Het goud komt van de vrouwen

Olympische Spelen

Als Nederland een medaille wint deze Spelen, is dat meestal goud. Acht zijn het er nu en zes ervan komen van de vrouwen, die ook domineren in de totale medaillescore.

Sharon van Rouwendaal (l) en Sanne Wevers wonnen beiden goud afgelopen maandag Foto anp

Van sportende vrouwen moest de grondlegger van de olympische beweging weinig hebben. Ruim een eeuw geleden zei baron Pierre de Coubertin dat de Olympische Spelen een mannenaangelegenheid dienden te zijn, voor de 'plechtige en periodieke verheerlijking van mannelijke atletische vaardigheid'. Hun beloning: 'Vrouwelijk applaus.' Voor Nederland lijken de rollen omgedraaid. De Olympische Spelen zijn het vierjaarlijkse moment ter viering van de vrouwelijke sportvaardigheid.

De mannen, enkele uitzonderingen daargelaten, zijn in de rol van bewonderaars gedrongen. Als Nederland voor de tweede maal in de geschiedenis een plaats in de toptien van het medailleklassement bemachtigt (tussenstand: positie zeven), dan is dat vooral aan de vrouwen te danken. Zes kampioenes telt de ploeg, tegen twee kampioenen. Alleen de Amerikaanse en Chinese vrouwen hebben vaker goud veroverd dan de Nederlandse.

Ook de totale medaillescore van de vrouwen is beter dan die van de mannen: negen tegen vijf. Net als op de laatste vijf Spelen zijn de vrouwen succesvoller, al was dat dinsdag niet het geval. De dagscore van de mannen kwam uit op twee: openwaterzwemmer Ferry Weertman won goud en baanwielrenner Matthijs Büchlie zilver. Zeilster Marit Bouwmeester pakte goud.

Record van Sydney haalbaar

De toptien is de doelstelling sinds de Spelen van Sydney (2000), waar Nederland als achtste eindigde in het medailleklassement. Het is zelfs regeringsbeleid. Het is niet waarschijnlijk dat het aantal medailles van toen wordt overtroffen. Destijds waren er 25 plakken. Nu is de tussenstand 13, met vijf olympische dagen te gaan. Met acht gouden medailles is het aantal winnaars wel hoger dan ooit tevoren.

In Sydney telde de Nederlandse ploeg zeven kampioenen, die twaalf maal goud veroverden. Inge de Bruijn en Leontien van Moorsel wonnen beiden driemaal goud, Pieter van den Hoogenband was tweemaal de beste. Peking (2008) bracht eveneens zeven kampioenen voort. Meervoudige winnaars ontbraken. Die trend van enkelvoudige kampioenen tekent zich ook af in Rio de Janeiro. Alleen springruiter Jeroen Dubbeldam kan in theorie meerdere malen goud pakken.

Het is niet ondenkbaar dat al die winnaars in Rio tezamen het gouden record uit Sydney evenaren, of zelfs overtreffen. Vier zeges zijn er nog nodig om van acht op twaalf te komen. De vrouwen moeten het vooral doen. In het volleybal, handbal en hockey zijn de halve finales bereikt. Dafne Schippers treedt vannacht aan in de finale van de 200 meter. Bij de mannen zijn de ruiters kansrijk.

Ilse Paulis en Maaike Head Foto anp

Alleen maar goud

Wat in de medaillescore opvalt, naast de vrouwelijke dominantie, is dat er veel meer goud dan zilver en brons wordt veroverd: acht versus twee versus drie. Japan en Frankrijk, de landen die in het klassement in de buurt van Nederland staan, hebben ruim tweemaal zoveel medailles, maar minder gouden plakken. Daarmee vormt Nederland een uitzondering op de olympische vuistregel.

Eenderde van de deelnemers presteert boven verwachting, eenderde naar behoren, eenderde onder de maat. Kennelijk is er een winnaarsgevoel in de ploeg geslopen. Nu de verliezers dinsdag naar Nederland zijn afgevoerd met de 'losersvlucht' krijgt die stemming in het olympische dorp wellicht de overhand. De huidige medaillescore is geen toeval. Maurits Hendriks, technisch directeur van het olympisch comité, vond dat de vorige Zomerspelen te weinig opleverden (zes goud, twintig medailles). Hij wist de sportbonden ervan te overtuigen dat er meer geld moest naar succesvolle topsportprogramma's.

Het aantal ondersteunde projecten werd in de aanloop naar Rio teruggebracht van de 180 naar 55. Dat beleid is terug te zien in de huidige medaillescore. Nederland blinkt vooral uit in welvaartssporten als roeien, zeilen/surfen, zwemmen, wielrennen en paardensport. In die disciplines is de mondiale concurrentie kleiner. Succes is gemakkelijker af te dwingen; te kopen zoals sommigen zeggen. Bij de vrouwen is die trend nog sterker dan bij de mannen.

Gelijkheid

Toch gaat het geld (jaarlijks circa 44 miljoen) niet alleen naar kleine sporten. In de teamsporten voor vrouwen is behoorlijk geïnvesteerd, met halve finales in het handbal en volleybal als voorlopig resultaat. De wens om mee te doen om medailles in de drie belangrijkste olympische sporten (atletiek, zwemmen, turnen) is eveneens een leidraad geweest.

Gezien de ontwikkelingen in Rio is de kans groot dat het beleid van Hendriks een vervolg krijgt. Succesvolle programma's kunnen dan op meer ondersteuning kunnen rekenen, terwijl sporten met tegenvallende prestaties (judo, zwemmen) een korting tegemoet kunnen zien. Voor sportvrouwen, en hun mannelijke bewonderaars, is dat goed nieuws.

Hendriks zei al voor de Spelen dat hij niet beducht is voor vrouwelijke dominantie. Hij zal geen geld weghouden bij succesvolle programma's in een poging een evenwicht tusssen de seksen te bereiken. Hij is een pragmaticus, geen ideoloog zoals De Coubertin. Die zou zich in zijn graf omdraaien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.