eerst in alle tongen en talen verkondigen dat het níét zijn fout was en daarna in alle staten van verdriet, ontroostbaar. Relativeren kon hij niet.

Bondscoach Michels passeerde hem voor Nederland-Hongarije. Dat was de grote ramp. Het was de bevestiging geweest van het spreekwoord dat een keeper een wedstrijd niet kan winnen, alleen maar kan verliezen. Hij werd in de pers 'een geboren verliezer' genoemd. En hij was het daar mee eens.

Dorpspastoor

'De voetballerij is een wereld op zich', schrijft Van Breukelen in zijn boek Winnen. 'Het is een subcultuur met eigen humor en overlevingsstrategieën.' Zelden trad dit beter aan het licht dan in confrontaties tussen commentator Johan Derksen en oud-doelman Hans van Breukelen. Uit de tv-uitzending VI Oranje, juni 2010:
Derksen: 'Jij zegt dat jij trainer kunt zijn en ik heb daar mijn twijfels over.'
Van Breukelen: 'Heb ik helemaal niet gezegd, je moet luisteren.'
Derksen: 'Wat heb je dan wel gezegd in een heel lang verhaal?'
Van Breukelen: 'Ja, ik weet wel dat dat haar van jou tot in je oren groeit.'
Derksen: 'Ik geloof niet dat de lengte van mijn haar iets met mijn visie of mening te maken heeft. Ik zeg toch ook niet tegen jou dat iedereen die scheel is, uit zijn nek lult.'
Van Breukelen: 'Dat is nou precies de reden waarom ik hiernaartoe gekomen ben. Want jullie vertegenwoordigen het leukste programma dat ik ooit op tv heb mogen zien: de Muppetshow met die twee mannetjes. Nou weet ik niet wie jij bent met die poppensnor...'
Derksen: 'Iemands uiterlijk heeft niets te maken met iemands visie. Kijk, dat jij er als een dorpspastoor uitziet...'
Van Breukelen: 'Hoe komt het nou, dat als jij dat tegen me zegt ik het als een geuzennaam ervaar.'

Hij liet zijn baard groeien. 'Omdat ik achter iets weg wilde kruipen.' Hij dacht: ik stap in de auto, trek door naar 150 en kies een boom. Dat zal ze leren, al die lui die mij zo beschimpen. In het Eindhovens Dagblad zei hij: 'Ik was zó op zoek naar erkenning en die kwam maar niet. Achteraf denk ik: man, man, man wat heb jij het jezelf moeilijk gemaakt.'

Hij ging naar Ted Troost, haptonoom, aanraker. Troost over zijn therapie: 'Door de aanraking wordt opnieuw geleerd te voelen. Daardoor ontdooit het bevroren gevoel van binnen.'

Van Breukelen leerde vanzelfsprekende dingen: dat je jezelf moet accepteren zoals je bent, dat er negatieve kanten zijn aan een karakter, óók aan dat van een Van Breukelen, en dat je daarom moet openstaan voor kritiek.

Beeld © Michael Kooren/ HH/Hollandse Hoogte

Op het veld was hij de man met de strakke kaken; 'de doelman met de verbeten tronie', schreef de Volkskrant. Hij gebruikte niet alleen zijn handen en voeten. Hij provoceerde tegenstanders, hij sarde en treiterde. In het tijdschrift Esquire zei hij in 1992: 'Als ik beelden op het veld van mezelf terugzie, schiet ik in de lach - dan zie ik een 'halve crimineel' in de goal staan.'

In de gewone mensenwereld is hij de zachtmoedigheid zelve, altijd geweest. Nadrukkelijk geïnteresseerd in de ander, een tikkeltje schoolmeesterachtig, dat wel, maar overigens een warme golfstroom. De columnist Hugo Camps sprak van 'een doelman met pastoraal parfum'.

Hans van Breukelen kwam in het profvoetbal toen hij nog studeerde aan de pedagogische academie. Hem een linkse student te noemen gaat wat ver, maar met de gebruikelijke opsmuk van collega-spelers - vrouwen en grote auto's - had hij niet veel. In zijn zucht naar erkenning ging hij praten over maatschappelijke toestanden, over de politiek, over levensbeschouwelijke kwesties. Later heeft hij bij zichzelf gedacht: was lekker over keepen blijven lullen, Breuk. Dat had je een hoop gezeik gescheeld over de Kapelaan en de Dorpspastoor - en welke andere bijnamen hadden Johan Derksen en consorten niet voor hem klaarliggen?

Soms maakte het hem razend, op andere momenten droevig. Het kwam zover dat hij dacht: misschien moet ik me aanpassen, moet ik ook van die kleertjes gaan dragen uit de P.C. Hooftstraat. Maar daar stak Karen, zijn in 2009 overleden grote liefde, een stokje voor. Word je daar een betere keeper van? had ze gevraagd, en dat was afdoende geweest.

Hij gelooft in mensen die bereid zijn samen iets te doen. Hij vertelde ooit de anekdote van een pastoor die door Amsterdam rijdt. 'Jezus redt', staat er op een muur. Een maand later leest de pastoor op dezelfde plek: 'Jezus redt het niet'. En weer een maand later: 'Jezus redt het niet alleen'. 'Kijk', zegt Hans van Breukelen, 'en daar geloof ik nou in.'

Hij wil heel graag geloven in het goede van de mens. Als we hier van het ondermaanse een kolerezooi maken, dan moet het toch mogelijk zijn zo'n ontwikkeling ten goede te keren. Met z'n allen, in voorbeeldige eendracht. Met respect voor elkaar. Moet toch kunnen?

Beeld ANP

Noem het naïef, Hans van Breukelen zal het zich niet laten ontstelen.

Roept dat zalvende niet begrijpelijke irritatie op? Hendrikse: 'Hij heeft iets van de wereldverbeteraar. Dat komt doordat hij er vol ingaat als hij ergens in gelooft. Tja, sommigen stoot het af.'

Kwetsbaar

Hij schreef het boek Winnen samen met Tijn Kruize, die actief is in het sportmanagement. Ook Kruize stelt vast dat Van Breukelen een kwetsbare figuur is in de lawaaierige wereld van het voetbal. 'Wat ik in hem bewonder', zegt hij, 'is dat Hans zich niet laat wegjagen, hoezeer de schimpscheuten hem ook pijn doen.' Een andere oude vriend, Job van Vliet, gaat een stap verder: 'Hans ziet zijn kwetsbaarheid niet in de eerste plaats als een probleem. Ik ken geen ander mens die zoveel warmte en belangstelling uitstraalt als hij. Zo is hij en zo wil hij zijn. Dat hem dat tot prooi maakt van gemakkelijke kritiek neemt hij op de koop toe.'

Tegen Vrij Nederland zei Van Breukelen in 1994: 'Om in de voetballerij te overleven, heb ik me vaak moeten conformeren. De wereld duldt immers geen bijdehandjes of wereldverbeteraars. Maar op de essentiële normen van het leven heb ik nooit toegegeven. En die zijn voor mij: saamhorigheid, het delen van lief en leed. In het gezin, bij de club, op school.'

Intussen moet er nog steeds gewonnen worden. De beste zijn is plicht, onveranderd. Van Breukelen is sinds vrijdag technisch directeur van de KNVB. Als Oranje verliest, als het Nederlands elftal zich niet kwalificeert voor de wereldkampioenschappen van 2018, heeft hij het gedaan.

Vriend Tijn Kruize: 'Hij heeft kennelijk een diepgeworteld verlangen om nog een keer te vlammen. Hij wil in beeld blijven. Maar het afbreukrisico is groot en als het fout gaat, is hij een gemakkelijke prooi.'

Vriend Job van Vliet: 'Hij heeft het gemaakt in het leven, nu pakt hij die baan. Hans, waar stel je je aan bloot, denk ik dan. Poehhh.'

Vriend Hendrikse: 'Hans weet zeker dat hij om te beginnen door Johan Derksen in de zeik zal worden gezet. Hij vindt dat niet leuk, maar hij trotseert het.'

Kruize: 'Tegelijk blijft hij zo trouw aan zichzelf. Hij ziet dat deze baan past in zijn opvattingen over samenwerken en verbinden. Hij is positief ingesteld. Hij wil zich niet door angst laten regeren.'

Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.