nieuws Tour de France

Het geelkleurige weekeinde van Mike Teunissen, na dertig jaar de opvolger van Erik Breukink

9 millimeter was het verschil in de sprint van de eerste Touretappe. Nu weet ook Mike Teunissen, na dertig jaar de opvolger van Erik Breukink, wat de magie van het geel is.

Mike Teunissen in de gele trui. Beeld ANP

Het rennersbestaan is twee dagen lang een roes voor Mike Teunissen (26), geboren in Ysselsteyn, Limburg. Ineens wil iedereen wat van hem. Dat komt ervan als je in de Tour de France een gele trui draagt. Dan moet je zondag vertellen hoe je hebt geslapen; hij heeft geen oog dicht gedaan. Of hij het eigenlijk wel goed beseft wat hem is overkomen; het daalt langzamerhand in.

Hij slaat zich er zaterdag nog manmoedig doorheen en doet aan de finish in Brussel telkens met ongebroken enthousiasme en onuitputtelijk geduld zijn relaas voor elkaar verdringende cameraploegen. Dat verhaal is dan ook bijzonder genoeg: hij is de renner voor wie louter een bijrol was gereserveerd, maar die zaterdag zomaar eindigde op het hoogste podium van de Tour.

Er is één onderbreking in de interviews: hij krijgt een telefoon, het is zijn vader, die op 10 kilometer afstand van de finish staat, in een camper. De bloedband weegt toch echt zwaarder dan protocollaire verplichtingen.

Zondag, na nog maar eens een winst, deze keer in de ploegentijdrit, en de reeks huldigingen op het podium, openbaart zich het begin van een weerslag, de euforie over de successen ten spijt. Hij oogt ineens wat vermoeid, wat voorovergebogen achter een tafeltje zittend, om als geletruidrager de tweede zege toe te lichten. Hij krijgt een wrap aangereikt en pelt onmiddellijk gretig de folie eraf. Ja, zegt hij, misschien is een slaappil straks toch wel een goed idee. Het was zwaar geweest, de 27 kilometer met de zeven anderen van de ploeg vanaf het Koninklijk Paleis in Brussel naar het Atomium. Maar als hij het moeilijk had, keek hij naar beneden en dan zag hij het geel. Daar kreeg hij nog meer moraal van. ‘We vlogen naar de finish. De droom gaat door.’

Bij Team Sunweb waren ze na een dienstverband van twee jaar een beetje uitgekeken op Teunissen, oud-wereldkampioen veldrijden bij de beloften. Hij was in 2018 weliswaar tweede geworden in Dwars door Vlaanderen en had zich behoorlijk geweerd in de slotfase van de Ronde van Vlaanderen, maar de ploegleiding liet hem weten dat ze meer vertrouwen hadden in andere jongens. Zijn wens om wat meer voor eigen kans te rijden, werd niet gehonoreerd. Hij meende dat hij er na zijn prestaties recht op had. ‘Dan ga je toch maar eens verder kijken.’ Hij zou nog altijd niet goed begrijpen waarom Sunweb het niet zo in hem zag zitten.

Hoewel er meer ploegen geïnteresseerd waren, besloot hij terug te keren naar zijn oude nest, Jumbo-Visma, voorheen Lotto-Jumbo. In 2013 en 2014 maakte hij nog deel uit van de opleidingsploeg van Rabobank. Het voelde als thuiskomen. Meteen waren er resultaten. Hij won in dienst van de zwart-gele brigade de Vierdaagse van Duinkerke en de ZLM Toer. In Parijs-Roubaix werd hij zevende.

Koninklijke sprint

Zaterdagmiddag volgt het absolute en niet voorziene hoogtepunt. Op een boogscheut afstand van het Kasteel van Laken, de residentie van de Belgische monarchen, levert hij een koninklijke sprint af op een licht oplopend weggedeelte – dat ligt hem sowieso. Etappewinnaars worden geacht stil te houden, waarna ze achter de hekken worden weggeleid. Hij passeert drommen cameraploegen, fotografen, verzorgers en beveiligers en knijpt pas bij de bus van Team Jumbo-Visma in de remmen.

Alsof hij er zelf geen rekening mee heeft gehouden dat hij zojuist drievoudig wereldkampioen en zesvoudig winnaar van de groene trui in de Tour de France Peter Sagan heeft geklopt. Alsof hij niet durft te geloven dat hij hier een lemma heeft toegevoegd aan de wieler­annalen. Na dertig jaar droogte, is er weer een Nederlandse geletruidrager. Erik Breukink was de laatste, in 1989, na een proloog in Luxemburg. Alsof het eigenlijk niet hoort dat hij de ereplaats heeft ingenomen die was gereserveerd voor de topsprinter uit zijn ploeg, Dylan Groenewegen.

‘Ik was er ook niet zeker van dat ik had gewonnen’, verklaart hij. Hij hoort het van de omstanders bij de bus. ‘Bizar, dit. Ongelooflijk. De zege en de gele trui. Dit neemt niemand me nog af.’

Natuurlijk heeft hij er geen rekening mee gehouden. Wie wel? Binnen de ploeg was maandenlang met intense toewijding toegewerkt naar deze dag. Het was de etappe waarin de misschien wel snelste sprinter van het peloton zijn plek in de geschiedenis ging opeisen. Het was Groenewegen die voor het geel ging.

De Nederlandse ploeg Jumbo-Visma met op kop Mike Teunissen in het geel. Beeld AFP

Laatste wagon

Teunissen rijdt in zijn dienst. Hij is de zogeheten lead-outman, de laatste wagon in het treintje renners dat topsprinters enkele honderden meters voor de eindstreep afzet. Teunissen bewees de afgelopen maanden dat hij het kunstje beheerst. Hij trekt Groenewegen naar de gewenste topsnelheid, waarna deze het moet afronden.

Maar in de laatste anderhalve kilometer kon het scenario overboord, toen Groenewegen tegen het asfalt smakte. Teunissen zag vanuit zijn ooghoeken enkele renners vallen, maar wist niet precies wie. ‘Het leek alsof er een paar fietsen in elkaar haakten. Ik kon er net omheen. Ik zag niet veel ploeggenoten om me heen. Toen hoorde ik dat Dylan erbij zat.’ Wat hij ook zag: dat hij in het gezelschap verkeerde van wereldtoppers, veel ‘grote jongens’: Sagan, Sonny Cobrelli, Caleb Ewan, voormalig ploeggenoot Michael Matthews van Sunweb.

Hij maakte razendsnel een nieuwe afweging. Hij wilde niet dat alle arbeid van de afgelopen maanden vergeefs was. ‘Ik voelde me goed. Ik dacht: het minste wat ik kan doen is proberen er wat van te maken. Top-5 zou al mooi zijn, dan hebben we nog iets na deze tegenslag.’ Hij koos het wiel van Cobrelli. ‘Plotseling ging het open. Ik voelde dat ik nog veel kracht had.’

Hij zag Sagan, hij stelde vast dat die langzamer fietst. Het schoot door zijn hoofd: ‘Ik kan winnen.’ Na de bevestiging dat hij Sagan met een ultieme jump had geklopt, volgde de vaststelling: missie volbracht. Het verschil, blijkt later, bedroeg 9 millimeter.

Niemand minder dan Eddy Merckx reikt hem de bloemen aan. Vraag: voelt hij zich nu beter dan Groenewegen? Nee, is het stellige antwoord. ‘Het was een aankomst die me wel paste, ik wist dat ik een goed resultaat kon neerzetten. Maar in normale omstandigheden zijn er veel jongens sneller. Ik zal Dylan nooit kunnen verslaan. Ik zal hem met alle plezier weer helpen, met alles wat ik in me heb. Ik ken mijn plek.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden