InterviewRamon Sinkeldam

‘Het is niet zo dat mijn hele seizoen is vernacheld’

Tien dagen zat hij met zijn wielerploeg uit voorzorg in quarantaine op een hotelkamer In Abu Dhabi. Nu traint Ramon Sinkeldam weer in de weidse polder.

Ramon SinkeldamBeeld Auld Chris/ BSR Agency

De eerste training in de buitenlucht zit er al weer op, het is vier uur en een kwartier geworden. Ramon Sinkeldam (31), wielrenner uit Noord-Holland in dienst van de Franse ploeg Groupama FDJ, reed maandagmorgen een royaal rondje Hoorn, noordwaarts vanuit zijn woonplaats Assendelft. Frisse bries uit het westen, zonnige perioden, een enkele bui. Yoeri Havik, vooral bekend als baanrenner, reed mee.

Het voelde als een verademing. Tien dagen zat Sinkeldam uit voorzorg tegen besmetting door het coronavirus opgesloten op zijn kamer in vijfsterrenhotel W Abu Dhabi Yas Island. Daar trainde hij met zijn teamgenoot Arnaud Démare twee keer per dag op vastgezette racefietsen, met ventilatoren op zich gericht tegen het overmatige zweten. ‘Dan is het wel lekker om in de weidse polder te zijn. Hoe de benen waren? Daar kan ik weinig over zeggen. Daarvoor moet je echt een wedstrijd rijden.’

Nu zit hij thuis op de bank en kijkt naar de tweede etappe van Parijs-Nice. Daar rijden zijn maten van de vriendengroep Noord-Hollands Best: Cees Bol voor Sunweb en Niki Terpstra voor Direct Energie. Hij had er ook kunnen koersen, ware het niet dat covid-19 zijn entree maakte in het wielerpeloton.

In het holst van de nacht van 27 op 28 februari, tijdens de UAE Tour in de Verenigde Arabische Emiraten, staat de ploegleiding van FDJ voor de kamer van Sinkeldam. De wedstrijd is voorbij. Twee Italiaanse medewerkers van Team UAE Emirates blijken besmet. Verder gaan is onverantwoord. De renners en hun entourage worden twee keer getest. Maar waar andere ploegen na vier dagen kunnen vertrekken, blijven de teams van Groupama FDJ, Cofidis en Gazprom achter. Zij delen de verdieping, de vierde, met UAE Emirates. Pas nagenoeg een week later mag Sinkeldam naar huis, waar zijn vrouw Sanne hem zondagavond op Schiphol verwelkomt met een flesje Corona.

Ze mogen gedurende de periode van quarantaine de hotelkamer alleen verlaten voor een bezoek aan de buren, de ploegleiders Sébastien Joly en Jussy Veikkanen. Daar zitten ook de teammaten David Gaudu en Ignatas Kolovalovas. Ze dragen dan mondkapjes, ze hebben hun handen gewassen met desinfecterende zeep. Sinkeldam: ‘Dat was nog wel te doen. De medewerkers van het hotel zagen er pas echt uit als imkers. Pakken, maskers, overschoenen. Ze mochten onder geen beding naar binnen om het eten te brengen. De schoonmaak hebben we al die tijd zelf gedaan.’

Ze bestrijden de verveling vooral met het kijken naar Netflix en het maken van filmpjes, met geregeld een prominente rol voor het strijkijzer: Sinkeldam die achter de strijkplank danst op de klanken van Queens I Want to Break Free, Démare die de conditie bijhoudt door het koord van de strijkbout te benutten als springtouw. Het YouTube-programma Tour de Tietema laat een Playstation bezorgen.

De komst van de racefietsen is meer dan gewenst. ‘Ineens mochten er spullen van buitenaf naar binnen. We kregen er gelijk moraal van. We hadden nu een dagindeling, met die blokjes van een uur trainen. Er zaten ook schermen bij, zodat we precies konden zien wat we wegtrapten. Het was wel bijzonder: er stonden zomaar dertig van die apparaten op de gang, die dingen kosten 1200 euro per stuk. We weten nog steeds niet wie die betaald heeft.’ Intussen leren Sinkeldam en Démare – de Nederlander trekt in koers de sprint aan voor de Fransman - elkaar nog beter kennen: nadat ze in februari 17 dagen op hoogtestage in de Sierra Nevada nauwelijks van elkaars zijde weken, volgen nog eens 17 dagen op elkaars lip in Abu Dhabi. ‘Ik denk dat we nu heel goed weten wat we in wedstrijden van elkaar kunnen verwachten. Het wederzijds vertrouwen is groter dan ooit.’ Wat niet lukt is aangepaste voeding in het hotel. ‘Nu we weer aan trainen waren, hadden we behoefte aan koolhydraten. We vroegen om extra rijst, havermout, muesli. Dat kwam niet. Dan pakten we maar een Mars of een Bounty uit de minibar.’

Vraag hem niet wat hem het zwaarste viel. ‘De onzekerheid in het begin was wat lastig. Wanneer konden wij eens naar huis? En inderdaad, je verveelt je te pletter. Maar toen we hoorden dat het tot 14 maart zou duren, wisten we tenminste waar we aan toe waren. Het contact met thuis verliep ook best goed: één keer per dag Skypen, geregeld whatsappen. De kinderen wilden op het laatst niet eens meer naar het scherm komen, ze bleven liever spelen. Dat vond ik alleen maar een goed teken.

‘Ik wil toch vooral aantekenen dat het echt geen drama was. Er zijn wel ergere omstandigheden denkbaar. We zijn niet eens ziek geweest. De vorm is ook niet helemaal weg. Ik verwacht dat het vermogen om te herstellen wel wat is aangetast, dat moet nog blijken. Het effect van de hoogtestage is natuurlijk ook weg. Maar het is ook niet zo dat ons hele seizoen is vernacheld.’

Weet hij al waar hij kan gaan koersen, de komende weken? ‘Nee, geen idee. Een gek gevoel wel, ja. Maar ik weet het zeker: het zal misschien nog geen 100 procent zijn, maar we zullen zeker geen flater slaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden