Reportage Marokkaanse voetbal

Het Marokkaanse voetbalelftal; hoe de loyaliteit van de Leeuwen van de Atlas van twee kanten betwist wordt

Het Marokkaanse elftal bereidt zich voor op het WK in Rusland. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Marokkaans-Nederlandse voetballers zitten klem tussen twee culturen. Telkens wordt er, aan beide kanten, getwijfeld aan hun loyaliteit. ‘Maar over een Nederlands ijshockeyteam vol Canadezen hoor je niemand.’

De Frans-Marokkaanse oud-voetballer en ex-international Mustapha Hadji (46) – beste Afrikaanse voetballer van het jaar 1998 – is niet meer de knappe verschijning die hij ooit was. Hij is kaler nu. Weg zijn de karakteristieke lange krullen die hij altijd in een staart droeg. Zijn shirt spant strak om een behoorlijke pens – het overgewicht komt op zeker een kilo of 10.

Maar er wordt nog altijd gegild en vrolijk gejoeld als Hadji ergens verschijnt in Marokko. Op zaterdag 25 mei rent hij een trainingsveldje op bij het Moulay Abdallah Stadion in Rabat, waar het Marokkaanse voetbalelftal aan de voorbereiding is begonnen voor het WK 2018 in Rusland. Hadji, tegenwoordig assistent van Hervé Renard – de Franse bondscoach van Marokko – holt over het veld om ballen en ander materiaal op te ruimen. Publiek dat de training mag bijwonen, reageert met een hoop kabaal zodra ze Hadji in de gaten krijgen. Zelfs Ajaxspeler Hakim Ziyech, de publieksfavoriet in het Marokkaans elftal, roept niet zo veel enthousiasme op.

Hakim Ziyech doet rek- en strekoefeningen tijdens een eerste training op het strand. Beeld Guus Dubbelman/ de Volkskrant

Hadji, die met sierlijk spel en pijlsnelle rushes Marokko naar het WK 1998 in Frankrijk hielp, is een van de eerste, misschien wel de beste en tot op heden sowieso de geliefdste van alle voetballers zoals hij: jongemannen die in Europa opgroeiden en wonen, maar die uitkomen voor Marokko, het land van hun ouders of grootouders.

De vreemdeling

‘Ik herinner mij nog goed het debuut van Hadji in het Marokkaanse elftal, zegt Amine El Amri (36), sportjournalist bij de Marokkaanse krant Le Matin, op het uitgestorven terras – het is ramadan – van een pizzatentje in Casablanca. ‘Marokko speelde hier in het Mohammed V- stadion een kwalificatiewedstrijd voor het WK 1994, tegen het sterke Zambia. Ik was in het stadion. Iedereen was stil en gespannen, Marokko deed het niet goed. Toen schoot Hadji van een meter of 40 op doel. Hij miste. Maar wat een schot, zeg. Het brak iets open in de wedstrijd. Marokko ging beter spelen en scoorde niet lang daarna. Het Marokkaanse volk heeft Hadji, de vreemdeling, toen echt in het hart gesloten.’

Tot twee decennia terug waren niet-autochtone spelers als Hadji een zeldzaamheid in het Marokkaanse elftal. Het nationale team bestond toen vooral uit autochtoon talent uit de eigen competitie. Inmiddels is die verhouding volledig omgekeerd. Op het WK 2018 in Rusland dat komende donderdag van start gaat, voert Marokko de ranglijst aan van landen met spelers die niet geboren zijn in het land waarvoor ze uitkomen. Driekwart van de Marokkaanse selectie kent het land voornamelijk van de zomervakanties.

Deze samenstelling van het elftal is mede het gevolg van een opgevoerd scoutingbeleid. Vooruitgeschoven posten van de Marokkaanse voetbalbond proberen in Europa zo veel mogelijk Marokkaans voetbaltalent op te sporen en halen alle charmes uit de kast om de voetballers voor het Marokkaanse elftal te strikken. De Nederlander Pim Verbeek, tussen 2010 en 2014 technisch directeur van de Marokkaanse voetbalbond, probeerde samen met zijn assistent en tolk Ali Afellay – de broer van oud-Oranjespeler Ibrahim Afellay – de werving te spelen via de familie van Marokkaans voetballers in Europa. Dat gebeurde vaak bij de familie thuis, onder het genot van een kopje muntthee, en met een beroep op de Marokkaans-nationalistische gevoelens van de ouders. Bekend is ook het verhaal van de Marokkaanse bondsvoorzitter Faouzi Lekjaa, die op Sofyan Amrabat – tot vorig jaar potentieel Oranjespeler – inpraatte met de woorden: ‘Als de coaches van het Nederlandse elftal jou willen vanwege je voetbalkwaliteiten, weet dan dat er 35 miljoen Marokkanen zijn die jou willen als mens.’ In Nederland is zo’n enthousiasmerende rol weggelegd voor Mark Wotte, de Nederlandse coach van het Marokkaanse elftal onder 23 jaar.

Emotie

‘Ik ben absoluut niet van het pushen’, zegt Wotte in zijn favoriete restaurant Le Picolo’s in de hoofdstad Rabat. ‘Als ik een Marokkaanse Nederlander benader voor Marokko, dan vraag ik hem dat maar één keer. Als hij bedankt, dan houd ik het daarbij. Je hebt niks aan jongens in je team die niet overtuigd zijn van hun keuze. Toch kiezen ze steeds vaker voor Marokko. Uit emotie, maar ook omdat we ze duidelijk maken dat ze heel ver kunnen komen met Marokko.’

Nederland is met vijf spelers een van de hofleveranciers voor het Marokkaans elftal: Sofyan Amrabat (Feyenoord), Karim El Ahmadi (Feyenoord), Nordin Amrabet (CD Leganés), Mbark Boussoufa (Al Jazira Club) en Hakim Ziyech (Ajax). Sommigen van hen spreken Arabisch noch Berbers. Sommigen zijn alleen het Berbers een beetje machtig. Ziyech, geboren en getogen in een Berbers nest in Naarden, doet zijn interviews met de Marokkaanse pers in het Engels.

Mbark Boussoufa (links) en Quincy Promes. Beeld Hollandse Hoogte / VI Images

Hun keuze voor Marokko is in Nederland niet onomstreden. Verschillende kampen in het licht ontvlambare maatschappelijke debat over de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap staan hierbij lijnrecht tegenover elkaar. Die emoties lopen vooral op als het gaat om voetballers als Hakim Ziyech en Sofyan Amrabat, die goed genoeg zijn voor een plek in Oranje. Dan worden ze ‘domme jongens’ – dixit Marco van Basten – genoemd en wordt er getwijfeld aan hun loyaliteit aan Nederland. Voetbalcommentator Johan Derksen vindt het zelfs een vorm van verraad dat voetballers in wie Nederland ‘investeert’ en die profiteren van ‘onze sociale welvaart’ als ‘dank’ voor Marokko gaan spelen.

‘Die Marokkaan’

In sommige opiniemakende kringen in Nederland wordt de keuze van Marokkaans-Nederlandse jongens voor de ‘Leeuwen van de Atlas’ uitgelegd als een middelvinger naar het ‘racistische’ klimaat in Nederland. ‘Waarom zou een jongen van pakweg 21 zich op het veld opeens een ‘Nederlander’ voelen, terwijl hij ongeveer in de hele maatschappij altijd als ‘die Marokkaan’ wordt beschouwd?’, schreef sportjournalist Sjoerd Mossou van het Algemeen Dagblad vorig jaar in een column.

De Marokkaans-Nederlandse voetballers die uitkomen voor Marokko leggen hun keuze vooral uit als een kwestie van het hart. Wrok tegen Nederland lijkt afwezig. Spelen voor Marokko is spelen voor ‘mijn land’ en het land van hun naasten, vertellen ze.

‘Ik ben dan wel hier in Nederland opgegroeid en alles, maar ik moet eerlijk zeggen, als ik het volkslied van Marokko hoor, dan voel ik wel een bepaalde band met dat land’, zei Feyenoorder Karim el Ahmadi – sinds 2005 Marokkaans international – begin mei tijdens een persconferentie in de Kuip over de Marokkaanse deelname aan het WK. ‘Het voelt altijd goed als ik daar ben. Met name de mensen daar geven je een goed gevoel. Ik ben er erg trots op om voor Marokko uit te komen.’

‘Ik heb de keuze voor Marokko met mijn volle verstand gemaakt en heb nergens spijt van’, vertelde Feyenoorder Sofyan Amrabat (21) tijdens dezelfde persconferentie.

Karim el Ahmadi (links) en Tonny Vilhena. Beeld Hollandse Hoogte / VI Images
Sofyan Amrabat (21). Beeld Hollandse Hoogte / VI Images

Kritische geluiden over de loyaliteit van de Marokkaans-Nederlandse voetballers ontbreken op het moment in Marokko. Daar krijgen ze ‘niets dan waardering’, zoals Hakim Ziyech het formuleert. Zeker na de kwalificatie voor het WK in Rusland worden de voetballers door het Marokkaanse volk omarmd als ‘onze jongens’. Marokkaanse muzikanten hebben zelfs hitjes gecomponeerd waarin Ziyech wordt bezongen als een ‘weld lbled’, een ‘zoon van het land’.

Het is wel een voorwaardelijke genegenheid. Speelt Marokko slecht – en dat heeft het vaak genoeg gedaan de afgelopen twee decennia – dan krijgen de Europese jongens in het Marokkaanse elftal dat als eerste te horen.

Marokkaanse scepsis

‘Als wij het slecht deden, zeiden ze in Marokko dat het nationale team meer voetballers moet opstellen die in Marokko wonen en spelen’, vertelde Karim el Ahmadi begin mei in de Kuip. ‘Maar met dit goed presterende Marokkaans team is dat niet meer het geval.’

De Marokkaanse scepsis jegens het vreemdelingenlegioen van bondscoach Hervé Renard luwde eind vorig jaar, na een overtuigende winstpartij (3-0) tegen Gabon. Daarvoor heerste nog wantrouwen. Begin 2017 werd dat kritische sentiment scherp verwoord door de bekende Marokkaanse sportjournalist Talal Chakir. Vlak voordat Marokko aan zijn eerste wedstrijd moest beginnen op de Afrika Cup 2017 in Gabon, uitte Chakir zijn onvrede over de samenstelling van het Marokkaanse elftal met een ophefmakende hashtag op Twitter: #NonAuxBiNationaux. Vertaald: Nee tegen spelers met een dubbele nationaliteit. Marokko trad in de wedstrijd tegen Togo aan met maar één speler die geboren en getogen is in Marokko. De tweet leidde tot rumoer. Naast bijval ontving Chakir ook verwijten van racisme. Volgens de sportjournalist Amine El Amri was de tweet misschien wat cru geformuleerd, maar raakte ze wel aan de immer latente twijfel onder de autochtone Marokkaanse bevolking en voetballers over de Europeanen in het nationaal elftal.

Nordin Amrabat (links) en Memphis Depay Beeld Hollandse Hoogte / VI Images

‘Je moet begrijpen: tussen 2008 en 2016 presteerde het Marokkaanse elftal niet goed. We haalden nooit het WK, op Afrika Cups lagen we er snel uit. De Marokkaanse voetbalbond was een chaos. Over de Europese jongens in het nationale elftal werd gezegd dat ze alleen voor Marokko hebben gekozen omdat ze niet goed genoeg zijn voor Oranje of Frankrijk. Dat zou hun ongeïnspireerde spel verklaren. Het wekte ook de ergernis van voetballers uit de Marokkaanse competitie die zich gepasseerd voelden. Deze geluiden klinken nu minder omdat Marokko steeds beter is gaan presteren. Maar het kan zo weer de kop opsteken als ze weer beginnen te verliezen.’

Kritiek op hun inzet en loyaliteit is als een open wond bij de spelers van het Marokkaanse team, vertelt El Amri. ‘Vooral Mbark Boussoufa heeft er weinig geduld voor. Je mag van hem opmerken wat je wilt over zijn spel, maar probeer hem niet af te schilderen als een lakse Europeaan die niet veel geeft om het Marokkaanse elftal, want dan reageert hij giftig. Die spanning leefde vooral in de periode dat hij uitblonk bij zijn club RSC Anderlecht, maar matig presteerde in het Marokkaans elftal. Hij is ook een van de weinige spelers uit Nederland die een beetje Arabisch spreken, de officiële taal van Marokko. Hij doet erg zijn best om te laten zien dat hij een van ons is.’

Zelfs publiekslieveling Mustapha Hadji kreeg zijn buitenstaanderschap ingewreven toen hij begin jaren negentig besloot uit te komen voor Marokko. Hadji, die Marokko is geboren en er tot zijn 10de woonde, bracht zijn tienerjaren door in het Zuid-Franse stadje Saint-Étienne. Hij begon zijn profvoetbalcarrière bij AS Nancy. Hij sprak maar een beetje Berbers en geen woord Arabisch. Binnen het Marokkaanse elftal werd hem direct duidelijk gemaakt dat hij geen volwaardige Marokkaan is, vertelde Hadji in 2016 in een interview met de Marokkaanse tv-zender Bzaf TV. ‘Ik kwam in een team met jongens uit Casablanca, Rabat, Marrakkech. Die zeiden dat ik, als Franse jongen, niet op mijn plaats was in het Marokkaanse team.’

Hypocrisie

Dat de keuze van Europese voetballers voor Marokko constant langs de meetlat van de loyaliteit wordt gelegd, heeft volgens de historici Gijsbert Oonk en Gijs van Campenhout van de Erasmus Universiteit Rotterdam te maken met de rigide ideeën die heersen over nationale identiteit. In deze tijd van migratiegolven en vluchtelingenstromen heerst er grote alertheid op vermeende aanvallen op de nationale identiteit, stellen Oonk en Van Campenhout, die een onderzoek naar ‘sport en nationale identiteit’ uitvoeren. Met name Europese sporters met wortels in de Derde Wereld lopen hierdoor voortdurend kans op het verwijt dat ze geen enkelvoudige loyaliteit uitdragen. Komen ze uit voor het land van herkomst, dan wordt dat ervaren als een ondankbare afwijzing van alles waar het Europese thuisland voor staat.

‘Die eisen van loyaliteit worden bovendien nogal hypocriet ingezet’, zegt Oonk, die de voorlopige resultaten van zijn onderzoek donderdag zal presenteren op een sportsymposium aan het Mulier Instituut in Utrecht. ‘Commentatoren reageren verontwaardigd als een jongen als Ziyech voor Marokko kiest. Dan wordt hem ondankbaarheid verweten. Maar dezelfde commentatoren waren stil toen Jordi Cruijff voor Oranje koos, terwijl Cruijff zijn voetbalopleiding genoot in Spanje en ook voor het Spaanse elftal in aanmerking kwam.’

Nederlandse commentatoren zul je volgens Oonk ook niet horen over het Nederlandse ijshockeyteam uit de jaren tachtig, dat voor een groot deel bestond uit Canadees-Nederlandse migrantenzonen. Onvertogen woorden zul je evenmin horen over de Nederlandse badminton- en tafeltennisteams, die gedomineerd worden door spelers met Aziatische wortels. Alleen de keuze van Marokkaans-Nederlandse voetballers voor het Marokkaans elftal lijkt in termen van een gebrek aan loyaliteit opgevat te worden.

‘Op het moment dat er migratiegolven plaatsvinden, zullen er altijd wisselende loyaliteiten bestaan’, zegt Oonk. ‘Alleen: in Nederland vinden wij de wisselende loyaliteiten van de een net iets problematischer dan van de ander. Hetzelfde zie je ook in Frankrijk, waar veel spanningen bestaan met de Algerijnse migrantenbevolking. Toen de Franse ex-international Karim Benzema in een interview vertelde dat Algerije hem nader aan het hart ligt, was Frankrijk te klein.’

Uitkomen voor een land waar je geboren noch getogen bent, is bijna zo oud als het voetbal zelf, laten Oonk en Van Campenhout zien in hun onderzoek. Soms nemen politieke machthebbers hierin het voortouw om het niveau van het nationaal elftal – en daarmee het internationaal aanzien van het land – een slinger te geven. In de jaren dertig van de vorige eeuw haalde de fascistische leider van Italië, Benito Mussolini, getalenteerde Italiaanse gastarbeiderszonen uit Zuid-Amerika om voor de Azzuri te spelen. Het WK-gastland in 2022, Qatar, dat vanwege zijn bevolkingsomvang niet ruim zit in eigen voetbaltalent, spendeert enorme hoeveelheden oliedollars om een nationaal elftal samen te stellen met spelers die geboren zijn in Afrika.

Diaspora

Migratie blijft over het geheel belangrijker voor de samenstelling van nationale elftallen dan gericht overheidsingrijpen. De voetbalploegen van zowel aankomst- als herkomstlanden zijn de afgelopen 24 jaar door migratie veranderd in bonte gezelschappen.

De samenstelling van de Leeuwen van de Atlas weerspiegelt bij uitstek de enorme Marokkaanse migratiestroom naar Europa van de afgelopen vier decennia. Die migratie kwam mede op gang vanuit de behoefte iets te betekenen voor het arme Marokkaanse thuisland. Op voetbalgebied heeft dat geresulteerd in een nationaal elftal waarin tijdens de training vooral het Frans, Nederlands, Engels, Duits of Spaans klinkt.

‘Marokko kan nog wel even doorgaan met rekruteren uit de Marokkaanse diaspora in Europa’, zegt Oonk. ‘De FIFA heeft daar nog geen strenge regels voor opgesteld. Je mag als voetballand tot heel ver teruggaan in de bloedlijn. De Ieren bijvoorbeeld selecteren voetballers uit Engeland wier over-overgrootouders Iers waren. Hetzelfde geldt voor Brazilianen die verre Portugese voorouders hebben. Die kunnen ook uitkomen voor Portugal.’

Marokko hinkt wat dit betreft op twee gedachten. Enerzijds wil het volwaardig meedraaien in de voetbalwereld en heeft het daartoe een wijdvertakt scoutingsysteem in Europa opgetuigd, om kant-en-klare voetballers binnen te hengelen die het mondiale voetbalniveau aankunnen. Anderzijds wil het ook een doorstroom naar het nationaal elftal zien van autochtoon talent dat gepokt en gemazeld is op Marokkaanse voetbalbodem. Om dat laatste te stimuleren werd in 2008 in Rabat de Voetbalacademie Mohammed VI uit de grond gestampt. Deze luxueuze academie, gefinancierd door de Marokkaanse koning Mohammed VI, huisvest veertig jonge voetbaltalenten van 12 tot 18 jaar oud, die zes jaar lang een hoogwaardige voetbalopleiding volgen. Dit project heeft inmiddels zijn eerste vruchten afgeworpen: van de Marokkaanse voetbalselectie zijn drie voetballers alumni van de voetbalacademie. Dat aantal moet nog omhoog. Volgens Marokkaanse voetbalbestuurders bestaat het ideale Marokkaanse elftal van de toekomst voor de ene helft uit autochtoon Marokkaans voetbaltalent en voor de andere helft uit Europese ‘zonen van het land’.

‘Uiteindelijk is het belangrijkste dat je als Marokkaanse international laat zien dat je van Marokko houdt en er een band mee hebt’, zegt sportjournalist Amine El Amri. ‘Daar is bij de voetballers van het Marokkaanse team geen twijfel over.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.