Analyse

Het atletiekjaar waarin alles anders werd

Met de laatste Diamond League, vrijdagavond in Brussel, is een gedenkwaardig atletiekseizoen afgesloten. De eerste wereldtitel voor een Nederlandse atlete en andere opmerkelijke trends uit 2015.

Dafne Schippers viert de overwinning op de 200 meter tijdens de Diamond League-wedstrijd in Brussel. Beeld AFP

Grootste Amerikaanse sprintbelofte is Canadees

De Amerikaanse sprinters werden bij de Zomerspelen van Peking, in 2008, voor het eerst weggevaagd door Jamaica. Zeven jaar later is er weinig verbeterd voor het land van Jesse Owens, Carl Lewis en Marion Jones.

Nog steeds zetten Usain Bolt en Shelly-Ann Fraser-Pryce de toon. Als Dafne Schippers haar leeftijdgenoot Elaine Thompson op de 200 meter niet 0,03 seconde was voorgebleven, zou Jamaica zesmaal goud hebben veroverd. Nu bleef het Caribische eiland steken op: tweemaal 100 meter, eenmaal 200 meter, tweemaal 4x100 meter.

Met de Zomerspelen van Rio de Janeiro op komst is dat een zure constatering voor de wereldmacht, die meer dan honderd maal zo veel inwoners telt als Jamaica (krap 3 miljoen). Het land lijkt nog steeds niet hersteld van het Balco-schandaal, dat ruim tien jaar geleden vele topsprinters als fraudeurs ontmaskerde. Zelfs van de huidige toppers is een behoorlijk aantal betrapt: drie van de vier Amerikaanse finalisten in de 100-meterfinale bijvoorbeeld.

Het is nauwelijks verwonderlijk dat de Amerikanen tot de felste critici behoren van de gebrekkige dopingbestrijding op Jamaica, dat jarenlang nauwelijks geld uittrok voor controles. Of dat wat uitmaakt, is de vraag. Ondanks een wijdvertakt school- en universiteitsysteem dringen talentvolle sprinters uit Amerika slechts mondjesmaat door tot de elite. Vooral atletisch begaafde mannen kiezen voor Amerikaanse sporten waarin veel geld te verdienen is, zoals American Football of honkbal.

Het grootste universitaire sprinttalent uit Amerika is dan ook een Canadese student die pas vier jaar aan atletiek doet: Andre DeGrasse, een 20-jarig talent uit Ontario, dat bij de WK als derde eindigde op de 100 meter, achter Bolt en Justin Gatlin. Een andere indicatie van zijn gave? Met iets te veel rugwind heeft hij al 9,75 en 19,58 gelopen.

Andre DeGrasse (R). Beeld afp

Normale progressie voor een uniek talent

De opzienbarende atletiekzomer leverde vier officiële wereldrecords op, maar geen van die topprestaties veroorzaakte zo veel ophef als het 'schone' wereldrecord van Dafne Schippers op de 200 meter.

Schippers liep haar 21,63 op het juiste moment, op de beste plek: tijdens de WK atletiek in Peking. Dat maakte meer indruk dan de topprestatie van de Ethiopische Genzebe Dibaba, die in juli het 22 jaar oude wereldrecord op de 1.500 meter verbeterde tot 3.50,07. Of dan de twee recordworpen van de Poolse kogelslingeraarster Anita Wlodarczyk, met 81,08 meter als verste worp.

Zelfs het enige officiële wereldrecord tijdens de WK, de 9.045 punten van de Amerikaan Ashton Eaton op de tienkamp, verbleekte door de kleine verbetering (zes punten) bij de sensationele tijd van Schippers. Hoewel haar zege werd voorzien, achtte vrijwel niemand het mogelijk dat zij alle Oost-Europese loopsters voorbij zou streven. Alleen de omstreden Florence Griffith-Joyner en Marion Jones zijn sneller geweest.

De 21,63 kwam vooral als een verrassing, omdat Schippers nooit eerder onder de 22 seconden had gelopen. Ze begon de WK met een persoonlijk record van 22,03, de tijd waarmee ze in 2014 de Europese titel veroverde. Tijdens dat kampioenschap haalde ze 0,31 seconde af van haar beste tijd. In Peking ging ze maar liefst 0,40 seconde sneller dan in Zurich.

Een uitzonderlijke progressie? Voor de meeste atleten zeker, maar niet als haar tijd wordt afgezet tegen andere wereldtoppers. Allyson Felix: drietiende seconde verbetering op weg naar de wereldtitel van 2007. Veronica Campbell-Brown: tweetiende op weg naar de olympische titel. Elaine Thompson, tweede achter Schippers in Peking: 0,44 seconde sneller dan voorheen.

De late keus van Schippers voor sprint verklaart de progressie deels. Zij liep voor de WK nauwelijks topwedstrijden met optimale omstandigheden. Had ze dat wel gedaan, dan zou haar progressie vermoedelijk meer hebben geleken op die van twee prominente Jamaicanen.

Shelly-Ann Fraser-Pryce verbeterde zich in 2008 met vier tussenstappen met meer dan een halve seconde op de 100 meter, uitmondend in 10,78 tijdens de olympische finale. Usain Bolt ging in een jaar van 10,03 (zijn officiële eerste race) via twee tussenstapjes naar 9,69 in Peking. Net als die twee liep Schippers haar toptijd in het Vogelnest, op de snelle Mondo-baan, waar per pas weinig energie verloren gaat.

Wat de prestaties van Schippers' voorgangers ook duidelijk maken: nooit zal ze zichzelf weer verbeteren met 0,40 seconde.

De Jamaicaanse Shelly-Ann Fraser-Pryce. Beeld AFP
Dafne Schippers. Beeld afp

Bestrijding van doping faalt: hoe dat zo?

In de aanloop naar de WK kwam atletiekfederatie IAAF in de media ernstig onder de vuur te liggen vanwege vermoede nalatigheid bij dopingcontroles, met name in Rusland en Kenia. Het medailleklassement van Peking geeft geen uitsluitsel over de juistheid van die beschuldiging. Rusland presteerde met een negende positie belabberd (2 goud, vier medailles), Kenia won de meeste prijzen (7 goud, 16 medailles totaal).

De IAAF kan de ongewoon slechte prestaties van Rusland (alleen 1995 was nog slechter) claimen als een succes in de dopingbestrijding. Op dit moment zijn 47 Russische atleten geschorst, meer dan uit enig ander land. De complete snelwandelploeg werd teruggetrokken voor de WK, vanwege aanhoudend gebruik van verboden middelen. Op de middellange afstand en de marathon, van oudsher disciplines waarin verdachte Russische vrouwen uitblinken, werd geen medaille veroverd.

Het resultaat lijkt erop te duiden dat de ouderwetse staatsdoping, zoals aan de orde gesteld in een onthullende ARD-documentaire, lang niet zo effectief is als de Russen denken.

Duidt het overweldigende Keniaanse succes wel op nalatigheid van de IAAF? Die conclusie is niet te trekken. Hoewel in landen als Kenia en Jamaica beduidend minder vaak en streng wordt gecontroleerd dan in westerse landen, en de ARD-documentaire suggereerde dat een verboden middel als epo in Kenia gemakkelijk valt aan te schaffen, is het aantal betrapte topatleten uit het Oost-Afrikaanse land relatief laag.

Bovendien zijn de omstandigheden voor langeafstandslopen in Kenia haast ideaal. Alle ingrediënten zijn aanwezig: van schoolatletiek tot leven op hoogte, van een sober dieet tot onderlinge concurrentie, van relatieve armoede tot buitenlandse managers die een route naar welvaart bieden.

Er is vermoedelijk geen land ter wereld waar hardlopen door duizenden atleten met vergelijkbare ernst wordt bedreven. Uiteindelijk komt dat tot uiting in een medailleklassement.

De Cubaan Yarisley Silva bij het polsstokhoogspringen op de wk in Peking. Beeld getty

Traditie op de schop

Een blonde topsprintster is uitzonderlijk, maar ook in andere disciplines werd de bestaande orde dit seizoen overhoop gehaald. De Keniaan Julius Yego won de wereldtitel bij het speerwerpen, als eerste Afrikaan. Yarisley Silva pakte goud bij het polsstokhoogspringen, als eerste Caribische atlete.

De Zuid-Afrikaan Wayde van Niekerk verraste met goud op de 400 meter. Bij het hoogspringen en polsstokhoogspringen wonnen de Canadezen Derek Drouin en Shawnacy Barber. De Keniaanse hordeloper Nicolas Bett pakte goud op de 400 meter met hindernissen. Greg Rutherford toonde aan dat Britten kunnen verspringen.

En China bewees met het hoogste aantal zilveren medailles (zeven) dat het de atletieknatie in opmars is. Chinezen grepen net naast het goud bij hoogspringen (mannen) en speer (vrouwen). Ze hadden bij het verspringen drie mannen bij de beste vijf. En de sprinters snelden op de 4x100 meter estafette naar de tweede plaats.

De ouderwetse onderverdeling van atletieksucces lijkt niet langer op te gaan. De sprint hoeft niet langer het exclusieve domein te zijn van atleten met West-Afrikaanse wortels. De technische nummers zijn niet alleen weggelegd voor blanke Europeanen. De Oost-Afrikanen kunnen meer dan alleen lange afstanden rennen.

De WK in Peking telde medaillewinnaars uit 42 landen. Maar grenzen vervagen, kennis verspreidt zich, culturen vermengen. De Chinezen worden geholpen door tal van buitenlandse topcoaches. De Keniaanse speerwerper Yego leerde zijn vak via YouTube en Finse experts. Als meer gedreven atleten de kans krijgen hun talent te ontwikkelen, zullen de uitslagen nog onvoorspelbaarder worden.

De Keniaan Julius Yego. Beeld belga
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden