Helemaal weg van de kassei

Zondag rijdt het peloton weer naar Roubaix over de kasseien: 50 kilometer stuiteren over praktisch onbekende weggetjes, gered van de ondergang door een vriendengroep....

Le Pont Thibault 10 vierkante meter, dat is de afmeting van het stuk kasseiweg dat we vanmiddag gaan herleggen. We, dat zijn drie leden van Les Amis de Paris-Roubaix die op hun vrije zaterdagmiddag eind maart naar Le Pont Thibault zijn gekomen, een gehucht in Noord-Frankrijk dat eenmaal per jaar aan de anonimiteit ontsnapt.

Op de tweede zondag van april komt Parijs-Roubaix langs, de wielerklassieker die zijn faam ontleent aan de 50 kilometer stuiterende kasseiweggetjes waar, afgezien van boeren die met tractors naar hun land rijden, vrijwel niemand komt. Afhankelijk van het tempo worden de eerste renners op de 1400 meter lange kasseistrook tussen kwart over vier en kwart voor vijf verwacht. De koers is dan 218 kilometer onderweg, nog 41 kilometer van de finish.

Aanvaardbare risico’s
Kasseiwegen maken Parijs-Roubaix tot wat de klassieker is: een slijtageslag. ‘Het is lijden met een hoofdletter L’, zegt François Doulcier (43). Hij is vicevoorzitter van Les Amis de Paris-Roubaix, een club van tweehonderd voornamelijk Fransen die de helleklassieker een warm hart toedragen en een bijdrage willen leveren aan de instandhouding ervan. Het repareren en onderhouden van de kasseiweggetjes is een van hun activiteiten. ‘Want’, zegt Doulcier, ‘de koers mag zwaar zijn – het risico voor de renners moet aanvaardbaar blijven. Daar willen wij aan bijdragen.’

Doulcier is zonder meer de fanatiekste supporter van de keien in Parijs-Roubaix. Hij weet precies waar renners er ooit overheen zijn gereden, en vooral waar ze in de loop der jaren uit het parcours zijn verdwenen. ‘Dat is wat Les Amis bezighoudt: zijn er in de toekomst nog wel genoeg pavés om van een echte Parijs-Roubaix te kunnen spreken?’

Doulcier heeft recht van spreken. Vanaf begin jaren zestig is asfalt onstuitbaar opgerukt in Noord-Frankrijk, dat ooit bekend stond om zijn vele kasseiwegen. Toen elders veel hoofdwegen nog onverhard waren, werden er in Noord-Frankrijk al vele gekasseid. Het was een doorgangsgebied en een mogelijk invasiegebied. Op verharde wegen kon militair verkeer altijd uit de voeten.

45.120 kilometer per uur
Tot de Tweede Wereldoorlog voert Parijs-Roubaix over hoofdwegen, die weliswaar uit kasseien bestaan, maar ‘vlak’ liggen en goed worden onderhouden. Daarna eist de vooruitgang zijn tol. Kasseiwegen worden geassocieerd met achtergebleven gebieden en in hoog tempo geasfalteerd. In 1965 zit er in Parijs-Roubaix nog maar 22 kilometer kasseiweg. Dat verklaart ook waarom de Nederlander Peter Post in 1964 wint met een recordgemiddelde van 45.120 kilometer per uur, dat nog steeds bestaat: de wegen zijn ‘te goed’.

Terwijl de zes andere Amis de ‘rug’ van de kasseien met schoffels van gras en modder ontdoen, vertelt Doulcier hoe de organisatie oud-renner Albert Bouvet er na Posts zege op uit stuurt om een nieuwe voorraad ‘selectieve’ wegen te vinden. En hij vindt ze. In de omgeving van Valenciennes en Mons en Pévèle blijken tussen de boerenvelden nog tal van kronkelende landweggetjes te lopen die gaandeweg in de vergetelheid zijn geraakt. Bolle, gekasseide weggetjes van soms slechts een paar meter breed waarvan tractoren de zijkanten kapot hebben gereden. Maar waar volgens Bouvet renners best overheen kunnen. Er zal hier en daar een fiets sneuvelen, maar wielrennen is niet voor watjes.

Het meest in hun nopjes zijn de organisatoren met de tip van oud-wereldkampioen Jean Stablinski. Hij wijst hun in 1967 op een ongebruikte kasseiweg, dwars door het bos van Wallers-Arenberg. Stablinski kent de 2400 meter lange bosweg uit de tijd dat hij daar mijnwerker was. Een jaar later zit de oerstrook in het parcours.

Terugkeer van het lijden
Met kasseien die zo beroerd liggen dat je je niet kunt voorstellen dat renners er heelhuids van afkomen. Eddy Merckx wint met één renner in zijn wiel, daarachter is het veld versplinterd. De organisatie weet dat het goed zit. Het afzien is weer terug in Parijs-Roubaix. Meer zelfs dan ooit tevoren.

Maar het is een gevecht tegen de tijd. Na het gladstrijken van de hoofdwegen maken plaatselijke bestuurders ook goede sier met asfaltering van plaatselijke wegen. Bovendien doorsnijden nieuwe rondwegen steeds vaker het parcours van Parijs-Roubaix. En: geen gemeente wil investeren in het onderhoud van weggetjes waar alleen boeren en de deelnemers aan een wielerklassieker overheen rijden.

Jean-Marie le Blanc
Liefhebbers van de koers slaan in 1982 de handen ineen en richten De Vrienden van Parijs-Roubaix op. Zij vinden gehoor bij Jean-Marie le Blanc, ex-renner en Nordist – inwoner van de streek – en op dat moment journalist bij de Franse sportkrant l’Equipe. De latere koersdirecteur van de Tour de France publiceert in hetzelfde jaar Les Pavés du Nord, een hartstochtelijk pleidooi voor de kasseien. Zijn oproep om La Reine des classiques niet verder te laten afzakken vindt weerklank en is een steun voor Les Amis, wier onophoudelijke lobbywerk bij gemeentelijke en departementale bestuurders het tij doet keren.

Terwijl de 75-jarige oud-postbode Jacques Vasseur de scheefgezakte kasseien bij Le Pont Thibault met een houweel loswrikt, kijkt Doulcier glimlachend omhoog vanuit het gat waarin hij ze weer recht vasttikt in een nieuw laagje zand en zwarte kiezels: ‘Wij wezen de autoriteiten op de uitgebreide tv-reportages. Elke kasseistrook is vernoemd naar het dorp waar hij doorheen gaat. Die aandacht krijgen die dorpen anders nooit.’

Milieuactivisten staan Les Amis bij. Zij hekelen de vervuiling van het landschap met asfalt. Historici verklaren dat kasseiwegen tot het cultureel erfgoed van de streek behoren en dat de inwoners trots mogen zijn op hun unieke weggetjes.

Langzaam maar zeker keert het tij. Het Bos van Wallers, dat van 1974 tot en met 1983 uit het parcours werd gelaten omdat het te gevaarlijk zou zijn, keert in 1984 terug. Gemeenten tasten in de buidel om hun kasseistroken op te knappen. Sterker, zegt Doulcier: ‘Sommige gaan zelf op zoek naar weggetjes die de organisatie niet kent en stellen voor om die in het parcours op te nemen.’

27 kasseistroken
Met succes: de kasseistroken van Moulin de Vertain (2002) en Beuvry la Forêt (2007) werden van onder een dikke laag aarde opgedolven, opgeknapt en maken nu deel uit van Parijs-Roubaix. Van de 27 kasseistroken die de koers dit jaar aandoet, is er vrijwel geen een die nog nooit onder handen is genomen. Soms gaat het om een enkel gat, waar Les Amis vrijwilligers voor optrommelt, maar steeds vaker om honderden meters die helemaal opnieuw worden gekasseid door leerlingen van land- en tuinbouwscholen.

Doulcier: ‘Soms wordt het echt te gevaarlijk voor de renners, zeker gemeten naar de normen van nu. Of de volgauto’s rijden er vast. Dan móet er wat gebeuren. Het risico moet aanvaardbaar blijven.’ Zo werd er op instigatie van Doulcier en de zijnen zelfs een put aangelegd in een bocht bij Mons en Pévèle. Bij nat weer ontstond daar altijd een diepe plas, met daaronder, niet zichtbaar voor de renners, scheefgezakte kasseien. ‘Altijd goed voor spectaculaire foto’s, maar een onverantwoorde kwelling voor de renners’, zegt Doulcier ernstig. ‘Dat willen we niet meer.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden