Analyse The Red Lions

Het Belgische hockeysucces heeft meer vaders dan die uit het noorden

De Belgische hockeyers spelen de EK in eigen land als regerend wereldkampioen. Niet zo lang geleden was plaatsing voor de Spelen nog een wonder. Het geheim? Afkijken van Nederland is te kort door de bocht, zeggen ze zelf. ‘Er zijn veel meer coaches die impact hebben gehad.’

De Belgen merken op de EK in eigen land hoezeer er met ze wordt meegeleefd. ‘Iedereen wil een handtekening, een foto of even een praatje maken.’ Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Het tijdelijke hockeystadion in Antwerpen is zondagavond in rep en roer. Vlak na de spelers van Engeland en België komt koning Filip het zonnige veld op. Alle hockeyers krijgen een handje. Na de nationale volksliederen schrijdt de koning naar de tribune. Daar ziet hij zijn onderdanen met 2-0 zegevieren.

Het bezoek van de vorst onderstreept de status die het hockey in België verworven heeft in de afgelopen jaren. ­Gestaag groeide de voormalige hockeydwerg in ruim een decennium naar de wereldtop toe, tot, na olympisch zilver in 2016, afgelopen december het team wereldkampioen werd in India. Na shoot-outs versloegen de ‘Red Lions’ de Nederlanders nadat het in de reguliere speeltijd 0-0 was gebleven. Buiten korfbal had België nog nooit een wereldtitel in een teamsport kunnen vieren.

De wereldtitel was de kroon op ruim vijftien jaar hard werk, vertellen de Belgen Thomas Briels (31) en Arthur Van Doren (24) zaterdagmorgen. Ze zitten in hun hotel, op een paar honderd ­meter van het EK-terrein. Ze delen een beker maté met één roestvrijstalen rietje (‘wij zijn niet vies van elkaar’), en blikken terug op de verbazingwekkende opkomst van de Belgen.

Briels: ‘Vroeger was er totaal geen budget, totaal geen professionaliteit en geen kader. Het was amateuristisch. Sindsdien hebben de mensen bij de bond heel hard gewerkt om iets op ­poten te zetten. Het duurde even voordat je die ontwikkeling kon zien, maar alsnog is het snel gegaan.’

In 2005 kreeg de Belgische hockeybond met oud-international Marc ­Coudron een nieuwe voorzitter. Hij wilde als bestuurder mogelijk maken wat hem als speler nooit gelukt was: de Spelen halen. Hij trok daarvoor de ­Nederlander Bert Wentink als technisch directeur aan. Onder beider leiding kwam de ommekeer.

Koning Filip schudt de handen van het Belgische mannenhockeyteam. De ploeg verzekerde zich van een plek in de halve finale. Beeld EPA

In 2008 stond het land voor het eerst sinds 1976 weer op de Olympische Spelen. Briels was erbij. ‘We hadden ons op miraculeuze wijze geplaatst en daardoor werden sponsors en het Belgisch olympisch comité geprikkeld. Voor het eerst kon de staf fulltime voor de ploeg werken. De hele federatie werd professioneler.’

Opvallend in die professionaliseringsslag, die de jaren na Beijing doorzette, was de aanwezigheid van Nederlanders. Niet alleen met Wentink, die na 2014 stopte, maar ook met bondscoaches Marc Lammers (2012-2014) en ­Jeroen Delmee (2015) werd nadrukkelijk Nederlandse kennis in huis gehaald. Daarbij speelden veel van de Belgische internationals in de hoofdklasse bij hun noorderburen. Dat is nog steeds het geval. Briels speelt bij Oranje-Rood, Van Doren bij Bloemendaal.

Meer vaders

Heeft Nederland zijn concurrent sterker gemaakt? Sander Baart (31), verdediger van het Nederlands team, denkt van wel. Baart heeft een Nederlandse vader en Belgische moeder. Hij groeide op in Antwerpen en kwam aanvankelijk uit voor Belgische jeugdteams. ­Later koos hij voor Nederland, maar bleef in België wonen en zag hoe zijn oude ploeggenoten zich tot geduchte tegenstanders ontwikkelden. ‘Ze hebben echt gekeken hoe het in Nederland ging. Daarom hebben ze ook verschillende Nederlanders erbij betrokken.’

Briels en Van Doren vinden dat te kort door de bocht. Het Belgisch succes kent meer vaders dan die uit het noorden. ‘Elke coach geeft wat mee aan de ploeg’, zegt Briels. ‘Delmee was tactisch ongelooflijk sterk. Lammers ging meer op de professionalisering zitten. Dat was zeker van invloed, maar dat geldt niet alleen voor de Nederlandse coaches. Er zijn veel meer coaches die impact hebben gehad in de cultuur van het Belgische hockey.’

Ook levert het spelen in de hoofdklasse niet per definitie een voorsprong op. Briels: ‘Zo’n ontwikkeling is veel groter dan een paar spelers die in Nederland hebben gespeeld.’ Het is ook niet zo dat de Nederlanders een geheime sleutel tot succes te ontfutselen viel. Van Doren: ‘Je kunt niet zomaar de identiteit van Nederland overnemen. Je bent anders. Ieder land ­creëert zijn eigen identiteit.’

Arthur van Doren. Beeld BELGA

Wat is dan typerend voor de regerend wereldkampioen? ‘Dat kunnen we niet blootgeven’, knipoogt Van ­Doren. ‘Onze kracht is wel dat we veel plezier maken,’ zegt Briels, ‘dat we voor elkaar door het vuur gaan, goede vrienden zijn op en naast het veld. We beschouwen elkaar als een soort familie.’

De hechte band is gegroeid in het afgelopen decennium, waarin de ploeg beter werd, maar waarin het onderweg vaak genoeg hard onderuitging. ‘Met een paar jongens uit het huidige team hebben we nog weleens 10-0 van Australië verloren en 5-0 van Nederland. Dat was niet raar toen. We komen van heel ver’, zegt Briels.

Terwijl de mannenploeg zich ontwikkelde, groeide de sport in België explosief. In iets meer dan tien jaar tijd verdubbelde het aantal hockeyers tot 50 duizend. Een onwaarschijnlijke groei, al valt het totaal nog in het niet bij de cijfers van Nederland, waar 250 duizend mensen hockeyen. Ook de belangstelling van het publiek nam toe.

Briels: ‘Zeker sinds we wereldkampioen zijn geworden. We zijn zo’n klein land, als je dan wat wint, zeker in een teamsport, dan gaat het hard.’

Niet dat de mannen nu niet meer over straat kunnen; hockey is nog geen voetbal. Maar op de EK in eigen land voelen ze wel hoezeer er met ze wordt meegeleefd. Van Doren merkte dat vrijdagavond na de 5-1-overwinning op Spanje. ‘Ik probeerde mijn ouders op te zoeken, maar er was geen doorkomen aan. Iedereen wil een handtekening, een foto of even een praatje maken. Er is veel aandacht en dat is mooi.’

België-Nederland gelijkspel: voor de een winst, de ander verlies
Als zaterdagavond het eindsignaal klinkt, rijst een luid gejuich op in het Antwerpse hockeystadion. Het Belgische publiek viert feest. Niet omdat hun hockeysters gewonnen hebben, maar omdat ze niet van Nederland verloren hebben. 1-1 voelt als een zege.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden