Hét Feyenoord-gevoel en de kracht van ’t Legioen

‘Een echte clubman’, noemde Sjaak Troost zichzelf onlangs in Voetbal International. ‘Als ik in het Nederlands elftal speelde, was ik vooral trots Feyenoord te mogen vertegenwoordigen.’..

Troost speelde 398 officiële wedstrijden in het eerste elftal, werd – in 1984 – landskampioen en bekerwinnaar, maar wat aan herinneringen overheerst, zegt hijzelf, is hét Feyenoord-gevoel.

Wat is dat toch, het gevoel dat al die mensen in de loop van jaren betoverde, bekoorde en samenbracht onder de vlag van Feyenoord en dat Troost als volgt verwoordde: ‘Als na het wachten in de spelerstunnel het luik naar het veld openging en je zag die volle Kuip, dan overdonderde je dat volledig.

‘De adrenaline stroomde plotseling door je lijf en je kreeg iets over je van: ik ben in staat iedereen te vermoorden, als wij maar winnen! Dat gevoel, dát Feyenoord-gevoel, laat me nooit meer los.’

Of zoals clubicoon Wim Jansen zijn jeugd herinnerde: ‘Voor Sparta - Feyenoord liepen we met vriendjes naar Spangen. Als wij hadden gewonnen, gingen we rennend door de Maastunnel, luid brullend Hand in hand, Kameraden. Dat galmde in die tunnel zo prachtig, dat er een heerlijk Feyenoord-gevoel over me kwam.’

Feyenoord is als dé club van het volk ontstaan en Feyenoord is in honderd jaar dé club van het volk gebleven. De massa bundelde zich vanuit dat bijzondere clubgevoel in Het Legioen, een rond de velden indrukwekkend, maar ook gevreesd supportersleger.

De belangstelling voor Feyenoord is vanaf het begin groot geweest. In Feyenoord, een beeld van een club schrijft Jan Oudenaarden: ‘Al op het Afrikaanderplein stonden de mensen rijen dik om het veld. Ook toen trokken veel supporters met de club mee naar uitwedstrijden.

‘In 1917 ging de aanhang van Feyenoord zelfs in staking, omdat zij de entreeprijzen bij Neptunus in Schiebroek te hoog vond. Neptunus koos eieren voor zijn geld en verlaagde de prijs van het kaartje tot een dubbeltje.’

In 1917 verhuisde Feyenoord naar de Kromme Zandweg. Voor veel bezoekers was dit te ver. De gemeente Rotterdam legde daarom een tramlijn aan tussen de Wilhelminakade en de Groene Hilledijk, lijn 13. De belangstelling voor de club bleef groeien. De in 1937 gebouwde Kuip werkte als een magneet op de club. De populariteit vertaalde zich in toeschouwersgemiddelden van 40.000.

Als VI in de jaren 60 lezers uitnodigt hun gevoelens voor Feyenoord op schrift te stellen, concludeert hoofdredacteur Joop Niezen in de bloemlezing (Het volk over Feyenoord): ‘Een club als Feyenoord heeft men lief of men haat haar. Er is geen tussenweg.’

Verder: ‘Feyenoord is zelfs voor de Rotterdammer een mysterie waarover men niet uitgepraat raakt. Het mag een klein wonder heten dat het Feyenoord-stadion vrijwel altijd vol zit. Typisch is dat het niet alleen Rotterdammers zijn die thuisduels bezoeken.

‘Sparta trekt slechts een fractie van wat naar Feyenoord gaat, de stelling lijkt gewettigd dat het onjuist is te menen dat Rotterdam een voetbalstad is. Rotterdam-Zuid komt die eer toe.’

Niezen stelt op grond van de afkomst van de lezerspost vast dat ‘Feyenoord een nationaal verschijnsel is, meer dan enige andere club in Nederland’. Bij zijn aantreden als voorzitter zegt Jorien van den Herik daarover begin jaren 90: ‘Feyenoord is een bruisende club, maar niet van Rotterdam alleen.

‘De meeste supporters komen uit Noord Brabant, Zeeland en zelfs uit Groningen en de Achterhoek. Het is leuk dat Feyenoord wordt vereenzelvigd met Rotterdams als de stad van de mensen die hun mouwen opstropen. Maar de mensen die hun mouwen opstropen komen uit alle windstreken. Ze zijn naar de stad getrokken om te werken en geluk te vinden.’

Feyenoords Legioen is een massabeweging met gevoel voor traditie en een sterk saamhorigheidsgevoel, maar telt in zijn uitwassen van de harde kern ook de gangmakers van bruut voetbalvandalisme. Vooral bij Feyenoords buitenlandse optredens liepen de zaken geregeld fors uit de hand. Na de laatste keer – in Nancy, 2006 – dreigde zelfs het deficit van de club.

Pijnlijk is die treurmars vooral omdat aan de basis van de buitenlandse supportersmissies een bijzondere gebeurtenis staat. Toen Feyenoord in het seizoen ’62-’63 in de Europa Cupreeks achtereenvolgens Servette, Vasas en Stade de Reims had uitgeschakeld en in de halve finale tegen Benfica als eerste Nederlandse club kans op de finale had, besloot Het Vrije Volk – na een 0-0-gelijkspel in De Kuip – een negendaagse bootreis naar de Portugese hoofdstad te organiseren.

In luttele minuten waren alle plaatsen op de passagiersschepen De Waterman en de Groote Beer volgeboekt. ‘Daar lagen ze dan’, schrijft Wim Hollander van Het Vrije Volk in Hand in Hand, Kameraden. ‘Columbus kan niet trotser op zijn schuit zijn geweest dan ik op deze beide kasten.’

Honderdduizenden mensen zwaaiden, langs de Nieuwe Waterweg, de Feyenoord-supporters uit. Feyenoord ging weliswaar onderuit (3-1), maar Hollander beschouwt dit Portugese avontuur als de moeder van alle supportersreizen. Feyenoords selectie had de boten op de kade in Lissabon verwelkomd. ‘Het was om kippenvel van te krijgen’, zegt vele jaren later Reinier ‘Beertje’ Kreijermaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.