COLUMNPaul Onkenhout

Het is niets minder dan de beste Ruud Gullit die we overal zien

Het was deze week weer even 36 op de schaal van Richter en de eerste gast van Jan Lenferink in zijn talkshow RUR  was Ruud Gullit. Iedereen was weer jong en Gullit ook, want het was 1987. Hij droeg een wijd colbert, had lang rastahaar – hij zat middenin zijn reggaeperiode – en een goede snor en werd, zoals de gewoonte was, in discotheek Richter geïntroduceerd met een gammel rijmpje:

Onze eerste gast is een topvedette,

die honderd goals en voor kan zetten’.

Het interview werd uitgezonden op NPO 3 in het kader van Troost TV, een vondst van Paul Haenen en De Wereld Draait Door. Oude tv-programma’s kunnen in deze tijd troost bieden, is de gedachte. Dat is mooi en het klopt ook, maar om Gullit te zien hadden we Troost TV niet nodig. Hij is tegenwoordig overal.

Deze week zat hij aan tafel bij Ziggo Sport, in het praatprogramma Rondo. Dat was zondagavond. ’s Middags had hij als aanvoerder van het Nederlands elftal de aandacht getrokken in de terugblik van de NOS op het Europees kampioenschap in 1988 – over troostende tv gesproken. Maandagavond zat hij bij Jinek, om commentaar te geven over het uitstel van het EK komende zomer.

Gullit is los. De ene dag vertelt hij bij Jinek over zijn haartransplantatie en een beugel, de volgende opent hij samen met Frank Rijkaard een Cruijff Court op het Amsterdamse Balboaplein, omringd door cameraploegen, maar volkomen ontspannen. Het is niets minder dan de beste Ruud Gullit die we overal zien, een vrolijke, onbekommerde snuiter die alle stress is kwijtgeraakt.

Hij is weer helemaal de oude Gullit, zoals te zien was bij RUR. Dat bood goed vergelijkingsmateriaal. Het was 33 jaar geleden, hij was pas 25. Er was een stevige aanleiding om hem te interviewen: ‘Onlangs vond hij een leuke baan, bij een clubje uit Milaan.’ Kom daar trouwens tegenwoordig maar eens om, een wereldster in wording die van PSV naar AC Milan vertrekt en zich ’s avonds laat op een doordeweekse dag in een discotheek in Amsterdam laat interviewen.

Het gesprek met Lenferink ging over de transfer naar AC Milan, de hypocrisie van sommige sportjournalisten, reggae en een vakantie op Jamaica, over joints, het verschil tussen de comedians Eddie Murphy en Richard Pryor en over geld. Lenferink: ‘Je bent voor 17 miljoen gulden verkocht, hoeveel krijg jij daar nou van?’ Gullit: ‘Jammer genoeg niks.’

De beste vraag ging over zijn ouders. Lenferink vroeg wat de ouders van Gullit voor de kost deden. Hij vertelde dat zijn vader leraar was op een detailhandelsschool en zijn moeder werkster in het Rijksmuseum en dat hij het thuis altijd erg goed had gehad. En: ‘Ik hoop dat ik na mijn voetbalcarrière van het geld kan leven.’

Hij lachte vaak, reageerde op elke vraag en plagerij ad rem en was volkomen ontspannen. Gullit leek ontzettend op zijn huidige versie, de man die zondag in Rondo de slappe lach kreeg toen hij een anekdote vertelde over Oostenrijk – Nederland, een belangrijke WK-kwalificatiewedstrijd uit 1984 waarin Michel Valke in de eerste helft een eigen doelpunt maakte en Oranje niet scoorde.

Gullit kon zijn lach niet bedwingen toen hij begon te vertellen over de reactie in de rust van de bondscoach. Dat was Rinus Michels. Gullit bleek een werkelijk voortreffelijke Michels-imitatie in huis te hebben. ‘Jongens, dit wordt een hele lastige wedstrijd, maar als we ze nou ook al in onze eigen goal gaan schieten, wordt het nog lastiger.’

Je zag Gullit en hoorde Michels. Destijds brulde hij in de kleedkamer al van het lachen, zei Gullit. Zesendertig jaar later gierde hij het opnieuw uit – en iedereen die het zag ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden