Helsinki voor Ritsma prettige training in de frisse lucht

In het jaar waarin hij de eregalerij van de schaatssport wil betreden, heeft Rintje Ritsma zijn eerste buit binnengehaald. Als eerste na-oorlogse schaatser verzamelde hij vier Europese titels en bewees hij en passant dat de laatste voorwaarde om zich bij de groten van de schaatssport te voegen voor hem geenszins...

Van onze verslaggever

HELSINKI

De recente geschiedenis wijst niettemin uit dat die laatste opgaaf voor een Europees kampioen bepaald geen sinecure is. Steevast vindt de continentale titelstrijd kort voor de Olympische Spelen plaats, maar een ongeschreven schaatswet wil dat het continueren van topvorm in die tussenliggende weken uitermate lastig is. Bij vijf van de zes laatste Olympische Spelen wist de Europees kampioen geen goud te veroveren. Alleen Gustafson ontkwam in 1988 aan die vloek.

Ritsma kan trouwens uit eigen ervaring spreken. Vier jaar geleden domineerde hij de EK in Hamar, maar een maand later bleek hij in hetzelfde stadion de olympische eer aan Koss te moeten laten. Twee jaar daarvoor had Zandstra dezelfde ervaring reeds opgedaan. En ook hun provinciegenoot Van der Duim kan er sinds 1984 over meepraten. Het zegt veel over de eigenzinnigheid van Ritsma dat hij, opnieuw staand aan de voet van de Olympus, afgelopen weekeinde in Helsinki van de partij was.

Tal van 'kenners' waarschuwden vooraf dat een reisje naar het koude en winderige Finland vermoedelijk in Nagano met hoge rente betaald zal moeten worden, maar Ritsma pareerde hun wijsheid met de opmerking dat het lichaam op weg naar Japan minimaal één serieuze prikkel gehad moet hebben. Dat laatste klinkt plausibel, zij het dat Ritsma de enige is op wie die theorie van toepassing is. Zijn imposante anatomie staat hem toe zware inspanningen sneller te verwerken dan de gemiddelde schaatser.

Ongeacht de uitkomst in Nagano heeft Ritsma dit seizoen reeds bewezen zijn talenten bewonderenswaardig secuur te kunnen sturen. In de achterliggende drie seizoenen modelleerde hij in het bijzonder zijn gaven als meerkamper, met als gevolg dat zijn faam als specialist op de 1500 en 5000 enige schade opliep. De cijfers van de EK's getuigden van die tendens. In 1994 en '95 won hij zijn favoriete nummers, maar de voorbije twee jaar werd hij op zowel de mijl als de vijf kilometer verslagen.

Nu Nagano nadert heeft Ritsma zijn 'oude' specialismen weer aangescherpt. Op de 1500 meter heroverde hij in december het wereldrecord dat hem vier jaar geleden werd ontnomen en op de vijf kilometer is hij sinds de WK afstanden eind vorig jaar in Warschau wereldkampioen. Het zo zorgvuldig aanbrengen van accenten vertelt veel over de ijver en precisie waarmee Ritsma zijn carrière uitstippelt.

De omstandigheden waren Ritsma op de piste van Oulunkylä gunstig gezind. Omdat zijn enig denkbare serieuze opponent Postma op het appèl ontbrak en omdat de weergoden zich koest hielden, kon Ritsma betrekkelijk relaxed te werk gaan. Al ruim voor de tien kilometer, een afstand die bij intensieve inspanning twee herstelweken vergt, had Ritsma de strijd beslist, zodat hij de afsluitende vijfentwintig ronden al recreërend kon afleggen. Helsinki was voor hem een prettige training in de frisse lucht.

Naast een titel boekte Ritsma in Finland bovenal morele winst, want op de twee nummers waarop hij over een maand zijn slag wil slaan hield hij de concurrentie onder de duim. Toch blijft het moeilijk aan de hand van de cijfers in Helsinki een olympisch tussenrapport op te maken. Het gros van de huidige generatie schaatsers blijkt zich niet meer thuis te voelen op buitenbanen en acteert onder het gangbare niveau, en daarbij laat een vierkamp zich slechts in beperkte mate vergelijken met de olympische formule.

En in Helsinki was sprake van een zeer bescheiden deelnemersveld. De milers en stayers die straks geacht worden met Ritsma de strijd aan te binden ontbraken grotendeels. Voor de vijf en tien kilometer waren slechts twee diesels naar Finland gekomen, Veldkamp en Storelid, en het zal Ritsma niet ontgaan zijn dat uitgerekend zij op de lange afstanden beduidend betere slotrondes noteerden dan hij. Dat laatste duidt op meer inhoud bij Veldkamp en Storelid dan zich uit hun eindtijden laat aflezen.

Drie keer olympisch goud, het heimelijke streven van Ritsma, lijkt te hoog gegrepen. Hoewel dat in principe de minimale eis is om aan te sluiten in het gezelschap van de grootheden Andersen (1952), Schenk (1972), Heiden (1980, vijf keer goud) en Koss. Zij stonden echter vanaf het allereerste moment te boek als natuurtalenten, een stempel dat Ritsma zelf na vier jaar overheersing nog niet draagt. Dat maakt de bewondering voor zijn successtory alleen maar groter.

Wybren de Boer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden