Column Peter Middendorp

Het gebit van mijn vader was een publiek geheim dat met de jaren steeds publieker werd

Hoewel we in Emmen woonden en ik op VV Emmen zat, nam mijn vader mij zondags altijd mee naar wedstrijden van SC Erica, de club van zijn geboortedorp. Hij is ook nog een paar seizoenen hoofdsponsor geweest – ik herinner me de dag dat hij me van straat kwam halen. Sporthuis Weggemans had gebeld. De kleding was binnen. Als ik het spul aantrok, kon ik meteen door naar Foto Meilink.

Na zijn dood vond ik de foto’s terug. Ik draag rode sokken, een rode broek en een wit shirt met rode driehoekjes op de schouders. Op de borst staat de naam van onze winkel: Hebo Warenhuis. Ik ben 13 of 14, ik lach vrolijk, ik ben het gevecht met mijn vader nog niet aangegaan, al is aan de ogen al wel te zien dat het klokje tikt.

Er was ook een elftalfoto, op het hoofdveld gemaakt, met de hele selectie, de trainers, het bestuur en, helemaal links, de scheiding gekamd, de borst vooruit, de trotse sponsor zelf.

Ik heb hem weleens zien tennissen, maar van de sporten uit zijn jeugd weet ik niets. Hij vertelde er nooit iets over. Je mocht er ook niet naar vragen. Uit kleine brokjes informatie, in de loop der jaren bij elkaar gesprokkeld, heb ik er zelf een verhaal van gemaakt. Ik kan het nu wel delen, hij kan geen hartverlamming meer krijgen.

Twee keer zat hij op voetbal. De eerste keer op Sportclub Erica, indertijd nog Ericase Boys. En later, toen hij een jaar in Groningen woonde en ze er dachten dat hij zijn broer was, ook nog heel even, een kwartier ofzo, in het eerste van Velocitas.

Maar eigenlijk was hij een turner. Zijn hart lag in de gymzaal. Het liefst was hij gymleraar geworden, hij was ook al geselecteerd, maar ergens is toen iets misgegaan. Het blijft een beetje speculeren, maar volgens mij is hij tijdens het turnen eens zo hard op zijn gezicht gevallen dat niet alle tanden en kiezen na afloop meer konden worden gered.

Een ongeluk, dat denk ik. Ik denk dat hij al zo vroeg met gebitsproblemen zat dat het wel een gevoelig onderwerp moest blijven. Wij mochten ook nooit weten dat hij een kunstgebit droeg. Als we vroegen: waarom gaat papa nooit mee als we met zijn allen naar de tandarts gaan, zei mijn moeder, alsof mijn vader een vriend in Amsterdam had, die tandarts was, dat papa een vriend in Amsterdam had, die tandarts was.

Het gebit van mijn vader was een publiek geheim dat met de jaren steeds publieker werd. Iedereen was op de hoogte en hielp mee het geheim te bewaren. Toen mijn vriendin tijdens een familie-etentje inhoudelijk eens te dicht bij zijn mond kwam, hoorde ik mezelf zeggen: ‘Mijn vader heeft liever niet dat je weet dat hij een kunstgebit heeft. Toch, Joop?’

Ach, mijn vader en zijn gebit. Zijn arme tanden. In het ziekenhuis vroegen ze of we erbij wilden blijven als ze hem van de beademing gingen halen. Mijn vriendin zei: ‘Ja, straks gaat het al meteen mis en sterft hij alleen’. Maar ik zei: ‘Nee, maak je maar geen zorgen, hij is graag bereid om het risico te nemen’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.