Het gezamenlijke doel van een verguisde generatie

De gestrekte arm en de gebalde vuist symboliseerden kracht, de zwarte sokken de armoede. De zwarte sjaal stond voor de vele lynchpartijen in de geschiedenis van zwart-Amerika....

'TOMMIE IS de beste sprinter aller tijden. Michael Johnson kan hard lopen, maar Tommie was beter. In 1967 liep hij in een estafette 19,2 over de 200 meter en hij hield nog in ook aan het eind van de race. Op de 200 en de 400 meter was hij superieur, maar hij ging ook goed over de horden, hij kon hoog- én verspringen. He was the greatest.'

Tommie Evans, het onderwerp van bewondering, glimlacht minzaam. Lee Evans was altijd al de spraakzaamste van de twee, en natuurlijk was hij snel, maar laten we niet vergeten dat Lee er ook wat van kon. Smith: 'Zijn wereldrecord op de 400 meter uit 1968 - 43,86 -, hield twintig jaar stand.'

De twee zitten naast elkaar in downtown Sacramento, ze zijn gasten van de organisatie van de US Olympic Trials. Evans en Smith werden ooit verguisd door een groot deel van de Amerikaanse bevolking vanwege hun steun aan de Black Power, nu worden ze met alle egards behandeld.

Ergens in de jaren tachtig kwam de ommekeer; de militante zwarte sporters werden op een voetstuk geplaatst. Bokser Mohammed Ali, die zijn gouden olympische medaille van Rome destijds uit protest in een rivier gooide, werd eind 1999 verkozen tot sportman van de eeuw. En niemand, uitgezonderd een enkele aanhanger van de Ku Klux Klan, die protesteerde.

Jesse Owens won in Berlijn in 1936 vier gouden medailles. Hij bleef na terugkomst een nederige man, een 'Uncle Tom' die zich als zwarte gedwee uit hotels en bussen liet verwijderen.

Hitler schudde de hand van Owens niet, maar de atleet werd evenmin ontvangen door president Roosevelt. Zijn komst naar het Witte Huis zou blanke kiezers in het zuiden kunnen afschrikken.

Evans en Smith behoren tot de generatie die het onrecht niet meer pikte. Samen met zwarte sporters als Jim Hines, John Carlos en Mohammed Ali effenden ze het pad voor jonge zwarte sporters als Carl Lewis, Michael Jordan, Marion Jones, Maurice Greene, Jackie Joyner-Kersee en Michael Johnson.

Smith (56) is een grote, imposante man, met nog steeds een atletisch voorkomen. Hij is de rustigste van de twee. Evans (57), een rappe prater, houdt er, 32 jaar na de Spelen van Mexico, nog steeds pittige ideeën op na. 'Vind je het gek. Ik kwam als zwarte in de jaren veertig op de wereld. En wát voor een wereld. Op het moment dat ik geboren werd, deed ik al aan politiek.'

Smith werd in 1944 in Texas geboren, als zevende van de twaalf kinderen van James Richard Smith, een landarbeider die katoen plukte. De familie trok met de seizoenen mee door het land en streek in de jaren vijftig neer nabij Fresno, in Californië. Daar ging de kleine Tommie voor het eerst naar school, een gemengde bovendien. 'Het was voor het eerst in mijn leven dat ik zoveel blanken bij elkaar zag', zou hij later zeggen.

Zowel Smith als Evans studeerde in de woelige jaren zestig met een sportbeurs aan de universiteit van San José. In hardlopen waren ze goed, maar er moest ook nog worden gewerkt. Smith: 'Als jongens plukten we allebei katoen, dat kun je nog aan onze vingers zien. Eerst plukken boy, dan mag je naar je wedstrijd, zei mijn vader altijd.

'Als ik niet als eerste eindigde, dan mocht ik de volgende zaterdag helemaal niet sporten. Moest ik de hele dag plukken, net als mijn broers en zussen. Man, ik heb niet vaak geplukt op de zaterdag.'

Smith's favoriete afstand was de 200 meter, Evans was gespecialiseerd op de 400 meter. Evans: 'Maar Tommie kon ook een goede 100 en 400 meter lopen, al vond hij de laatste afstand te lang.'

Smith: 'De 200 was perfect voor mij. Je start, je raakt uitgeput, maar voordat je het weet ben je weer bij de finish. Als ik naar Lee's trainingen keek, werd ik al moe.'

Samen halen ze in Sacramento herinneringen op. Ze weten hun exacte eindtijden nog steeds, ze kennen alle data van hun vele wedstrijden. Ze liepen nationale-, maar ook wereldrecords, Smith zelfs zevenmaal.

Het waren de jaren dat de Amerikaanse maatschappij verscheurd werd door raciale onlusten. Het was de roerige tijd van Vietnam, de moorden op Martin Luther King en Robert Kennedy. Bij het zoeken naar kamers maakte het tweetal mee dat de deuren van huizen met het opschrift 'kamers te huur' voor hun neus werden dichtgegooid. Als er later een blonde mede-student werd gestuurd, was er wel plaats. Zo waren er veel meer raciale incidenten.

Evans: 'Dat maakte ons militant. Onze ouders schaamden zich voor hun huidskleur, wij niet. We waren trots op onze afkomst, noemden onszelf niet langer nigger, maar zwarten. Trotse zwarten.'

Evans en Smith volgden colleges sociologie bij de zwarte hoogleraar Harry Edwards, een voormalige discuswerper en aanhanger van de Black Power-beweging. Hij was het lichtende voorbeeld voor veel zwarte studenten, hij was de eerste die openlijk sprak over een boycot van de Spelen van Mexico.

Want waarom zouden atleten als Bob Beamon, George Foreman, John Carlos, Tommie Smith en Lee Evans voor de blanken hardlopen, springen en boksen, als diezelfde blanken hen geen kamers wilden verhuren?

De boycot ging niet door. Het belangrijkste argument voor de zwarte Amerikanen om naar de Spelen te gaan was dat het IOC de beslissing terugdraaide om Zuid-Afrika toe te laten tot de Spelen. Dat gebeurde vooral onder druk van de Sovjet-Unie, de Afrikaanse en Caribische landen.

Smith, Evans en de andere zwarte atleten die zich openlijk voor de boycot hadden uitgesproken, hadden ondertussen veel hate-mail ontvangen. Track and Field News publiceerde eind 1967 een aantal van die schokkende brieven.

'Ga terug naar de Congo, naar de kookpotten', 'Prima, die boycot, ik hield er toch al niet van om zwarten te zien sporten' en 'betalen de communisten jullie?' waren enkele van de steekwoorden uit die onsmakelijke correspondentie. Andere racisten stuurden Smith nagemaakte vliegtickets met als bestemming Afrika.

Als voorbereiding op de extreme hoogte van Mexico Stad trainden de Amerikaanse olympiërs nabij het hooggelegen Lake Tahoe. De US-trials, waar uitgemaakt moest worden wie naar de Spelen mocht, hadden daar plaats. Echo Summit was een idyllische stek in de bergen waar speciaal voor de gelegenheid een atletiekbaan was aangelegd.

Er werd overdag hard getraind, 's avonds bespraken zwarte atleten in hun trailers of ze toch niet een vorm van politieke actie in Mexico moesten ondernemen. De boycot was weliswaar van de baan, maar ze waren het er over eens dat ze in de olympische stad iets moesten laten zien. Maar wat?

Smith: 'De een wilde zwarte armbanden dragen, een ander zwarte sokken. We hebben ook overwogen om medailles te weigeren, om weg te blijven bij de ceremonies.' Evans: 'Of starten in de finale en de race wandelend afleggen. Daar zou het publiek van opkijken. . . '

Zonder duidelijke afspraken vloog de ploeg naar Mexico, waar ondertussen studentenrellen - er vielen 49 doden - waren uitgebroken. Overal stonden soldaten op straat. Evans: 'We werden met een bus van het vliegveld naar het atletendorp gereden. Ik was doodsbang onderweg.'

Van de zwarte Amerikaanse atleten won Jim Hines in Mexico als eerste een hoofdprijs, op de 100 meter. Hines weigerde tijdens de ceremonie de uitgestoken hand van IOC-voorzitter Avery Brundage, die de zwarte atleten vanwege hun actie-plannen flink had bekritiseerd en persoonlijk de boycot tegen Zuid-Afrika had willen opheffen.

Smith, een paar dagen later winnaar op de 200 meter in een nieuw wereldrecord van 19,83, was de volgende die het podium mocht betreden. In de catacomben van het stadion sprak hij teamgenoot John Carlos, de nummer 3, aan. Smith had zijn plan inmiddels gereed: op zwarte sokken naar het rostrum, met één hand gehuld in een zwarte handschoen, de arm gestrekt en de vuist gebald tijdens het volkslied. Hij vroeg of Carlos mee wilde doen. Dat wilde hij.

Niet de omstreden Brundage, maar vice-voorzitter Lord Killanin reikte de medailles uit. De vlaggen werden gehesen, de atleten draaiden een kwartslag. Tijdens het spelen van The Star Spangled Banner ging de gebalde vuist met de handschoen omhoog en boog Smith het hoofd. Carlos deed hetzelfde. Het is nog steeds eens van de meest dramatische beelden uit de olympische geschiedenis.

In het stadion klonk na afloop applaus, maar er was ook boegeroep te horen. Smith: 'Ik zag gezichten van beesten. Ik zag haat in de ogen van Amerikanen. Ik was bang, wilde dat stadion snel uit. Ik was geschokt, ik hield oprecht van mijn land, wilde alleen maar laten zien dat er veel onrecht bestond.'

Smith en Carlos werden uit het Amerikaanse team gezet, omdat ze 'binnenlandse politiek naar de Spelen hadden gebracht'. Het Amerikaans Olympisch Comité bood het IOC zijn excuses aan voor het gedrag van de twee atleten. Amerikaanse journalisten spraken hun afschuw uit over de gebalde vuisten en de zwarte sokken. The Chicago American beschreef hen als 'a pair of dark skinned stormtroopers'.

Lee Evans, die zijn 400 meter nog moest lopen, overwoog uit solidariteit met de weggestuurde Smith en Carlos ook op te stappen, maar hij bleef uiteindelijk toch. Evans won zijn finale, in 43,86, ook een magistraal wereldrecord. Hij stond even later op het podium met lange zwarte sokken en een zwarte baret.

Bij het omroepen van zijn naam hief hij de arm en balde ook hij de vuist. Tijdens het spelen van het volkslied nam hij zijn baret echter af en hield hij de armen naar beneden. 'Tommie en ik hadden nooit afgesproken dat we hetzelfde zouden doen. Ik vond mijn protest ook waardig.'

Smith keerde terug naar Californië, waar de olympisch kampioen auto's ging wassen. Hij ontving opnieuw dreigbrieven, waarin zijn dood werd aangekondigd. 'Het was een gevaarlijke tijd.' Ondertussen maakte hij zijn studie sociologie af, daarna ging hij les geven aan het Santa Monica College in Californië. Daar, op die vruchtbare grond waar sprinters als Carl Lewis tot wasdom kwamen, werd hij atletiektrainer.

Lee Evans reisde door Afrika ('nee, daar ontving ik geen hate-mail!'), ook hij werd coach. Evans verblijft sindsdien vaak in West-Afrika, dat hij roemt om zijn sprinttalent. 'Geef me een half jaar in Nigeria en ik lever je tien jongens die op de 100 onder de 10,20 kunnen lopen. Nigeria is een coach's-paradise.'

Over de atletiek in de VS is hij minder optimistisch. 'Er is bijna geen talent.' Cynisch: 'De snelle jongens zitten allemaal in de gevangenis, het zijn kleine drugsdealers. De grote jongens laten ze maar lopen, de kleintjes worden opgepakt.'

Een paar dagen later, op de laatste middag van de US-trials in Sacramento, ontmoeten we Evans en Smith opnieuw. Het is de bizarre slotdag, tijdens de op voorhand flink opgeklopte 200 meter-finale is zowel Maurice Greene als Michael Johnson voortijdig uitgestapt. Evans en Smith lopen hoofdschuddend rond. Smith: 'Dit verwachtte toch niemand?'

In het Hornet Stadium blijkt ook John Carlos aanwezig, destijds in Mexico aan de zijde van Smith met gebalde vuist op het podium. Carlos, getooid met grote zonnehoed: 'Dit is de eerste keer sinds 1968 dat ik me weer bij de Amerikaanse trials laat zien.'

Carlos, inmiddels leraar in Palm Springs, kijkt niet graag terug op de gebeurtenissen in Mexico, in 1968. 'Bij terugkomst was er zoveel haat, mijn familie werd er door uiteengescheurd. Aan het verdriet daarvan is in 1977 mijn vrouw Kim, mijn grote liefde, overleden.

'We werden in die jaren uitgekotst, nu kom ik hier dat stadion binnen en krijgen we een staande ovatie. Zou er dan toch iets veranderd zijn?'

Carlos blijft, ondanks diens falen op de 200 meter, een groot bewonderaar van Michael Johnson. 'Hij is net zo getalenteerd als ik destijds. Het is hetzelfde talent dat Marion Jones bezit, I love them both.'

Hij heeft zich geërgerd aan de verbale oorlog tussen Greene en Johnson. 'Die trash was er niet in onze tijd. Maurice, niet Michael, is daar de aanstichter van.'

Lee Evans: 'Wij waren rustiger, we schudden elkaar de hand en gingen lopen. Alhoewel, wij hadden Jim Hines, die lulde er ook goed op los. Jim strooide ook allerlei onzin de wereld in. En jij John, was ook goed in de vocals.'

Carlos (55 pas, maar al dertien kleinkinderen): 'Dat waren meer grappen die ik maakte, vlak voor de race. Verder vormden wij een team, een eenheid, een machine. Man, wij kaartten tot midden in de nacht. Dat zie ik Greene en Johnson niet doen. Dat zijn individualisten. Wij hadden een gezamenlijk doel. Dat mis ik bij de huidige generatie.'

Lee Evans, John Carlos en Tommie Smith kijken uit over de atletiekbaan. Evans: 'Ik had graag eens tegen Michael gelopen op zo'n snelle Mondo-baan. In onze tijd waren die er nog niet. Misschien was ik wel sneller geweest. Wie weet. Tommie had zeker gewonnen. Michael kan zijn snelheid lang vasthouden, maar Tommie legde in bepaalde delen van zijn race de snelste meters af. Alleen Carl Lewis kwam later in de buurt.'

Carlos: 'Ik kan alleen maar zeggen dat Michael, ondanks zijn falen hier, op dit moment de beste atleet ter wereld is, met een talent dat God hem persoonlijk gegeven heeft. Vergelijken met ons heeft weinig zin.'

Evans houdt aan: 'Nou, als Tommie je passeerde, dan was je er geweest. Je mocht blij zijn als je de finishlijn nog haalde. Dat gebeurde met jou, John, in Mexico in 1968, mij overkwam het ook vaak.

'Man, Tommie was zo getalenteerd, zijn benen begonnen direct onder zijn oksels.'

Tommie Smith: 'Amen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden