Herbert Dijkstra: 'Ik heb moeten leren afstand te nemen'

Na de winterspelen: van schaatser naar commentator bij NOS

Welk pad bewandelden voormalige olympiërs na hun topsportcarrière? Herbert Dijkstra deed op de Spelen van 1988 mee aan de 5 (13de plek) en 10 (11de plek) kilometer. Daarna begon zijn journalistieke carrière. Sinds 1994 werkt hij als commentator bij de NOS.

'Er is één man over wie ik nooit objectief kon zijn en dat is Piet Kleine, de man die in 1976 goud won op de Spelen.' Foto Jiri Buller

'Vanaf 1988 heb ik geen Olympische Spelen meer gemist. In Calgary was ik deelnemer, een jaar later werd ik journalist en bezocht ik in die hoedanigheid de Spelen. De stap naar de journalistiek ontstond min of meer bij toeval. In 1989 werd RTV Drenthe opgericht. Ze kenden mij als sporter en vroegen: vind je het niet leuk om mee te doen? Zo is het balletje gaan rollen.

'Door mijn schaatscarrière had ik ingangen die anderen niet hadden. Ik weet nog goed dat Dan Jansen in 1994, in Lillehammer, eindelijk de 1.000 meter won. Na afloop hadden we afgesproken bij een uitgang waar niemand anders stond. De eerste die hem feliciteerde, was president Bush, de tweede was Herbert Dijkstra uit Vries. Je moet in dit vak mensen kennen, maar daar ook iets mee doen als de kans zich aandient.

Gezonde afstand

'Omdat ik nog met één been op de schaatsbaan stond, heb ik moeten leren om gezonde afstand te nemen. Ik heb geleerd dat sporters best wel iets kunnen hebben, zolang je maar met respect kritiek levert. Henk Angenent snapte er in mijn ogen tactisch geen moer van. Dat zei ik dan ook op tv, alleen in iets nettere bewoordingen. Van mij kon hij dat hebben. En dat waardeerde ik weer in hem.

'Er is één man over wie ik nooit objectief kon zijn en dat is Piet Kleine, de man die in 1976 goud won op de Spelen, maar gewoon als postbode bleef werken. Als hij in onze straat kwam, stond ik met mijn neus tegen de ramen. Piet was mijn held, door hem ben ik gaan schaatsen. Toen hij in de Elfstedentocht voorop reed, moet je in mijn commentaar hebben kunnen horen dat ik hem de zege gunde, dat kan niet anders.'

'Afgelopen Oudejaarsavond lag ik voor twaalven op bed, want de volgende dag moest ik het NK marathonschaatsen verslaan. Het kost mij geen enkele moeite dat offer te brengen. Die focus, dat herken ik van mijn topsportcarrière. Schaatsers zeggen ook: we gaan naar Tenerife, zodat we weer honger naar het ijs krijgen. Voor het OKT heb ik bewust afstand genomen. Ik volgde het schaatsen wel, maar mijn piek moet liggen bij de Spelen. Dáár moet ik scherp zijn.'

Boze brieven

'Kritiek hoort bij het vak. Toen de kastelen tijdens de Tour de France voor het eerst nadrukkelijk in beeld kwamen, werd er bij de NOS van hogerhand gezegd: laat zitten joh, die kastelen. Maar toen er na een week allerlei boze brieven waren bezorgd, vroegen ze of ik er toch iets mee kon doen. Daarna kwam er trouwens ook weer post. Mensen schreven: wat loopt die man toch de zeiken over die kastelen? Ik bedoel maar, wat de een leuk vindt, vindt de ander niets. Ik lijd er niet onder.'

'Of de schaatsers van nu weten dat ik op de Spelen heb gestaan? De generatie-Sven Kramer nog wel, denk ik. Ik was generatiegenoot van zijn vader Ype. In die periode kwam ik bij hem op kraamvisite. Stond ik daar met de kleine Sven in mijn armen. Andere schaatsers zullen mijn verleden niet kennen. Misschien maar goed ook. Als ik het alleen daarvan zou moeten hebben, is het niet best, toch?'

Foto Jiri Buller
Meer over