Interview Dirk Uittenbogaard

Het enigma van het Nederlandse roeien begint aan de WK met één einddoel: olympisch goud

Bij de WK roeien moet Dirk Uittenbogaard met de dubbelvier een ticket voor de Spelen veiligstellen. Hij wil ook een belofte aan zijn overleden roeimaat Daan Brühl nakomen.

Dirk Uittenbogaard (links) op weg naar het huzarenstuk uit zijn loopbaan: goud op de Spelen in Tokio. Beeld Merijn Soeters

Dirk Uittenbogaard vertelt het met een grote glimlach. Over de fan die tijdens de Spelen van Rio op hem afrende. Om vervolgens te vragen of hij hem op de foto kon zetten met Ferry Weertman en Ranomi Kromowidjojo. De roeier, die net olympisch brons had gewonnen met de Holland Acht, stond toevallig naast het beroemde zwemkoppel. Heerlijk, vond hij het. ‘Ik zou het namelijk verschrikkelijk vinden om overal herkend te worden.’

Laat hem maar in de luwte. Met zijn 1 meter 98 en 90 kilo is hij de stille kracht die met zijn feilloze halen elke boot harder laat gaan. In een artikel op een roeiwebsite werd hij eens omschreven als het enigma van het Nederlandse roeien. Wie het enigma ontrafelt, stuit op een enerverend roeileven dat hem maakte tot wat hij nu is. Een zelfverzekerde, 29-jarige topsporter die klaar is voor het huzarenstuk van zijn loopbaan.

Komende week moet op de WK roeien in het Oostenrijkse Ottensheim met de dubbelvier het ticket naar de Spelen worden veiliggesteld. In Tokio is het doel helder: het eerste goud voor een mannenboot sinds de Holland Acht in 1996.

Het zou voor Uittenbogaard het summum zijn van een sportleven dat begon op een voetbalveld. Roeien kwam pas op zijn pad tijdens zijn middelbare schooltijd op het Amsterdams Lyceum, via de roeiclub van de school. Uittenbogaard: ‘Het was een beetje klooien. Als we 250 meter roeiden, was het veel.’

Toch zag de docent die de club leidde het talent in Uittenbogaard. Hij tipte een bevriende roeicoach en voor hij het wist zat hij als 14-jarige tussen ander roeitalent in bondsselecties. Hij was meteen verkocht. ‘In het voetbal was ik gewend dat iedereen de hele tijd op elkaar mopperde. De roeiwereld was veel gezelliger, met allemaal leuke gasten.’

Psychose

Een van die gasten was de half jaar jongere Daan Brühl. Het klikte meteen tussen de twee. Zowel binnen als buiten de boot. Vijf jaar brachten ze met elkaar door. Samen wonnen ze nationale en internationale jeugdtitels. Ze werden boezemvrienden en dagdroomden over olympische roem.

Tot die ene zomeravond in 2010 alles veranderde. Brühl maakte, tijdens een psychose, een einde aan zijn leven. Hij was 19 jaar. Uittenbogaard: ‘Je doet het allebei goed, vult elkaar aan en maakt samen plannen. En dan is dat allemaal opeens weg. Dat was heftig, emotioneel en heel moeilijk.’

Zijn leven lag stil. Met twee andere roeiers die Brühl ook goed kenden, zonderde hij zich af van de dagelijkse roeihectiek. ‘Als junior moet je je namelijk constant bewijzen. Er zijn veel selectieraces. We zijn toen met z’n drieën gewoon gaan trainen, zonder te weten waartoe dat zou leiden. Op die manier hebben we een beetje het plezier hervonden.’

Negen jaar later heeft hij het overlijden van Brühl een plek kunnen geven. Hoewel de littekens blijven, merkte hij toen hij eens bij de ouders van Brühl op bezoek was. ‘Als je daar bent, is het wel weer even overweldigend.’

Perfectionisme

Zo af en toe ziet hij vleugjes van Brühl in zijn huidige bootgenoot Tone Wieten. Uittenbogaard: ‘Tone is fysiek net zo’n beest. Ze hebben allebei last van hun knie gehad en op een gegeven moment kreeg hij zelfs een relatie met de oud-vriendin van Daan. Dat ik dacht: wow, dit lijkt wel heel veel op elkaar. Aan de andere kant is het lastig voor te stellen waar Daan nu zou zijn geweest. Ik ben zelf ook veranderd.’

Toen hij als 17-jarige bijvoorbeeld voor het eerst afreisde naar een toernooi in China liet hij niets aan het toeval over. Hij weigerde in het vliegtuig zelfs te eten, omdat hij zich had aangepast aan het Chinese slaap- en eetritme. In de dubbelvier waakt hij als oudste roeier nu juist voor te veel perfectionisme.

Het viertal vindt elkaar in hun onophoudelijke drang naar verbetering. Zo is de boot wereldtop geworden. ‘Maar soms is het voor mij zelfs iets te serieus’, zegt Uittenbogaard lachend. Bijvoorbeeld als de sfeer te snijden is na een training die niet ging zoals gepland. ‘Zoiets moet je af en toe kunnen loslaten.’

Uittenbogaard leerde dat in het studentenroeien. Met zijn vereniging Nereus won hij liefst vier keer het studentenkampioenschap Varsity. ‘Toen ik daar als junior binnenkwam, had ik voor grote wedstrijden zoiets van: moeten we niet trainen? Daar moest ik eerst waanzinnig aan wennen. Later leerde ik dat het juist goed was niet altijd serieus te zijn.’

Mental coach

De perfectionist zit nog wel in hem. Zo stapte hij vorig jaar naar een mental coach, nadat hij schaatser Kjeld Nuis op de Winterspelen twee keer goud zag veroveren. ‘Hij zei daar hardop: als ik mijn beste race schaats, gaan anderen het heel moeilijk krijgen. Die manier van denken inspireerde me en toevallig was mijn vriendin (roeister Kirsten Wielaard, red.) er al langer mee bezig.’

Een mental coach hielp hem bij het stellen van doelen en liet hem anders naar zichzelf kijken. Ook leest hij sindsdien veel over de mentale aspecten van topsport. Om die reden besloot hij te stoppen met sociale media. ‘Bedrijven doen er alles aan om jouw aandacht te trekken. En alles wat mijn aandacht wegtrekt van wat ik wil bereiken, namelijk olympisch goud, wil ik vermijden.’

Negen jaar geleden beloofde Uittenbogaard op de uitvaart van roeimaat Daan Brühl dat goud voor hem te veroveren. Het legt in aanloop naar Tokio geen extra druk op zijn schouders. ‘Iemand zei me toen meteen dat ik spijt van die opmerking zou krijgen. Dat heb ik niet. Het was gewoon een heel emotioneel moment.’

Wel poogde hij recentelijk op zijn Wikipedia-pagina de passage over de belofte te verwijderen. Simpelweg omdat het leven is doorgegaan, zegt Uittenbogaard. ‘Het is een deel van mijn leven. Ik wil alleen niet dat het me de rest van mijn leven achtervolgt.’

Nieuwe troef van de Holland Acht: twee jonge roeireuzen

Ze zijn groot, sterk en gerijpt in de keiharde Amerikaanse sportcultuur. Holland Acht-nieuwelingen Simon van Dorp (22) en Maarten Hurkmans (21) vormen het motorblok dat de boot naar olympische glorie moet stuwen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden