Het lokaas van Louisville

Dinsdagavond om 20:18 uur werd in de Amerikaanse honkbalcompetitie, na 37 jaar, een van de felstbegeerde honkbalrecords, gebroken: Mark McWire sloeg zijn 62ste homerun van dit seizoen....

TIM OVERDIEK

door Tim Overdiek

WIE HERINNERT zich niet de weergaloze volley van voetballer Marco van Basten waarmee hij tien zomers geleden de Russische doelman verschalkte? Of z'n historische schuiver, enkele dagen eerder, die één minuut voor tijd de Duitse doellijn kruiste?

Het onovertroffen voetenwerk van de Utrechtse spits bezorgde Nederland de Europese titel. Herinneringen vervagen en doen verlangen naar tastbare bewijzen uit die tijd. Wie is in het bezit van zijn schoenen? Is er een museum dat de fameuze kicksen voor toekomstige generaties zou willen koesteren?

Sterker, zouden voetballiefhebbers geïnteresseerd zijn in een bezoek aan de fabriek die het voetbalschoeisel vervaardigt?

Vermoedelijk niet, en dat kenmerkt de onoverbrugbare culturele kloof tussen Nederland en de Verenigde Staten. Die komt haarfijn aan het licht wanneer het Louisville Slugger Museum wordt betreden.

Een gigantische (stalen) honkbalknuppel torent huizenhoog boven het gebouw uit, en dient van kilometers afstand als baken. De fabriek volgt er sinds 1884 hetzelfde, doodeenvoudige procédé: uit hout worden knuppels gezaagd. Maar het volkse ontzag is groot, want de beste honkballers ter wereld slaan er ballen mee uit het stadion.

Bezoekers hopen het geheim van de smid te vinden. Voor een lekkere home-run komt meer kijken dan spierkracht alleen. Gereputeerde slaglieden zeggen hun kracht te putten uit het vermaarde hout uit Louisville, al wordt het merendeel van de Amerikaanse tophonkballers natuurlijk vorstelijk betaald voor dergelijke reclameteksten.

Babe Ruth, zeg maar de Amerikaanse Abe Lenstra, ontving in 1918 honderd dollar van fabrikant Bud Hellerich. De vermaarde slagman van New York Yankees stuurde een dankbriefje, dat vanzelfsprekend een van de kroonjuwelen is in het museumpje. De 36 meter lange knuppel voor het gebouw is een replica van Ruths slaghout.

Het is fascinerend om tijdens de rondgang door de fabriek vaders en zoons te zien glimmen van opwinding. In dit heiligdom ligt de oorsprong van de crack of the bat, het melancholisch gekraak van het hout als de bal krachtig wordt geraakt. Elders in het land worden de goedkopere en duurzamere aluminium ('pling') knuppels vervaardigd.

Op de werkvloer in Louisville is het zichtbaar monotone lopende-bandwerk een der felstbegeerde baantjes in het land. Wie zou immers niet het werktuig voor honkballegendes willen zagen, schaven of brandmerken? In de museumzaal getuigen foto's, videobeelden, radioverslagen en levensgrote poppen van Louisville Slugger's historische wapenfeiten.

De stad is in wezen een onbeduidende plek op de Amerikaanse landkaart, die zijn ontstaan dankte aan de familie van ontdekkingsreiziger George Rogers Clarke. Clarke vond alle gereis op een gegeven moment welletjes en sloeg z'n tenten op bij wat later de Ohio-rivier zou worden genoemd.

Louisville, vernoemd naar de Franse koning, ontpopte zich tot 'toegang naar het westen'. De Amerikaanse cuisine liet er in 1934 de cheeseburger debuteren, bokser en volksheld Muhammad Ali zag in de stad het levenslicht en Ben Hainey schreef er in 1895 de eerste ragtime-hit: 'You've been a good old wagon but you done broke down...'

Stokoud, 125 jaar, maar allerminst versleten is de jaarlijkse derby. Gedistingeerd is wellicht de juiste betiteling voor de paardenrace, gehouden op het mondaine Churchill Downs-complex. Rijk en arm, belezen en analfabeet, komen er tezamen om vanuit de privésuite en vanaf het middenveld de langsrazende paarden toe te schreeuwen.

Een schrijver vatte het evenement ooit treffend samen. 'Het is Kentucky's grote dag. Iedereen trekt zijn mooiste kleren aan, is hevig opgewonden in de ochtend en stomdronken bij het vallen van de nacht.'

Op elke eerste zaterdag in de maand mei staat de tijd twee minuten stil in Louisville. De rest van het jaar valt weliswaar de sfeer op te snuiven, die gewillig blijft hangen voor de sukkels die de race hebben gemist. De mystiek die over de renbaan hangt, is voelbaar dankzij de klassieke bouw van de hoofdtribune.

Slechts 73 dagen van het jaar vinden er races plaats. Alleen die ene telt, en het Kentucky Derby-museum op het terrein bewaart elke denkbare herinnering. Een imponerende dia-vertoning, vertoond op een cirkelvormige muur, plaatst de bezoeker midden op de renbaan en even terug in de tijd, op die traditionele meidag die elke paardenliefhebber minstens één keer moet hebben meegemaakt.

Geldt Churchill Downs als de hippische tempel, de uitgestrekte landerijen tot achter de horizon van Kentucky vormen de broedplaats van de aristocratie van het paard. Rijkdom reikt er verder dan het blauwe bloed van de edele viervoeter alleen. In sommige stallen hangen kroonluchters, echt waar.

Hier ook kan de vreemdeling leren hoe je Louisville moet uitspreken.

Niet Looaville, Looeyville, Lewisville of Luhvull, zoals miljoenen onwetenden het fout hebben gedaan. Nee, het is Looavull.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden