'Het heeft wel eens pijn gedaan dat mijn hulp niet gewenst was'

Hij heeft zijn carrière door een ongeluk niet goed kunnen afsluiten, maar zijn motorzaak wel. ‘Ik had één keer wereldkampioen moeten worden.’..

De icoon van het ijsspeedway sluit volgende maand na 33 jaar zijn motorzaak in Assen. Roelof Thijs gaat met pensioen. ‘Ik ben toch al een huildoos, ik loop hier al weken met glazige ogen rond. Ik besef dat ik een leven in de motorsport achter me heb. Ik had mijn oude motorfiets al weggedaan. Misschien zat ik niet lekker in mijn vel toen ik besloot om al mijn racespullen weg te doen. Maar ik voelde de behoefte om een tijdperk af te sluiten.’

Zijn vrouw en compagnon Henny Thijs: ‘Als een bruidspaar knijpen we er op 17 april stiekem tussenuit. In 1974 zijn we deze zaak begonnen met 2.000 gulden krediet van de bank. We hadden niks. Het zijn tropenjaren geweest.’

Roelof Thijs: ‘Ik heb nog jarenlang kantoren schoongemaakt, waren we in elk geval verzekerd. Nu wordt het tijd om aan onszelf te denken. Ik kon de zaak geen dag achterlaten. Als ik ergens op visite was, zat ik ’s avonds om half tien te knikkebollen. De volgende ochtend wachtte de winkel.

Als importeur voor Suzuki moest Thijs ‘opboksen tegen de grote jongens in het vak. Maar we hebben ook in de economische crisis het hoofd boven water kunnen houden’.

Het WK ijsspeedway in De Smelt in Assen zijn weer ‘Roelof Thijs-dagen’ zegt de 63-jarige oud-coureur lachend. Op die baan won hij in 1977 de halve finale van het WK, waarna zijn motor voor de finale in Inzell om onduidelijke reden werd afgekeurd.

In 1984 was Thijs nog vierde geworden bij het WK in Moskou. ‘Ik had wereldkampioen Tarabanko al eens verslagen in Assen. Maar mijn fietsen kwamen te laat aan in Moskou, waardoor ik ze niet kon controleren. Prompt ging mijn beste motorfiets kapot.’ Grijnzend: ‘Ik heb er wel voor gezorgd dat een Zweed wereldkampioen werd. Heb ik de Russen toch even teruggepakt.’

Al jaren voor de perestrojka van Gorbatsjov reed Thijs achter het IJzeren Gordijn. ‘Ik had zoveel ervaring in het ijsspeedway. Ik kon de Russen aan en dat wisten zij ook. In 1975 stond ik na de eerste dag van het WK in het toenmalige Leningrad tweede. Daarna brak mijn koppeling af. De Russen hadden veel beter materiaal dan ik. Zij kregen na elke race nieuwe banden, ik reed er vier op dezelfde banden.’

Het KNMV had meer in hem kunnen investeren, aldus Thijs. ‘Voormalig TT-voorzitter Jos Vaessen zei ooit: jij redde je altijd. Zo was het ook. Ik ging zelf wel naar de bank om geld te lenen. Maar met steun van de bond had ik vijf weken in Rusland kunnen trainen. Ik heb het altijd op eigen kracht moeten doen.’

Thijs heeft in Nederland nooit een waardige opvolger gevonden. ‘De Duitser Günther Bauer kwam ooit naar me toe en zei: ik wil net zo goed worden als jij. We hadden hetzelfde gewicht. Ik wist welke banden hij nodig had. Ik heb zijn motor afgesteld en Bauer won Assen. De Duitsers werden helemaal gek. Op dat moment hadden de Nederlandse coureurs moeten bedenken waarom Bauer wel de beste kon zijn en zij niet.’

Thijs was toch de Johan Cruijff van het ijsspeedway? Henny Thijs: ‘De besten worden nooit in eigen land geëerd. Ik snap het ook wel. Bij elk WK ijsspeedway komt de naam Roelof Thijs weer terug, terwijl hij al 26 jaar geleden is gestopt. Zijn opvolgers werden telkens met hem vergeleken.’

Roelof Thijs: ‘Het heeft me wel eens pijn gedaan dat mijn hulp niet gewenst was. Op den duur geef je de moed op.’

Thijs begeleidde in de jaren negentig een team met Russische toppers. ‘Ivanov en Fadejev reden voor Polen, omdat ze uit de Russische ploeg waren gezet. Maar ze werden wel eerste en tweede bij het WK. De Russische bond heeft het me niet in dank afgenomen, want het was een stel boeven. Ik had het niet moeten doen. Maar ik wilde graag laten zien dat ik met Ivanov en Fadejev nog kon winnen.’

Thijs loodste een Nederlandse ploeg naar een derde plaats bij een WK voor landenteams. Maar hij voelde de achterdocht. ‘Zei een teammanager tegen de rijders: als Roelof wat te zeuren heeft, komen jullie maar naar mij. Toen andere mensen zich er ook mee gingen bemoeien, viel het team uit elkaar.’

Nu helpt hij alleen nog oud-schaatser Rintje Ritsma, die gefascineerd is door snelle motoren. ‘Rintje kan beter motorrijden dan ik schaatsen’, zegt Thijs, lachend. ‘Natuurlijk wordt Rintje geen topper op de motor, maar zijn wilskracht is enorm. Ik herken zijn aanvallende stijl. Als ik de bocht inging en ik zag nog ergens een schoon stukje ijs liggen, knalde ik er overheen.’

In de gloriejaren van Thijs trok het ijsspeedway ook in Nederland tienduizenden bezoekers. Nu is het WK in Assen een evenement in de marge. ‘Het is een Russisch kampioenschap geworden’, zegt Thijs. ‘Daarom is de race om mijn bokaal zo leuk, omdat de beste Russen niet meedoen. Dan kan een ander ook eens winnen.’

Vlak na het WK in Moskou werd Roelof Thijs, met dochter Sigrid achter op de motor, aangereden door een dronken automobilist. Zijn onderbeen was verbrijzeld, Sigrid raakte eveneens ernstig gewond. Hij heeft het nooit kunnen verwerken dat zijn carrière in één klap was vernietigd. ‘Ik had zeker een of twee keer wereldkampioen kunnen worden’, zegt Thijs. ‘De Zweed Serenius is 62 jaar en rijdt nog steeds! Dan denk ik: had ik maar een paar jaar meer gehad.’

Diverse operaties volgden, Thijs werd voor 45 procent afgekeurd. ‘De zaak is afgewikkeld, maar niet zoals het zou moeten.’ Henny Thijs: ‘Letselschade bestond nog niet. Ik had niet eens geld genoeg om een gezinshulp te betalen. Mijn andere dochter en ik hebben er alleen voor gestaan.’

Roelof Thijs: ‘Ik heb mijn carrière als coureur nooit goed kunnen afsluiten, dat gevoel blijft zeuren. Ik sluit de zaak nu wel op mijn condities. We stoppen op het hoogtepunt. Ik draag alles over zonder schulden of ruzies.’

De familie Thijs is moegestreden, zegt Roelof. ‘Mijn monteur werd ernstig ziek, dat kwam er ook nog bij. Ik merkte dat ik ouder en kwetsbaarder werd.’ Zijn vrouw Henny en zijn oudste dochter Sigrid hadden al eerder gestreden tegen kanker. Henny: ‘De ziekte werd bij mij in 2000 geconstateerd. Twee dagen nadat ik de eerste chemotherapie had gekregen, stond ik weer in de zaak. Zo heb ik roofbouw op mijn lichaam gepleegd.’

Roelof: ‘Henny had geen haar meer op haar hoofd, maar ze deed haar jas uit en stond hier achter de toonbank. We kregen zulke klappen achter elkaar, ik heb het er heel moeilijk mee gehad. Henny Thijs: ‘Onze dochters hebben ons altijd bijgestaan.’

Ze is een klassieke rennersvrouw gebleven. ‘Ik ben gewend om in de schaduw te staan.’ Roelof Thijs, lachend: ‘Ze staat alleen in de zon als ik achter haar loop. Maar zonder Henny had ik het nooit gered.’

Zijn dochter Sigrid moet een andere baan vinden nu de zaak gaat sluiten. ‘Dat is lastig’, zegt vader Roelof. ‘Maar ook zij moet eerst haar vrijheid hervinden. De hele familie moet een beetje afkicken van de motorsport.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden