'Het is cool om te zeggen dat je de beste van de wereld bent'

De documentaire Magnus toont de schaakgrootmeester (26) uit Noorwegen van zijn kindertijd tot aan zijn eerste wereldtitel. Hij neemt schaken serieus, maar niet te serieus. Hij houdt van Donald Duck. 'Als schaker voel ik me reeds een veteraan. Maar het kind in mij is niet verdwenen.'

Magnus Carlsen als 26-jarige deelnemer aan het schaaktoernooi van Wijk aan Zee (2017) Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Met een stroeve glimlach houdt Magnus Carlsen bij de loting voor Tata Steel Chess een Feyenoord-shirt met rugnummer 10 - zijn nummer bij het toernooi - omhoog. De nummer 1 van de Fide-ranking is moe en verkouden. 'Ik hou graag de controle over alles', zegt de 26-jarige Noor. De dilemma's van een introverte wereldkampioen.

Schaaktalent, vloek of zegen

In de documentaire Magnus, die vanaf vandaag in Nederland is te zien, vertelt een jonge Carlsen hoe hij op school soms werd gepest. Hij was de outsider, het wonderkind dat in zijn eigen wereld leefde. Als beste schaker ter wereld voelt hij zich soms net zo eenzaam. Carlsen ziet immers patronen, waar anderen slechts chaos waarnemen.

Geef hem de tijd en hij denkt 100 zetten vooruit. Niemand kan hem volgen, een benauwende gedachte? Carlsen, in het spelershotel in Wijk aan Zee: 'Schakers zien meer dan anderen en kunnen verder vooruitdenken. En hebben dus soms een andere kijk op de realiteit. Toch zal ik mijn schaaktalent nooit een vloek noemen.

Magnus Carlsen als 14-jarige deelnemer in Wijk aan Zee (2005) Beeld ANP

'Ik hou van schaken, ik doe iets waarin ik uitblink. Nee, ik zou geen middelmatige voetballer willen zijn. Of wat jij een normaal mens noemt, die niet opvalt. Ik ben een gezegend mens. Waarover zou ik moet klagen? Natuurlijk brengt mijn status als wereldkampioen druk met zich mee.

'Maar het is cool om te mogen zeggen dat je de beste van de wereld bent. Sporthelden als Tiger Woods, Roger Federer of Michael Jordan zullen hetzelfde gevoel hebben. Uiteraard ben ik favoriet in Wijk aan Zee, maar de mening van de buitenwereld interesseert me niet.'

En weer met gevoel voor ironie: 'Het valt niet mee om indruk te maken. Maar ik leg de lat al hoog voor mezelf. Ik wil mezelf blijven ontwikkelen en toernooien winnen. De perfecte partij heb ik nog niet gespeeld.'

Donald Duck of ChessBase

Als kind verplettert Carlsen volwassen grootmeesters en leest daarna de Donald Duck. Carlsen speelt in 2013 in Chennai voor het eerst om de wereldtitel en ontspant zich opnieuw met de stripverhalen in de Donald Duck. 'Als schaker voel ik me reeds een veteraan. Maar het kind in mij is niet verdwenen. Ik hou van Donald Duck, maar lees ook graag een Noors stripverhaal met een zwijntje in de hoofdrol.

'Ik denk de hele dag aan schaken, maar het betekent niet dat ik al mijn tijd aan ChessBase besteed om partijen te analyseren. Je moet het leven ook niet te serieus nemen. Daarom vind ik Donald Duck zo leuk, hij is niet zo rijk als Dagobert Duck, maar komt overal mee weg. Met Mickey Mouse heb ik de minste affiniteit. Mickey is een smart ass, hij is mij te bijdehand.'

Carlsen als karakter in de Noorse editie van Donald Duck

Pokerface of grimas

Kasparov stond bekend om zijn soms extreme grimassen. Zijn lichaamstaal werkte vaak intimiderend op zijn tegenstanders. Ook Carlsen verbergt zijn emoties niet. Prachtig is de verstilde bokspartij in Magnus tussen Anand, die zijn uitdager met dodelijke blikken wil vermorzelen, en de zichtbaar nerveuze Carlsen. Dit is Ali-Frazier achter het schaakbord.

Carlsen: 'Het is gemakkelijker om je gemoedstoestand te tonen. Het zou misschien beter zijn als ik een pokerface had, maar het laat zien dat ook grootmeester mensen van vlees en bloed zijn. Je gaat tijdens een schaakpartij van vier tot zes uur door zoveel emoties, die kun je niet onderdrukken. Ik ben geen robot. Ik voel euforie, maar ook woede na een verkeerde zet.

'Kasparov was zo goed dat hij het zich kon permitteren om ook negatieve emoties te tonen. Zijn tegenstanders in die tijd waren wellicht paranoïde, omdat ze altijd van hem verloren. Maar zij kregen ook de indruk dat hij acteerde. De grimassen van Kasparov waren ook een psychologisch spel.'

En glimlachend: 'Bij mij zijn ze echt. Toch verbaas ik mezelf soms. Maak ik een blunder zonder iets te laten merken. Zei mijn tegenstander na afloop van de partij dat hij niets aan me had gemerkt. Of leek ik uiterst kalm, terwijl ik nerveus was.

'Het is niet handig om te laten zien dat je kapot zit na een verkeerde zet. Al kan het ook een trucje zijn. Ik weet niet of tegenstanders mij op die manier uit mijn concentratie hebben willen halen. Als dat zo is, zijn ze er niet zo goed in.'

Magnus Carlsen als fotomodel voor kledingmerk G-Star

Intuïtie of studie

In de documentaire Magnus noemt Frederic Friedel, oprichter van het computerprogramma ChessBase, Anand de koning van de voorbereiding met de computer als zijn beste vriend. Hoe kon hij twee WK-matches kansloos verliezen van Carlsen, die meer op zijn intuïtie vertrouwt? Het is alsof je de Mount Everest beklimt op gymschoenen en zonder zuurstof. Onmogelijk dus.'

Het is de kracht van Carlsen dat hij zijn tegenstanders bijna onopgemerkt meeneemt naar de jungle, waarin alleen hij de uitgang vindt. Carlsen: 'Als het een gevecht om de beste voorbereiding wordt, hoop ik dat ik het best ben voorbereid. Juist dan ben ik in staat om mijn tegenstander uit zijn comfortzone te halen en hem naar onbekend terrein te lokken.

'Ik weet dat ik in het voordeel ben als het aankomt op vechten achter het bord. Er komt niet zoveel hocus pocus bij. Zo vindt Anand het niet prettig om een passieve stelling te verdedigen. Karjakin wilde vorige maand in New York juist niets meer dan verdedigen, dat maakte die Wk-tweekamp zo lastig voor mij.

'Karjakin creëerde geen kansen om te winnen. Zijn instelling was: zie mij maar te verslaan. Het was een goede strategie. Ik zei tegen mezelf: niet ongeduldig worden en toch overkwam het me in die achtste partij. Toch won de intuïtie het uiteindelijk van de tactiek. In de beslissende rapidpartijen was ik superieur.'

Tønsberg of Chennai

De vierjarige Carlsen is in gedachten verzonken als hij met lego speelt. Urenlang zoekt hij de juiste stukjes bij elkaar en vader Henrik beseft dat een schaker in zijn zoon schuilt. Zijn laatste woorden in de documentaire Magnus: 'En toch moet ik mezelf dagelijks in de arm knijpen om te geloven dat Magnus zo goed is geworden.'

In Chennai wordt Carlsen in het zwembad gegooid als hij Anand heeft verslagen en voor het eerst wereldkampioen is geworden. Die stad zal hij eeuwig koesteren. Carlsen: 'In Tønsberg ben ik al jaren niet geweest, ik heb er tot mijn zevende gewoond. Ik heb soms nostalgische gevoelens, al kijk ik niet graag naar beelden uit mijn jeugd. In Chennai voltooide ik mijn missie en behaalde mijn eerste wereldtitel. Anand de hand schudden na de laatste partij was een onvergetelijk moment.'

Carlsen als Noors wonderkind

Familie of relatie

Vader Henrik heeft alle rollen in Team Carlsen vervuld: coach, manager, bodyguard, psycholoog en vriend. Een foto in de duinen met Carlsen? 'Geen sprake van', zegt Henrik Carlsen. Zoon Magnus is verkouden en oogt allerminst fris. In de documentaire zien we zijn zussen over hem waken.

De familie is zijn fort. 'Doe mij maar een vrouw en familie', zegt Carlsen, lachend. 'Maar zover is het nog niet. Mijn ouders en zussen zijn heel belangrijk voor mij. Zij hebben alles voor me opgeofferd. Ik had me geen betere jeugd kunnen wensen. En nog steeds helpen ze me met alles.'

'Ik lijk als schaker meer op Karpov dan op Kasparov. Mijn speelstijl heeft vele overeenkomsten met die van Karpov. We willen allebei alles onder controle hebben, Kasparov leefde van de chaos op het bord. Daarom was Garry ook een nuttige leermeester voor mij, hij gaf me andere inzichten in het spel. Ik heb nog een trainingsstage met Kasparov gedaan voor mijn tweede WK-match met Anand in 2014. Sindsdien hebben we nauwelijks contact.'

New York of Wijk aan Zee

Voor de dertiende keer speelt Carlsen in Wijk aan Zee. Met een zesde toernooizege dit jaar bij het Wimbledon van de schaaksport zou hij een record vestigen. 'New York was mooi, omdat ik daar mijn wereldtitel prolongeerde. Toch blijf ik van mening dat de opzet van de WK-cyclus moet worden veranderd.

'De WK-match is de perfecte apotheose van een unfair concept. Ik weet dat ik mezelf daarmee benadeel, maar ik heb als wereldkampioen teveel privileges. Ik kan nu weer rustig wachten op mijn volgende uitdager. Mijn concurrenten wacht opnieuw een helse tocht naar de WK-tweekamp. Dat moet anders.

'Ik koester dierbare herinneringen aan Wijk aan Zee. Hier is het begonnen in 2004, met mijn toernooizege in de C-groep. Die blijft in mijn rijtje staan van mooiste schaakervaringen. Ik vind het uitstekend dat dit jaar voor het eerst een tiebreak wordt gespeeld als spelers gelijk eindigen.

'Het is belachelijk dat zowel het WK Rapid Chess als het WK Blitz Chess niet achter het bord werd beslist, maar door een regel met weerstandspunten die geen enkele toeschouwer begrijpt. Of je deelt de eindzege of je speelt een tiebreak, dat is eerlijk. Als ik dan verlies en op die manier tweede word in Wijk aan Zee zal ik het accepteren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden